Limburgers voelen zich minder gezond

DieetHet merendeel van de bevolking beoordeelt de eigen gezondheid als goed tot zeer goed. Bijna een op de vijf personen echter vindt de eigen gesteldheid minder goed. Limburgers zijn in die laatste groep oververtegenwoordigd. Naar verhouding bezoeken zij ook meer een huisarts. Dit blijkt uit de meest recente uitkomsten van de CBS-Gezondheidsenquête.

Meerderheid vindt eigen gezondheid goed tot zeer goed
Ruim 80 procent van de Nederlandse bevolking beoordeelt de eigen gezondheid als goed tot zeer goed. Een minderheid (19,5 procent) beoordeelt de eigen gezondheidstoestand als minder goed tot slecht. Vooral Limburgers (23 procent) en inwoners van Flevoland (21 procent) voelen zich minder gezond. Van de Drenten voelt slechts 18 procent zich minder gezond. Dat is het laagste aandeel van alle provincies.

Huisartsbezoek: het meest in Limburg en Flevoland, het minst in Friesland
De twee provincies die er negatief uitspringen voor wat betreft het gezondheidsgevoel laten ook een hoger huisartsbezoek zien. In Limburg en Flevoland gaan naar verhouding meer mensen naar de huisarts dan in de andere provincies. Heeft gemiddeld genomen bijna 73 procent van de bevolking minstens één keer per jaar contact met de huisarts, in Limburg en Flevoland is dit aandeel met 76 procent het hoogst. In Noord-Nederland is dit cijfer lager met als uitschieter de Friezen, die relatief weinig de huisarts bezoeken (68 procent).

Inventarisatie diabetesinterventies bij preventie en zorg

Diabetes - Bloedsuiker metenHet Nederlandse diabetesveld is zeer gemotiveerd om de diabetesproblematiek aan te pakken. Vooral in de diabeteszorg worden aanzienlijke inspanningen geleverd. Er bestaat een zeer ruim aanbod aan interventies, gericht op patienten en zorgverleners, maar ook op kwaliteit van zorg en de organisatiestructuur. Daarnaast lopen er veel preventieve interventies gericht op leefstijlfactoren, maar slechts een handvol heeft het voorkomen van diabetes expliciet tot doel. Het aanbod van vroegtijdige opsporing van diabetes of pre-diabetes is beperkt.

Dit kan worden geconcludeerd uit een onderzoek van het RIVM waarin een zo compleet mogelijk overzicht van de inhoud, het (potentiele) bereik en de (kosten)effectiviteit van kansrijke interventies op het gebied van diabetespreventie en -zorg in Nederland wordt gegeven. In dit onderzoek zijn alle gevonden interventies beoordeeld op basis van de volledigheid van de projectbeschrijving en de degelijkheid van de methodiek.

De effectiviteit van een deel van de interventies is wetenschappelijk bewezen. Het gaat hierbij om interventies gericht op zelfmanagement, bewegen en voedingsadviezen door middel van motivational interviewing. De onderlinge samenhang ontbreekt echter. Een systeem van certificering van diabetesinterventies is niet voorhanden en er is nauwelijks informatie beschikbaar over de implementeerbaarheid van diabetesinterventies. Veel diabetesinterventies hebben een klein bereik, waardoor een landelijke dekking ontbreekt.

Er is structurele financiering nodig voor de gehele keten van diabetespreventie en -zorg. Een landelijke en algemeen toegankelijke database, waarin (kosten)effectiviteit en implementatiepotentieel van alle diabetesinterventies op een gestructureerde manier wordt beschreven, kan een stimulans bieden voor landelijke implementatie. Meer aandacht voor deskundigheidsbevordering kan een impuls geven aan het naleven van de zorgstandaard en richtlijnen. De samenwerking binnen de zorg moet verder worden bevorderd, zodat diabetespreventie en -zorg op maat geleverd kunnen worden.

Soja toch niet slecht voor sperma

SpermaVorige week was in het nieuws dat soja slecht is voor de sperma, maar volgens producent van sojaproducten Alpro Soyais is de consumptie van soja helemaal niet slecht voor het sperma.

In het onderzoek is rekening gehouden met onder meer cafeïne, alcoholconsumptie en rookgedrag, maar niet met andere voedingsmiddelen, medicatie, seksuele activiteit en omgevingsfactoren. En dit kan allemaal een directe invloed hebben op de hoeveelheid sperma.

Bovendien stelt de producent van sojaproducten dat de studie geen negatieve relatie gevonden heeft tussen soja en de beweeglijkheid van sperma en spermakwaliteit, de twee hoofdfactoren van vruchtbaarheid.

Deelnemers borstkankeronderzoek gaan bij klachten direct naar de huisarts

BorstonderzoekVrouwen die deelnemen aan het bevolkingsonderzoek naar borstkanker gaan bij tussentijdse klachten die mogelijk op borstkanker wijzen op tijd naar de huisarts.

De vraag bestond of deelneemsters bij dergelijke klachten een huisartsbezoek zouden uitstellen omdat ze gerustgesteld waren door een eerdere gunstige uitslag in het bevolkingsonderzoek. Onderzoekers van het Erasmus MC concluderen dat dit niet het geval is. Zij publiceren daarover op 1 augustus in het International Journal of Cancer.

Iedere twee jaar worden in Nederland 1,8 miljoen vrouwen in de leeftijd van 50 tot 75 jaar gescreend op borstkanker. Het merendeel van deze vrouwen (98,5%) ontvangt een gunstige uitslag. Bij ruim 3.000 vrouwen wordt in de twee jaar na het onderzoek alsnog borstkanker geconstateerd. Onterecht bestaat de veronderstelling dat deze groep patiënten klachten aan, of veranderingen in de borst relatief laat zou melden aan de huisarts, omdat zij zich gerustgesteld voelen na een eerder screeningsonderzoek waarbij geen afwijkingen werden gevonden. Hun vooruitzicht op herstel zou daardoor kunnen verslechteren. Onderzoekers van de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg van het Erasmus MC concluderen nu dat gescreende vrouwen bij wie alsnog borstklachten ontstaan een huisartsbezoek niet uitstellen.

Raadplegen
Uit het onderzoek blijkt dat de gescreende vrouwen voldoende kennis hebben over borstkanker. De informatieverstrekking aan vrouwen die aan borstkankerscreening deelnemen is wat dit punt betreft blijkbaar voldoende. En omdat huisartsen hun patiënten snel doorverwijzen, kan de diagnose borstkanker over het algemeen bijtijds gesteld worden. Alhoewel dit onderzoek aangeeft dat deelname aan het bevolkingsonderzoek niet leidt tot een extra lang uitstel van de diagnose, benadrukken de onderzoekers dat het voor alle vrouwen van belang blijft alert te zijn op veranderingen in de borst en bij klachten direct de huisarts te raadplegen.
[Erasmus MC]