Minder astma door bananen en appelsap

BanaanWie dagelijks een banaan eet en een glas appelsap drinkt, vermindert daarmee aanzienlijk de kans om astma te ontwikkelen. Dat blijkt uit onderzoek van het Hart- en Longistituut in Londen, waarbij 2.700 kinderen van basisscholen in Zuid-Londen onderzocht werden.

Leerlingen die elke dag appelsap dronken, hadden vijftig procent minder kans om astma te ontwikkelen. Appelsap drinken blijkt veel effectiever te zijn dan het eten van vast fruit. Een hele appel eten heeft volgens de onderzoekers geen effect, maar het eten van bananen is dan weer wel goed. Wie regelmatig een banaan eet, vermindert daarmee de kans op astma met een derde.

Preventiebeleid diabetes moet opgezet worden

Een goed preventiebeleid voor het voorkomen van diabetes moet in Nederland snel opgezet worden. Dat is een van de uitkomsten van een symposium over diabetespreventie in Den Haag. Het symposium werd georganiseerd door de Nederlandse Diabetes Federatie en medicijnfabrikant Novo Nordisk en was bestemd voor onder meer ministeries, zorgverzekeraars, artsen en verplegers.

Volgens de diverse organisaties is de verkokering tussen bijvoorbeeld ministeries een groot probleem om een eenduidig preventiebeleid op te zetten. Niet alleen het ministerie van Volksgezondheid is erbij betrokken, maar bijvoorbeeld ook Onderwijs, omdat die kinderen op school kan leren wat gezond leven is. Het ministerie van VROM zou kunnen bevorderen dat gebouwen bijvoorbeeld zonder liften worden gebouwd zodat mensen automatisch meer moeten bewegen.

Centrum voor ademhalingsstoornissen bij kinderen

Het Academisch Ziekenhuis Maastricht heeft als eerste een centrum opgericht voor kinderen met ademhalingsstoornissen. Het centrum coördineert de totale zorg van kinderen met ademhalingsstoornissen vanaf verwijzing, diagnostiek, behandeling en scholing van de ouders.

De kracht van het centrum schuilt volgens het ziekenhuis in het feit dat de werkzame specialisten en verpleegkundigen specifiek getraind zijn op het gebied van kinderen met ademhalingsproblemen. Het gaat om kinderen die chronisch thuis worden beademd, kinderen met een probleem in de luchtwegen en kinderen met stoornissen bij de aansturing van de ademhaling.

Risico van hoog cholesterol wordt onderschat

Slechts twintig procent van de Nederlanders weet dat een verhoogd cholesterol de kans op hart- en vaatziekten vergroot. Daarbij heeft 70 procent geen idee hoe hoog zijn of haar cholesterol is. Dat blijkt uit de resultaten van de tweede Hartmonitor, aldus GezondheidsNet.

Nederlanders denken dat hart- en vaatziekten hoofdzakelijk worden veroorzaakt door overgewicht, roken en ongezond eten, maar weten niet dat dit ook door hoog cholesterol kan komen. Een meerderheid van de Nederlanders is wel nieuwsgierig naar de cholesterolwaardes, maar slechts een enkeling laat deze ook daadwerkelijk meten. Dit komt vooral omdat Nederlanders denken dat het wel goed zit (37 procent) of omdat ze het teveel moeite vinden (32 procent).

Een derde van de Nederlanders heeft een te hoog cholesterol. In de westerse wereld overlijdt ongeveer een op de drie mensen aan hart- en vaatziekten. Op de vraag of Nederlanders een gratis priktest in de supermarkt zouden waarderen, antwoordt een meerderheid dit wel te zien zitten. Vooral het gemak van zo’n cholesterolmeting spreekt aan.

De Hartstichting organiseert van 21 mei tot en met 30 juni 2007 voor de vijfde keer de Nationale Cholesteroltest. Verpleegkundigen zullen in meer dan vijfhonderd supermarkten verspreid over het land van 11 tot 19 uur aanwezig zijn om uw cholesterolgehalte te bepalen.

Kind met diabetes behandeld met inhalatie-insuline

Het kinderdiabetesteam van het Martini Ziekenhuis heeft voor het eerst in Nederland een kind behandeld met inhalatie-insuline. Het gaat om een dertienjarige diabetespatiënt die immuun was geworden voor onderhuids ingespoten kortwerkende insuline. De inhalatie-insuline kan bij de maaltijden door het kind zelf worden ingenomen. Gisteren heeft het team vastgesteld dat de inhalatie-insuline goed werkt en is de jonge patiënt ontslagen uit het ziekenhuis.

Ten behoeve van registratie is het medicijn bij tweeduizend volwassenen en een paar honderd kinderen onderzocht. In het buitenland wordt de inhalatie-insuline op beperkte schaal voorgeschreven aan volwassenen, meestal in combinatie met bloedsuikerverlagende tabletten. In Nederland is het nog niet verkrijgbaar. Het Martini Ziekenhuis moest de inhalatie-insuline dan ook importeren uit Duitsland, waar enige ervaring is met gebruik door kinderen. De inhalatie-insuline wordt ingenomen met een inhalator, vergelijkbaar met de inhalator die ook door CARA-patiënten wordt gebruikt. Het zogenaamde ’pufje’ bestaat uit kortwerkende insuline die via de luchtwegen in de bloedbaan komt.

Zeldzaam
Het komt heel zelden voor dat een diabetespatiënt immuun is voor onderhuids ingespoten insuline. Tot nu toe wordt in Nederland in deze situatie gekozen voor een insulinepomp die operatief in de buikholte wordt geïmplanteerd. Deze oplossing heeft als nadeel dat een operatie nodig is en dat de relatief grote pomp voelbaar in de buik zit. Andere nadelen zijn dat de pomp om de paar weken door de buik heen aangeprikt moet worden en om de paar jaar aan vervanging toe is. De inhalatie-insuline heeft deze nadelen niet en is veel makkelijker in gebruik.

Onderzoek
In overleg met de ouders van de dertienjarige diabetespatiënt is dan ook gekozen voor de inhalatie-insuline. Het kinderdiabetesteam van het Martini Ziekenhuis heeft zich sterk gemaakt voor de vergoeding van dit medicijn. De zorgverzekeraar heeft uit coulance de vergoeding toegezegd. Voor gebruik op bredere schaal is meer onderzoek nodig naar effecten op langere termijn. Het Martini-team zal de jonge patiënt nauwgezet volgen om na te gaan hoe zij op termijn reageert op dit medicijn. Vooralsnog is de patiënt goed geholpen met de inhalatie-insuline. Na diverse opnames kon zij gisteren eindelijk naar huis om haar dagelijks leven weer op te pakken.
[Martini Ziekenhuis]

Opleidingsniveau bepaalt gezondheid

Volgens de Koning Boudewijnstichting bestaan er in België bestaan grote verschillen inzake gezondheid en die worden mee veroorzaakt door het opleidingsniveau. Hooggeschoolde Belgen leven drie tot vijf jaar langer dan laaggeschoolde en hebben zelfs 18 tot 25 meer gezonde jaren voor de boeg dan een laaggeschoolde.

Een kind met twee werkloze ouders heeft ongeveer de helft meer kans op vroeggeboorte en een laag geboortegewicht en heeft zelfs dubbel zo veel kans om dood geboren te worden dan een kind met ten minste één ouder die als bediende werkt. Lager opgeleide mannen in de leeftijdscategorie 40 tot 49 jaar hebben ongeveer twee keer meer kans op overlijden door longkanker dan hoger opgeleide mannen. Er is een systematisch verband tussen het opleidingsniveau en de sociale status enerzijds en de gezondheid anderzijds.