Antirookgoeroe Allen Carr overleden

Stoppen met rokenAllen Carr, de Brit die met zijn boeken miljoenen mensen heeft geholpen te stoppen met roken, is overleden aan longkanker. Dat berichtte de Britse publieke omroep BBC woensdag. Carr, die 23 jaar geleden zelf stopte na jarenlang honderd sigaretten per dag te hebben gerookt, is 72 jaar geworden. Eind juli werd bekend gemaakt dat de antirookgoeroe longkanker had.

Vroeg meten van virus voorkomt complicaties na longtransplantatie

Door na een longtransplantatie de hoeveelheid Epstein-Barr virus (EBV) in het bloed te meten en de hoeveelheid afweerremmende medicatie hierop aan te passen, kunnen gevallen van lymfeklierkanker na longtransplantatie voorkomen worden. Bovendien lijkt deze aanpak te leiden tot een afname van chronische afstoting van de getransplanteerde long en een toename van de overleving na transplantatie. Dit blijkt uit onderzoek van internist Erik Verschuuren van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij promoveert op zijn onderzoek op 13 december aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Patiënten, die een longtransplantatie hebben ondergaan, krijgen medicatie die voorkómt dat het nieuwe orgaan door het lichaam wordt afgestoten. Door deze medicatie neemt de afweer van deze patiënten af. Daardoor kan het Epstein-Barr virus (EBV), bekend van de ziekte van Pfeiffer, weer opnieuw actief worden. Dit kan na een longtransplantatie leiden tot PTLD, een ziektebeeld dat lijkt op lymfeklierkanker. PTLD kan leiden tot de dood van de patiënten.

Herkennen risico
Volgens het onderzoek van Verschuuren is de beste manier om patiënten met een hoog risico op PTLD te herkennen, het rechtstreeks in het bloed meten van het DNA van het EB-virus. Uit zijn onderzoek blijkt verder dat een EBV-infectie, die na transplantatie meestal geen symptomen geeft, soms veel kan lijken op de eerste symptomen van afstoting van de getransplanteerde long. In de veronderstelling dat sprake was van afstoting kregen patiënten daar afweerremmende medicatie tegen. De EBV-infectie kon zich daardoor juist verder ontwikkelen, wat in sommige gevallen leidde tot een PTLD. Op basis van deze uitkomsten is het behandelprotocol aangepast. Het EBV-gehalte wordt nu standaard gemeten en bij tekenen die duiden op een EBV-infectie wordt de hoeveelheid afweerremmers aangepast. Hiermee wordt voorkomen dat te veel afweerremmers aan patiënten worden toegediend.

Positieve resultaten
Verschuuren toont aan dat de resultaten van deze aanpassing in het protocol in de praktijk zeer positief zijn. Het aantal patiënten dat PTLD ontwikkelt is sterk gedaald en de overleving na een longtransplantatie blijkt te zijn toegenomen. Tevens is het aantal patiënten bij wie chronische afstoting van de getransplanteerde long plaatsvindt sterk afgenomen. En door minder afweerremmers te geven worden ook andere infecties voorkomen wat leidt tot minder longfunctieverlies.
[UMCG]

Vrouwen snoepen stiekem en wel eens teveel

Acht van de tien vrouwen zeggen wel eens te veel te snoepen. Chocolade is het populairst, maar ook chips en koekjes zijn geliefd. Bijna de helft van de Nederlandse vrouwen vindt het fijn om zichzelf af en toe stiekem vol te proppen. Onder de jongere vrouwen is dit zelfs 63 procent. Dat blijkt uit een enquête onder vierhonderd huisvrouwen.

Het onderzoek werd door TNS NIPO uitgevoerd in opdracht van de Huishoudbeurs, die van 10 tot en met 18 februari 2007 wordt gehouden in Amsterdam RAI. De beurs staat volgend jaar in het teken van ‘Stout’.

Trucker krijgt coach tegen overgewicht

Een persoonlijke ‘fitcoach’ moet vrachtwagenchauffeurs gaan in hun strijd tegen overgewicht. Truckers met teveel kilo’s krijgen vier maanden lang gratis ondersteuning van een specialist. Dat is het meest opvallende onderdeel van een campagne tegen overgewicht in de transport en logistiek.

In deze sector kampt bijna de helft van de werknemers met overgewicht. Alleen in de horeca- en voedingsbranche komt dit gezondheidsprobleem vaker voor. Deze week krijgen de 130.000 werknemers in de transport en logistiek een informatiepakket thuis.
[ANP]

ADHD-symptomen verminderen door speciaal dieet

ADHDKinderen met Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD) worden een stuk rustiger na het volgen van een speciaal dieet. Dat blijkt maandag uit een nog niet gepubliceerd onderzoek van het ADHD Research Centrum in Eindhoven.
Volgens de onderzoekers verminderden de klachten bij 93 procent van de onderzochte kinderen met meer dan 50 procent. Bij driekwart was dit zelfs 75 procent.

Het is niet het eerste onderzoek waaruit blijkt dat de kinderen gebaat zijn bij het weglaten van bepaalde voedingsstoffen, maar volgens het centrum is het bewijs dit keer nog overtuigender. ,,Wij hebben als eerste onderzoeksinstituut ook een controlegroep gebruikt die niet werd behandeld”, vertelt Lidy Pelsser, onderzoeker bij het ADHD Research Centrum.

Onderzoek
De nieuwste cijfers zijn gebaseerd op de resultaten van in totaal 28 kinderen tussen de drie en acht jaar oud. Vijftien deelnemers volgden in de eerste zes maanden van dit jaar een dieet, dertien aten gewoon. Bij de laatste groep veranderde er niets in het gedrag, terwijl de eerste na het volgen van het voedselprogramma een stuk rustiger werd. Deze bevindingen zijn voor Pelsser niet nieuw. De afgelopen tien jaar gaf ze voedingsadviezen aan ongeveer vijfhonderd kinderen met ADHD. ,,Bij 60 procent van deze deelnemers verminderden de symptomen.”

De onderzoekster kan niet aangeven om welke voedingsstoffen het gaat, omdat deze per kind verschillen. Bovendien gaat het vaak om een combinatie van vier tot zes stoffen. Wel is duidelijk dat chocola, kleurstoffen en suiker veel minder effect hebben op het gedrag van kinderen met ADHD dan vaak wordt verondersteld.
[ANP]

Diabetesrevalidatieprogramma aanbevolen door NIGZ

Het diabetesrevalidatieprogramma van het Centrum voor Revalidatie van het UMCG is één van de vijf programma’s die effect hebben volgens het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ). Het NIGZ doet deze constatering in het rapport Diabeteseducatie in Nederland. State of the art van methoden & materialen. De kern van het programma is dat patiënten aan het eind voldoende kennis en vaardigheden hebben om hun eigen ziekte als het ware te managen.

Het doel is patiënten te leren omgaan met diabetes. Zo ondersteunt en begeleidt het team de patiënt bij leefstijl en het toepassen van vaardigheden in de dagelijkse praktijk. Een belangrijke pijler van het programma is dat patiënten zelf hun gewenste behandeldoelen formuleren. Door deze behandelinhoud biedt het UMCG een programma dat, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek, effectief is en zich volgens het NIGZ onderscheidt van andere programma’s in Nederland.
[UMCG]

Paniekaanvallen hebben effect op diabetes

Diabetici die regelmatig paniekaanvallen hebben, hebben vaker hun diabetes niet goed onder controle, aldus een Amerikaans onderzoek. Uit eerder onderzoek van deze wetenschappers was al naar voren gekomen dat depressie samenging met een minder goed gecontroleerd glucoseniveau, meer diabetessymptomen en minder goed functioneren.

Depressie en paniek gaan vaak samen, maar de onderzoekers waren er niet zeker van dat patienten met paniekaanvallen ook dezelfde indicatoren zouden hebben.

Bij het onderzoek kregen 4385 diabetes-patienten een vragenlijst. Van de deelnemers gaf 4,4% aan paniekaanvallen te hebben die een gedragsverandering hadden veroorzaakt. Van deze patienten had iets meer dan de helft ook symptomen van depressie.
(Bron: General Hospital Psychiatry, 2006)
[Dieet.plein.nl]

Opvoeding bepaalt mogelijk mede ernst ADHD

Kinderen met ADHD die eveneens een broers/zus met ADHD hebben, vertonen geen ernstigere cognitieve of neuropsychologische gebreken, dan kinderen met een non-familiale vorm van de aandachtsstoornis. Studente psychologie Cindy Wiebrands heeft dat vastgesteld met tijdsbelevingsonderzoek, zo blijkt uit haar scriptie. Zij heeft verder aanwijzingen gevonden dat ADHD bij de ouders mogelijk wel een rol kan spelen in de ernst van ADHD-stoornis bij hun kind, wellicht doordat een ouder met ADHD een minder consistente opvoedingsstrategie hanteert. Wiebrands studeert vrijdag 24 november af op dit onderzoek.

Wiebrands hoopt dat hulpverleners extra gaan letten op het vaker vóórkomen van ADHD binnen één gezin, vooral als één van de ouders ADHD heeft. Het kan namelijk lijken alsof kinderen nu eenmaal door genetische belasting een ernstiger vorm van ADHD hebben, terwijl hulpverlening wel hulp kan bieden. Bijvoorbeeld in het adviseren en bijsturen van de opvoeding door de ouders. Daarbij moet dan niet de genetische belasting centraal staan, maar de problematiek die wel toegankelijk is voor verbetering, zoals de opvoedstijl.
[VU]