Archief Juli 2006

Big Mac: 510 calorieën

31 Juli 2006

Voedingswaarden McDonalds productenMcDonald’s zet vanaf deze week de voedingswaarde van alle producten op de verpakkingen. Het informatiesysteem geeft de hoeveelheden calorieën, eiwitten, vetten, koolhydraten en zout weer. Bovendien kunnen bezoekers zien hoe deze aantallen zich verhouden tot de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid. Hierbij neemt Mcdonald’s de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO als uitgangspunt. De voedingswaarden staan ook op de placemats en in een folder.

Uit deze nieuwe openheid blijkt dat een Big Mac 510 calorieën, 26 gram vet en 42 gram koolhydraten bevat. De Big Tasty is bijna twee keer zo verzadigend. Ook opvallend is dat de McChefs salade (273 kcal, 17g vet) met dank aan de dressing meer vet bevat dan een Cheeseburger (295 kcal, 12g vet). Een McChicken bevat 435 kcal en McNuggets (6) 255 kcal.

Zie ook:
- McDonalds laat zien wat je eet
- Voedingswaarden op McDonald’s producten

Buikvet beste voorspeller van insulineresistentie

31 Juli 2006

Bij insulineresistentie gaat het er niet om hoeveel vet iemand heeft, maar waar dat vet in het lichaam wordt opgeslagen. De kans op insulineresistentie neemt toe met de leeftijd en verhoogt het risico op hartaandoeningen, beroerte, nieraandoeningen, seksuele disfunctie en sommige vormen van kanker. Onderzoekers van de Washington University School of Medicine in St. Louis hebben ontdekt dat vetopslag op de buik, gemeten via de taille-omvang, bij oudere mannen een betere voorspeller van insulineresistentie is dan de aerobische capaciteit, BMI of vetpercentage.
[dieet.plein.nl]

Ongezond dieet slechter dan ongezond voedsel

31 Juli 2006

Te veel eten of een onevenwichtig dieet zijn veel grotere bedreigingen voor de volksgezondheid dan voedselbesmettingen of andere vormen van onveilig voedsel. Dit is gezegd op een studiedag van het Europees voedselagentschap over de meting van de voordelen en de risico’s van bepaalde voeding. Iedereen heeft er al over geklaagd op café of aan tafel: vis (of een ander voedingsmiddel) is gezond, maar vis bevat soms ook chemicaliën die ongezond zijn. Is vis eten dan gezond of ongezond? “Op de duur weet je niet meer wat je nog mag eten”, is meestal de stelling waarmee de discussie wordt afgesloten.

Het Europees agentschap dat waakt over de voedselveiligheid EFSA hield midden deze maand een expertenconferentie over deze thematiek. Hoe kunnen we betere informatie verstrekken over de voordelen en over de risico’s van bepaalde voeding? Een Nederlandse studie stelt dat bij onze noorderburen jaarlijks een 245.000 levensjaren verloren gaan (door vervroegd sterven of vervroegd ziek worden) door een onevenwichtig dieet. Overgewicht kost nog eens 215.000 levensjaren, ieder jaar. Voedselbesmettingen en dergelijk kosten ’slechts’ een 1.000 tot 4.000 levensjaren. Ter vergelijking, roken kost goed 350.000 levensjaren, per jaar in Nederland. Op het congres werd wel gewezen op de beperkingen van deze maatstaf van verloren levensjaren. Die kan zeker niet in alle situaties gebruikt worden, omdat de schattingen niet altijd kunnen gemaakt worden.

Herman Koter, wetenschappelijk directeur van het EFSA, stelt dat momenteel nog veel maatstaven ontbreken, maar is ervan overtuigd dat over enkele jaren veel betere informatie over voordelen en risico’s van specifieke voedingsproducten mogelijk zal zijn. Zijn antwoord op de vraag over vis, is dan ook: “Ja, vis kan besmettingen bevaten, maar er zit zoveel goed in, wat we ook kunnen meten, dat de mogelijke risico’s niet opwegen tegen de voordelen”. De discussie gaat trouwens niet alleen over mogelijke besmettingen van voedsel, maar ook over zogenaamd functioneel voedsel (voedsel waaraan gezonde bestanddelen zijn toegevoegd). Vitaminen, voedingssupplementen en functioneel voedsel zijn nu reeds een markt goed voor miljarden euro in Europa, en de groei gaat pijlsnel.

Toch kunnen de experten de voordelen van die toevoegingen niet exact berekenen. De hoger vermelde Nederlandse studie stelt dat de meeste consumenten geen voordeel hebben bij voedingsupplementen, voor zover ze een evenwichtig dieet volgen. De experten zijn het er wel over eens dat niet iedereen over dezelfde kam kan geschoren worden. Ouderen, kleine kinderen, zwangere vrouwen moeten afzonderlijk beschouwd worden.
[HLN]

Vaccin tegen baarmoederhalskanker

31 Juli 2006

BaarmoederhalsVrijwel zeker nog dit jaar komt in Nederland het eerste vaccin beschikbaar tegen baarmoederhalskanker (cervixkanker). Het is bedoeld voor meisjes en jonge vrouwen van 9 tot 26 jaar.

De wetenschappelijke commissie van het Europese bureau voor geneesmiddelenregistratie (EMEA) heeft gisteren onverwacht snel een gunstig advies uitgevaardigd om het vaccin toe te laten tot de Europese geneesmiddelenmarkt. Binnen enkele weken valt nu de goedkeuring door de Europese Commissie te verwachten van dit preventieve middel.

Uitstrijkje
Baarmoederhals- of cervixkanker is na borstkanker de belangrijkste doodsoorzaak door kanker onder jonge vrouwen tussen 15 en 44 jaar. Ondanks bevolkingsonderzoek, door middel van het uitstrijkje, wordt in Nederland elk jaar bij 700 vrouwen de diagnose baarmoederhalskanker gesteld en overlijden jaarlijks ongeveer 250 vrouwen.

Het vaccin, Gardasil, beschermt meisjes en vrouwen tegen een infectie met zeker vier typen van het zogeheten Humaan Papilloma Virus (HPV), de voornaamste veroorzaker van baarmoederhalskanker. Dit virus wordt door de man op de vrouw overgebracht tijdens geslachtsverkeer. Híj is zich niet bewust van het virus, zíj kan er onvruchtbaar door worden of er kanker door ontwikkelen.

Jongens
Om die reden wordt het vaccin ook aangeboden aan jongens van 9 tot 15 jaar, opdat het virus bij hen niet tot ontwikkeling kan komen. Het PvdA-Kamerlid Arib dringt er bij de minister van Volksgezondheid op aan het nieuwe vaccin “zo spoedig mogelijk en zo breed mogelijk” beschikbaar te stellen en op te nemen in het Rijksvaccinatieprogramma.

Met Gardasil kan meer dan 70 procent van alle gevallen voorkomen worden, stellen de medicijnfabrikanten Sanofi, Pasteur en MSD.
[Telegraaf]

Overgewicht verhoogt kans op migraine

31 Juli 2006

Uit onderzoek is gebkeken dat het hebben van zwaar overgewicht (obesitas) een risicofactor is voor het krijgen van migraine. Aan het onderzoek namen ruim 30 duizend personen deel die op basis van hun Body Mass Index (BMI) over vijf groepen verdeeld werden.

Met name bij de zwaarste groep (BMI > 35: morbide obsitas) bleek migraine vaker voor te komen dan bij de groep met een gezond gewicht, maar ook de groep met matige obesitas (BMI tussen 30 en 35) had iets vaker last van migraine.
[Ziekenhuis.nl]

Antirookgoeroe Allen Carr heeft longkanker

31 Juli 2006

Allen Carr, de Brit die miljoenen mensen heeft geholpen met stoppen met roken, heeft longkanker. De 73-jarige Carr heeft dat zondag bekend gemaakt. Hij stopte zelf 23 jaar geleden met roken. Hij rookte destijds honderd sigaretten per dag.

Nadat hij zijn verslaving had overwonnen, ontwikkelde hij zijn Easyway-methode voor andere rokers om te stoppen met roken. De voormalige accountant heeft sindsdien meer dan zeventig klinieken in dertig landen opgezet die vorig jaar 45.000 mensen behandelden.

Onder anderen acteur Anthony Hopkins en zakentycoon Richard Branson gebruikten Carrs methode om te stoppen met roken.

Prostaatkanker vaak onnodig behandeld

31 Juli 2006

Een behandeling bij prostaatkanker is vaak niet nodig. In tenminste 30 procent van de gevallen hoeven mannen met prostaatkanker niet geopereerd te worden als de kanker bij preventief onderzoek wordt gevonden. Dat blijkt uit een groot onderzoek onder 42.000 mannen in Rotterdam en omgeving, meldt hoogleraar Fritz Schröder. Schröder is een autoriteit op het gebied van prostaatkanker.

Schröder noemt de uitkomsten “een doorbraak”. Nu worden veel mensen onnodig behandeld omdat ze een minder gevaarlijke vorm van prostaatkanker hebben, die geen behandeling maar slechts controle behoeft. Nu is het wegnemen of bestralen van de prostaat nu nog standaard wanneer bij een man kanker in de prostaat wordt ontdekt. De bijwerkingen van een operatie lopen uiteen van incontinentie tot toename van erectieproblemen tot endeldarmbeschadiging bij bestraling. Dat leed kan door toepassing van de nieuw verworven kennis worden voorkomen.

Het onderzoek in Rotterdam loopt al sinds 1993. Doel is om na te gaan of er op een verantwoorde manier begonnen kan worden met een landelijk bevolkingsonderzoek. Met deze ontdekking is dit een stuk dichterbij gekomen, omdat overbehandeling kan worden verminderd, denkt Schröder.

Het Rotterdamse onderzoek is een onderdeel van een groot Europees onderzoek in acht landen. Meer dan 200.000 mannen in Nederland, België, Finland, Zweden, Frankrijk, Italië, Spanje en Zwitserland doen hieraan mee. De uitkomsten daarvan worden binnen drie jaar verwacht. De resultaten van het Rotterdamse onderzoek zullen in januari in een toonaangevend Amerikaans medisch blad over urologie worden gepubliceerd.
[ANP]

Kankermedicijn ook tegen reuma

29 Juli 2006

Reuma handenEen vrij nieuw medicijn tegen lymfeklierkanker blijkt ook de ontstekingsprocessen bij reuma ingrijpend te kunnen aanpakken.

Nederlandse reumatologen dichten het middel MabThera spectaculaire resultaten toe bij de behandeling van hun patiënten. Experts spreken van een doorbraak. De Europese Commissie heeft het geneesmiddel deze week goedgekeurd voor het behandelen van reumatoïde artritis (RA), een chronische ontstekingsziekte van de gewrichten.

Alleen al in Nederland lijden circa 150.000 mensen aan deze pijnlijke en uiteindelijk sterk invaliderende aandoening. De ziekte komt ongeveer drie keer vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. MabThera (met de werkzame stof rituximab) zal volgens prof. P.P. Tak, hoogleraar Reumatologie en hoofd van de afdeling Klinische Immunologie en Reumatologie van het AMC in Amsterdam, uitsluitend worden voorgeschreven aan patiënten die alle gangbare behandelingen al achter de rug hebben en daarop onvoldoende reageerden.

Tot die zwaarste categorie reumapatiënten behoort ongeveer vijf procent. “Als de patiënt er goed op reageert biedt het middel een langdurige afname van de ziekteactiviteit en stelt het de patiënt in staat langer een normaal leven te leiden, met minder beperkingen.”
[Telegraaf]

Veganistisch dieet dringt diabetes terug

28 Juli 2006

Een vet- en suikerarm veganistisch dieet, waarbij vlees, vis en melkproducten vermeden worden, zou beter helpen om de symptomen van diabetes type 2 terug te dringen dan het standaarddieet dat nu wordt voorgeschreven. Dit blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Toronto.

Voordelen
Bij het veganistisch dieet daalt de bloedsuikerspiegel sterker (Niveau van glucose a1c daalde met 1,23 ten opzichte van 0,38) en verloor men gemiddeld dubbel zoveel gewicht (6,5 kilo versus 3,1 kilo) dan bij het standaarddieet. Ook het cholestrolgehalte was dubbel zoveel gedaald en de nieren werkten beter. Bijkomend voordeel: het dieet is gemakkelijker vol te houden omdat de hoeveelheden en het aantal calorieën niet moet geteld worden. Na 22 weken dieet kon 43 procent van de veganisten en 26 procent van degenen die het standaarddieet volgden, stoppen met het nemen van medicatie of de hoeveelheden verminderen.

Het belang van het dieet
De onderzoekers zijn in de wolken met hun resultaten. “Het veganistische dieet werkt minstens even goed als het standaarddieet en misschien wel beter. Bovenal tonen de resultaten het belang van het dieet aan. We hopen dan ook dat het volgen van het dieet belangrijker wordt dan het nemen van medicatie,” aldus Neal Bernard, voorzitter van het Comité voor Verantwoord Medicijnengebruik. “Vaak denken mensen dat het dieet niet goed werkt, maar dat komt omdat ze het niet lang genoeg volgen,” voegt David Jenkins van de Universiteit van Toronto er aan toe.

Gezonder eten
Ongeveer 18 miljoen Amerikanen lijden aan type-2 diabetes. Dit type ontstaat door een combinatie van genetische voorbestemdheid, slechte eetgewoonten en te weinig beweging. Deze mensen hebben een verhoogd risico op een hartziekte, een beroerte, falen van de nieren, blindheid of het verliezen van ledematen. “Elke persoon waarbij diabetes wordt vastgesteld moet gezonder mag eten. Maar dat is waarschijnlijk een van de moeilijkste dingen die men kan doen.”
[HLN]

Slechte voeding verslechtert leervermogens

28 Juli 2006

Ongezonde voedingsgewoonten op jonge leeftijd zorgen voor problemen in de ontwikkeling van neuronen. Daardoor is er kans op een laag IQ bij mensen en afwijkend leervermogen bij vogels. Als de voedingsgewoonten na een slechte start toch verbeteren, is er vervolgens een groeispurt waarbij de lengteachterstand ingelopen wordt. Echter, de cognitieve ontwikkelingsachterstand blijft bestaan.

Die vergaande conclusies komen uit een nieuw onderzoek dat keek naar de relatie tussen voeding op jonge leeftijd, lichamelijke groei en de leerontwikkeling op latere leeftijd. Omdat men bij onderzoek onder mensen meestal te maken heeft met verwarrende variabelen die ook een rol spelen, richtte het onderzoek zich op vinken.

Er is gekeken hoe verschillende voedingspatronen hun leervermogen bepalen. Alleen de kwaliteit van het voedsel werd gemanipuleerd, de hoeveelheid niet. De onderzoekers maten vervolgens de snelheid waarmee de vogeltjes een simpele taak onder de knie konden krijgen.

Op het voedingspatroon van slechte kwaliteit groeiden de vinkjes minder snel dan de controlegroep. Na 20 dagen werd omgeschakeld naar het gewone dieet en toen bleken de vogeltjes heel snel de groeiachterstand in te lopen.
Na de leerfase in het onderzoek bleek een negatief resultaat voor dat de groep vogeltjes die de slechte voeding had gekregen en daarna het snelste was gegroeid. Zij deden het het slechtste op de leertaak. De onderzoekers concluderen dat de versnelde groei na de periode van ondervoeding verantwoordelijk is voor de leerproblemen op latere leeftijd.

Slechte voeding kan negatieve effecten hebben op de lange termijn, stelt men nu. Dat geldt niet alleen voor vinken, maar ook voor mensen. Langs welke weg slechte voeding het leren belemmert is nog niet helemaal zeker. De onderzoekers vinden het wel belangrijk om dat precies te weten, zodat men baby’s met ondergewicht beter kan helpen om negatieve gevolgen op lange termijn voor te zijn.
[Psycholoog.net]

Astmapatienten hebben baat bij hogere doseringen

28 Juli 2006

Inhalator - astmaVier op de tien astmapatienten hebben meer medicijnen nodig. Ze gebruiken te weinig van hun geneesmiddelen, terwijl ze wel veel astma-aanvallen hebben en daardoor problemen met hun ademhaling.

Dit blijkt uit onderzoek in 25 Nederlandse huisartsenpraktijken. De uitkomsten van het onderzoek verscheen deze week het medische vaktijdschrift Huisarts & Wetenschap.

Van de 661 in het onderzoek betrokken astmapatienten, hadden er 268 (41%) zoveel klachten dat deze verholpen hadden kunnen worden door meer gebruik te maken van hun inhalers met ontstekingsremmers en/of luchtwegverwijders.

De onderzoekers vonden verschillende redenen voor de onderbehandeling. Sommige patienten houden de behandeling niet goed vol, anderen kregen een te geringe dosering voorgeschreven.

Onderzoeker Hanneke Wijnhoven: “Het is al veel langer bekend dat de therapietrouw bij onderhoudsmedicatie gebrekkig is. Mensen nemen hun medicijnen alleen als er klachten zijn, maar niet (meer) als deze weg zijn. Maar een andere reden is dat veel patienten hun huisarts te weinig zien en er niet voldoende op gewezen worden hoe belangrijk de medicatie is. Huisartsen zouden astmapatienten regelmatig moeten uitnodigen om langs te komen en actief te informeren hoe het gaat en hoe het beter kan.”
[NRC]

Diabetes beter beheersbaar door nieuwe vinding

27 Juli 2006

Hoe laat je een patiënt zien én begrijpen hoe gedrag en diabetes elkaar beïnvloeden? De Smart Pix, een apparaatje dat informatie uit glucosemeters of insulinepompen overbrengt naar de computer, maakt dat met één oogopslag mogelijk. Patiënten motiveren om regelmatig te meten en zich te houden aan afspraken wordt daarmee eenvoudiger. Bijkomend voordeel: het ontcijferen van staatjes glucosewaardes is nu echt verleden tijd.

Vanaf september is de Smart Pix verkrijgbaar via apothekers en gespecialiseerde postorder bedrijven. Het apparaat ziet er fraai uit, maar vooral werkt het heel eenvoudig. Er zit één USB-kabel aan die in de pc gaat. Via infrarood worden gegevens uit glucosemeter of insulinepomp via de Smart Pix naar de computer gebracht. Er is geen aparte software nodig. De Smart Pix laat de computer zélf een presentatie van de diabetesgegevens maken in een browservenster.
[Roche Diagnostics]

Tips voor omgaan met hitte

27 Juli 2006

Een aantal adviezen voor het omgaan met de hitte.

  • Drink minstens twee liter water per dag. Drink meer als je minder dan normaal plast of als je urine donkerder wordt.
  • Geniet van de zon, maar denk aan de huid. Smeer de onbedekte huid goed in.
  • Draag in de volle zon zo mogelijk een zonnehoed of zonneklep.
  • Zoek ook de schaduw op, vooral tussen 12.00 en 15.00 uur.
  • Wees matig met alcohol en cafeïnehoudende dranken.
  • Vermijd overmatige inspanningen, zoals hardlopen in de zon.
  • Houd baby’s in de schaduw en laat nooit een kind in een afgesloten auto achter.
  • Verzorg wondjes extra goed ter voorkoming van ontsteking.
  • Zorg voor goede koeling van etenswaren. Bak barbecuevlees goed door.
  • Zorg voor voldoende ventilatie
  • Een zonnewering gebruiken, af en toe een koele handdoek in de nek leggen, en, indien mogelijk, een koel bad of een koele douche nemen
  • Ga met gezondheidsklachten naar de huisarts.

Cholesterol ZelfTests bij de drogisterij

27 Juli 2006

Drogisterijketen DA start met de verkoop van de MiraTes zelftests voor cholesterol. DA gaat een zelftest voor totaalcholesterol en een zelftest+, voor totaal- én HDL-cholesterol, aanbieden. De tests zijn qua betrouwbaarheid vergelijkbaar met standaard laboratoriumtests en voorzien van uitgebreide informatie samengesteld met medewerking van Stichting Bloedlink. Voor vragen kunnen consumenten de gratis medische helpdesk van MiraTes raadplegen.

Uit onderzoek* blijkt dat 30% van de kopers voor een zelftest kiest omdat hij of zij voor een cholesterolmeting niet naar de dokter wil. 44% kiest voor een zelftest omdat het weinig tijd kost. Circa 4 op de 10 Nederlanders lijdt aan hoog cholesterol. Aangezien een verhoogd cholesterol in eerste instantie geen klachten geeft, is slechts een klein deel zich hiervan bewust. Zelftests kunnen daarom bijdragen aan een vroegtijdige ontdekking. Indien nodig, kan in overleg met de huisarts besloten worden tot behandeling om de kans op hart- en vaatziekten te verkleinen.
[MiraTes]

Zoete frisdranken verergeren middagdip

27 Juli 2006

Zoete frisdranken verergeren de middagdip, dit was stond dinsdag in de Metro. Een uur na het drinken van een drankje met suiker en koolhydraten vertonen proefpersonen meer concentratieproblemen en werken ze langzamer dan mensen die een koolhydraatloos, ongezoet drankje consumeren. Dit blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Loughborough. Het onderzoek richtte zich op de bekende ‘middagdip’.

Tien proefpersonen werden gevraagd hun nachtrust enkele dagen te beperken tot vijf uur. Op de dag van het experiment kreeg de helft van hen na een lichte lunch een drankje met suiker en koolhydraten en de andere helft een suikerloos drankje, dat arm was aan voedingsstoffen. Daarna moesten ze alle tien een negentig minuten durende, saaie test maken, die bedoeld was om de ernst van de ‘middagdip’ bij de verschillende deelnemers vast te stellen.

Het eerste half uur gebeurde er niks: de suikerdrinkers en de proefpersonen die zonder suiker hun middagdip te lijf moesten presteerden even goed. Maar na vijftig minuten begonnen de problemen. Vooral bij de proefpersonen die suiker hadden gedronken bemerkten de onderzoekers grotere gaten in de aandacht en meer fouten in de opdrachten die ze maakten. Uit ander onderzoek blijkt juist dat cafeïne wel de prestaties stimuleert. ‘Een zogenaamde ‘suikerrush’ is niet de aangewezen manier om een middagdip te lijf te gaan,’ zegt professor Jim Horne, ‘Het is veel beter om dranken met een voldoende hoeveelheid cafeïne te drinken, eventueel gecombineerd met een middagdutje.’

Aan het onderzoek kunnen geen grote conclusies worden getrokken. Er zijn maar tien proefpersonen gebruikt en dat is een veel te kleine groep. Bovendien mochten de proefpersonen maar vijf uur per nacht slapen.