Betere zorg suikerpatiënt door Diabetes Centrum Rijnmond

De zorg voor 30.000 Rijnmonders met diabetes wordt reusachtig verbeterd door de komst van het Diabetes Centrum Rijnmond.

In het Diabetes Centrum Rijnmond werken huisartsen, specialisten en verpleegkundigen die diabeteszorg verlenen, nauw met elkaar samen. De komende maanden worden zoveel mogelijk patiënten ingevoerd in het computerprogramma DiMaSys, dat er onder andere voor zorgt dat mensen automatisch hun oproep krijgen voor de periodieke controles.

Het Diabetes Centrum is opgericht, omdat het aantal patiënten in de Rijnmond de komende tijd met ongeveer 3000 per jaar zal toenemen.

Het is belangrijk dat patiënten geregeld worden gecontroleerd, en vooral dat ze door een gezonde leefstijl zélf de risico’s beperken. Omdat bij de behandeling van suikerziekte heel veel hulpverleners zijn betrokken, is de zorg bovendien lastig te organiseren.

In het Diabetes Centrum Rijnmond draaien nu op proef 500 patiënten mee. Zij hebben allemaal een uitgebreid gesprek gehad waarbij hun lichamelijke conditie tot in detail in kaart is gebracht.

Het computerprogramma DiMaSys, dat staat voor Disease Management System, heeft hen vervolgens in drie patiëntencategorieën ingedeeld. Eén groep staat onder controle van de huisarts en de parktijkondersteuner. De volgende, iets ziekere categorie komt bij de diabetesverpleegkundige, de diëtist en de huisarts op controle. De laatste categorie heeft de meeste zorg nodig en loopt bij het diabetesteam in het ziekenhuis. Voordeel van zo’n indeling is dat iedere patiënt de zorg krijgt die hij nodig heeft.

Het samenwerkingsverband is uniek in Nederland. De organisatoren hopen zo de kwaliteit van de zorg te verbeteren en geld te besparen met de efficiëntere zorg.
[AD]

» meer nieuws over diabetes | suikerziekte

Relatie diabetes en glaucoom niet aangetoond

Suikerziekte is toch geen risicofactor voor het ontwikkelen van glaucoom. Dit blijkt uit het proefschrift “Incidence and risk factors of open-angle glaucoma” waarop Simone de Voogd op 1 maart a.s. promoveert aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam.

Glaucoom is een ziekte van de oogzenuw waarbij verlies optreedt van zenuwvezels. Het gevolg hiervan is gezichtsveldverlies dat soms zelfs tot blindheid kan leiden. In Nederland loopt een 60-jarige een kans van 1% om binnen vijf jaar een glaucoom te ontwikkelen. Bij een 80 jarige stijgt dit percentage naar 3%.

De Voogd betrok haar gegevens vanuit het ERGO onderzoek waar mensen van 55 jaar en ouder uit een bepaald deel van Rotterdam bij betrokken zijn en waar gekeken wordt naar de frequentie en risicofactoren van enkele invaliderende ziekten.
De onderzoekster keek naar mogelijke risicofactoren om glaucoom te ontwikkelen, zoals bijvoorbeeld diabetes en aderverkalking. Vooral diabetes wordt nogal eens in verband gebracht met glaucoom.

Echter uit het onderzoek blijkt dat er geen enkele relatie kan worden aangetoond tussen deze beide aandoeningen en het ontstaan van glaucoom.
Hiernaast keek de Voogd naar de invloed van kleine veranderingen in het DNA van een tweetal eiwitten die betrokken zijn bij de signaaloverdracht van het hormoon oestrogeen. Veranderingen in één eiwit (oestrogeen receptor beta) bleken te leiden tot een verhoogd risico voor mannen. Voor vrouwen kon geen verband worden aangetoond tussen DNA veranderingen en het ontstaan van glaucoom.

De Voogd doet enkele aanbevelingen voor nader onderzoek. Zo wil ze vooral kijken naar leefstijleffecten. Welke rol spelen bijvoorbeeld alcohol, koffie en sigaretten, overgewicht en hoge bloeddruk bij het ontstaan van glaucoom?
[Erasmus MC]

» meer nieuws over diabetes | suikerziekte

Minder risico op hart- en vaatziekten door cacao en optimisme

ChocoladeDagelijkse consumptie van voedingsmiddelen met cacao gaat gepaard met een lagere bloeddruk en een lager risico op sterfte aan hart- en vaatziekten. Daarnaast is er ook een mogelijk verband tussen een optimistische levensinstelling en een lager risico op sterfte aan hart- en vaatziekten. Dit concluderen onderzoekers op basis van de resultaten van langlopend onderzoek onder oudere mannen in Zutphen. Zij vinden het overigens nog te vroeg voor de conclusie dat het gebruik van voedingsmiddelen met cacao goed is voor bloeddruk en hart- en bloedvaten. De onderzoeksresultaten worden vandaag gepubliceerd in het Amerikaans wetenschappelijke tijdschrift The Archives of Internal Medicine.

De onderzoeken, in het kader van de zogenaamde Zutphen Ouderen Studie, zijn uitgevoerd door Wageningen Universiteit en het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu). Aan het onderzoek naar het verband met de optimistische levenshouding hebben bovendien de GGZ Delfland, het Julius Centrum van het Utrechts Medisch Centrum en het Leids Universitair Medisch Centrum meegewerkt.

Cacao
De inname van cacao is berekend uit de gebruikelijke consumptie van chocolade en andere cacaobevattende voedingsmiddelen. Mannen met een dagelijkse cacao-inname van ongeveer vier gram hadden een lagere bloeddruk en een ongeveer 50 procent lager risico op sterfte aan hart- en vaatziekten dan mannen die minder dan een halve gram cacao gebruikten. Een cacao-inname van 4 gram komt overeen met ongeveer 10 gram pure chocolade.

Eerder onderzoek heeft aangetoond dat cacao de bloedvaten soepeler maakt waardoor zij beter kunnen reageren op veranderingen van de bloedstroom. Hierdoor wordt de bloeddruk binnen bepaalde grenzen gehouden en wordt het risico op hart- en vaatziekten verkleind. De effecten van cacao op hart- en bloedvaten worden toegeschreven aan de hoge concentraties van een bepaalde groep antioxidanten in cacao, de zogeheten flavanolen. Dit is het eerste epidemiologische onderzoek waarin de inname van cacao uit de voeding is gerelateerd aan bloeddruk en het risico op overlijden ten gevolge van hart- en vaatziekten. De onderzoekers vinden het daarom nog te vroeg om aanbevelingen te doen voor het gebruik van voedingsmiddelen met cacao.

Optimisme
In de Zutphen Ouderen Studie is ook het verband tussen een optimistische levenshouding en het risico op sterfte aan hart- en vaatziekten onderzocht. Optimisten bleken een ruim 50 procent lager risico te hebben om te overlijden aan hart- en vaatziekten dan mannen die minder optimistisch waren. Bij optimisme gaat het om de verwachting dat je positieve dingen zullen overkomen en dat je belangrijke doelen probeert te bereiken, ook als het tegenzit. Andere factoren zoals lichaamsbeweging, roken, lichaamsgewicht, bloeddruk, en cholesterol konden dit verband niet verklaren. De relatie met optimisme bleek ook grotendeels onafhankelijk te zijn van depressie.

Een mogelijke verklaring voor de relatie tussen optimisme en hart- en vaatziekten zou volgens de onderzoekers kunnen zijn dat optimistische mensen effectiever omgaan met problemen. Een optimistische levensinstelling zou iemand kunnen helpen om tegenslagen doeltreffender te overwinnen, bijvoorbeeld door zich beter aan behandeladviezen te houden of door meer steun en hulp voor zichzelf te mobiliseren. Optimisme kan ook helpen bij het verwerken van de negatieve gevolgen van stressvolle gebeurtenissen, zoals ziekte.

Zuthpen ouderen studie
Beide onderzoeken zijn uitgevoerd bij ongeveer 500 mannen van 65 jaar en ouder in Zutphen. In dit onderzoek is informatie verzameld over een groot aantal risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Vanaf 1985 zijn deze mannen 15 jaar gevolgd. In die periode is elke 5 jaar uitgebreide informatie verzameld over voeding en leefstijl. Ook is optimisme gemeten met een korte vragenlijst die bestond uit vragen zoals: “Ik verwacht nog veel van het leven” en “Ik zie op tegen de komende jaren”. Tussen 1985 en 2000 zijn meer dan 300 mannen van deze onderzoekspopulatie overleden, waarvan de helft aan hart- en vaatziekten.
[Gezamenlijk persbericht van de Wageningen Universiteit en RIVM]

Minder sterfgevallen op zondagen

Op zondagen sterven er in Nederland minder mensen dan op andere dagen. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag uitbracht.

Het lagere sterftecijfer is grotendeels toe te schrijven aan het feit dat er op de zondag doorgaans geen risicovolle ingrepen in ziekenhuizen worden uitgevoerd. In de periode tussen 2000 en 2005 stierven er op een zondag gemiddeld 366 mensen. Dat zijn er veertien minder dan op een gemiddelde dag.

Ook in en om het huis gaan er op zondagen minder mensen dood. Volgens het CBS vloeit dit lage aantal voort uit het feit dat er op de laatste dag van de week bijna geen levensbeëindigende handelingen worden uitgevoerd bij mensen die, na een ziekbed, doorgaans in een thuissituatie overlijden.

Verhoudingen
Het aantal sterfgevallen in en om het huis maakt ongeveer een derde deel uit van alle sterfgevallen. Een evengroot percentage sterfgevallen vond de afgelopen vijf jaar plaats in een ziekenhuis. Op dinsdag en vrijdag sterven er de meeste mensen in deze medische instellingen. Het aantal mannen dat in ziekenhuizen overlijdt, is 16 procent hoger dan het aantal vrouwen.

In verzorgings- en verpleeghuizen is de sterfte op zondag vrijwel gelijk aan het daggemiddelde. In deze instellingen overlijden twee keer zoveel vrouwen als mannen. ,,Dat is te verklaren omdat bewoners van verzorgings- en verpleeghuizen vaak vrouwen zijn omdat zij ouder worden dan mannen´´, aldus een woordvoerder van het CBS. ,,Mannen overlijden jonger en komen daaraan voorafgaand vaak in een ziekenhuis terecht met bijvoorbeeld hartfalen. Vandaar dat het percentage mannen dat in ziekenhuizen overlijdt weer hoger is dan het aantal vrouwen.´´

De lagere sterfte op zondagen geldt juist niet voor jongeren. Bij tieners en twintigers is in het weekeinde, voornamelijk op zaterdagen, juist sprake van een piek in het aantal sterfgevallen. In een derde van de gevallen wordt dit veroorzaakt door verkeersongevallen.
[ANP]

RSI zit niet tussen de oren

Mensen die lijden aan RSI zijn mentaal net zo gezond als de gemiddelde werkende Nederlander. Zo blijkt uit onderzoek door het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid onder leden van de RSI-patiëntenvereniging.

Volgens de onderzoekers is RSI dus geen modeziekte die vooral tussen de oren zit. Wel ondervinden mensen met RSI-klachten veel beperkingen in hun contacten met de omgeving en slikt meer dan de helft van hen pijnstillers.

Tegelijk blijkt uit een TNO-rapport dat recent aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is overhandigd dat de kosten van RSI voor de samenleving ruim twee miljard euro per jaar bedragen. Zowel de individuele als de collectieve kosten van RSI zijn dus onveranderd hoog.

De RSI-patiëntenvereniging roept overheid, werkgevers en verzekeraars op om investeringen te doen in onderzoek naar preventie en behandeling van RSI.
[i-Mail]

Getrouwde vrouwen leven minder lang

Uit een Europese studie blijkt dat getrouwde mannen langer leven en vrouwen minder lang leven. Het huwelijk geeft mannen 1,7 jaar extra, maar bekort dat van de vrouw met 1,4 jaar.

Volgens de krant The Independent verkorten passief roken, stress en te veel seks haar leven. De studie, onder 100.000 Europeanen, stond onder leiding van de Duitse Magdeburg-universiteit.

Het team vermoedt dat het huwelijk zwaarder is voor een vrouw, omdat zij doorgaans meerdere taken moet combineren, zeker als ze ook buitenshuis werkt. Dat veroorzaakt stress en dat heeft een effect op de gezondheid. Alleenstaande vrouwen zonder kinderen bleken die stress veel minder te hebben.

Verder zouden alleenstaande vrouwen minder roken dan single-mannen, waaruit volgt dat als zij trouwen met een roker ze de rest van hun leven passief meeroken. Tenslotte vermoeden de onderzoekers dat regelmatige seks schadelijk is voor de levensverwachting van vrouwen, door allerlei hormonale veranderingen.
[ANP]

Te vroeg geboren baby later vaker somber

Uit een onderzoek aan het Institute of Psychiatry in Londen blijkt dat kinderen die te vroeg worden geboren, later een grotere kans hebben om als jong volwassene somber, teruggetrokken en depressief te zijn. Bij meisjes is de invloed van een geboorte voor 33 weken zwangerschap groter dan bij jongens. De resultaten zijn gepubliceerd in het Amerikaanse Journal of Pediatrics.

De onderzoekers lieten 108 jonge volwassenen van 18 en 19 jaar, die meer dan zeven weken te vroeg waren geboren, 48 vragen beantwoorden. De antwoorden vergeleken zij met die van 67 mensen die op tijd waren geboren. De te vroeg geboren kinderen bleken veel minder extravert te zijn en juist meer ‘neurotische’ trekjes te vertonen, zoals een laag zelfbeeld en somberheid.

Het is nog onduidelijk is wat de oorzaak is van het verschil, volgens onderzoeker Mathew Allin zijn er verscheidene verklaringen mogelijk. Te vroeg geboren baby’s zouden gevoeliger kunnen zijn voor kleine hersenbeschadigingen, zoals infecties. Een andere mogelijkheid is dat baby’s die wekenlang in een couveuse moeten liggen niet genoeg de kans krijgen een band met hun ouders op te bouwen.

Depressie vergoot kans op xtc-gebruik

Kinderen die symptomen vertonen van angsten en depressies gebruiken later in hun leven vaker xct dan ‘gewone’ kinderen. Dat blijkt uit onderzoek van het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum dat vrijdag wordt gepubliceerd in the British Medical Journal.

Diverse wetenschappers leggen de laatste jaren verbanden tussen het gebruik van xtc aan de ene kant en ziekteverschijnselen als depressie, psychosen en angststoornissen anderzijds. Het is voor deskundigen de vraag of mensen de drug gebruiken omdat ze mentale problemen hebben, of dat het gebruik van xtc lijdt tot de ziekten.

Onderzoekers van het Erasmus MC denken dat mensen die angstig zijn of aan depressies lijden, mogelijk vatbaarder zijn voor de effecten van de xtc. Regelmatig gebruik van de drug kan echter depressieve gevoelens versterken. De wetenschappers pleiten voor vervolgonderzoek.
[ANP]