Archief December 2005

Nederlanders kilo’s zwaarder tijdens feestdagen

31 December 2005

Ondanks alle waarschuwingen over gezond eten, komen Nederlanders in de decembermaand flink wat kilo’s aan. Dat blijkt uit een onderzoek van De Telegraaf in samenwerking met de afslanksite Fitclub.nl onder ruim 3000 mensen. Meer dan één vijfde van de ondervraagden komt zelfs twee kilo of meer aan rond de feestdagen.

Ruim eenderde van de Nederlanders komt in december aan in gewicht. Tijdens Sinterklaas, Kerstmis en oud en nieuw komt 21,3% van de ondervraagden twee kilo of meer aan. Iets meer dan de helft van de ondervraagden geeft aan (veel) te zwaar te zijn. Daarvan is tien procent zelfs meer dan vijftien kilo te zwaar.

Ondanks de waarschuwingen van onder andere het Voedingscentrum en de overheid over de gevolgen van overgewicht, zijn de feestdagen voor Nederlanders nog steeds synoniem voor lekker snoepen. Iets meer dan 60% van de mensen geeft aan meer te gaan snoepen in december dan in de andere maanden van het jaar. Voor 52,9% van de mensen geldt dat oud en nieuw zonder oliebollen niet bestaat.

PepernotenBoosdoener is vooral het snoepgoed dat bij Sinterklaas, Kerstmis en oud en nieuw hoort. Maar liefst 92% van de ondervraagden geeft aan snoepgoed te eten rond de feestdagen. Chocoladeletters worden daarbij het meest gegeten (63,5%). Speculaas en pepernoten volgen vlak daarna. Sinterklaassnoepgoed is populairder dan kerstsnoep. Van de ondervraagden eet 20,4% Sinterklaassnoepgoed (bijna) elke dag of meerdere keren per dag, versus 14% die zich tegoed doen aan Kerstsnoepgoed. Volgens 64,5% hoort snoepen dan ook vooral bij Sinterklaas. Volgens het Centraal Bureau voor de Levensmiddelenhandel verkochten de supermarkten een half miljoen kilo meer Sinterklaassnoepgoed dan vorig jaar. In totaal gaat er dit jaar 9,5 miljoen kilo aan peper- en kruidnoten, chocoladeletters, marsepein en andere typische lekkernijen over de toonbank.

Fitclub.nl biedt online een geheel persoonlijk traject dat deelnemers dagelijks begeleidt met een individueel voedings- en bewegingsprogramma. Wie lid is van Fitclub.nl, valt niet alleen af, maar leert ook een gezonde levensstijl aan, waardoor de kans op een terugval (het bekende jojo-effect) klein is. Deelnemers bij Fitclub.nl worden begeleid door een team van vooraanstaande bewegings- en voedingsdeskundigen. Ook is er volop ruimte voor contact tussen de deelnemers onderling. Deelnemers houden zelf een dagboek bij, chtendat door Fitclub wekelijks wordt vertaald in nieuwe overzichten en (voedings)adviezen. Sinds de lancering van Fitclub.nl begin september 2005 hebben al meer dan 10.000 deelnemers een abonnement genomen.

Eerste poli voor bloed in urine

31 December 2005

Het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam opent in januari een polikliniek voor mensen met bloed in de urine. Het is de eerste poli op dit gebied, de hematurie, in Nederland.

Artsen willen op de poli patiënten binnen een week onderzoeken en de diagnose nog dezelfde dag stellen. Daarmee wordt het proces van diagnose en behandeling met gemiddeld zes tot acht weken bekort.

Van de mannen ouder dan 35 jaar en de vrouwen boven de 55 jaar heeft 13 procent bloed in de urine, soms zichtbaar en soms alleen aantoonbaar met laboratoriumonderzoek. Op de hematuriepoli wordt vastgesteld wat de oorzaak zou kunnen zijn. Bloed in de urine kan verschillende oorzaken hebben, waaronder nierkanker, blaaskanker, nierstenen en urineweginfecties.

Met een serie urologische onderzoeken trachten artsen op de dag van het spreekuur vast te stellen of wat er aan scheelt. ,,We verwachten dat 90 procent van de patiënten die dag te horen krijgt wat er aan de hand is”, aldus prof. Jean de la Rosette, hoofd van de afdeling urologie. De poli houdt op vrijdag spreekuur.

Door de snellere diagnose en behandeling neemt de kans op genezing van patiënten met kanker toe. Dat is vooral van belang voor mensen met niercelkanker. Deze vorm wordt in Nederland in een later stadium geconstateerd dan in andere Europese landen, waardoor een operatie die de nier spaart vaak niet meer mogelijk is.

Genetische test voorspelt hartstilstand bij sportbeoefenaars

30 December 2005

Italiaanse onderzoekers hebben een genetische test ontwikkeld die het Long QT Syndroom (LQTS) kan voorspellen. Dat is een hartaandoening die leidt tot hartritmestoornissen met de dood tot gevolg. Ze is de doodsoorzaak van tal van ogenschijnlijk gezonde sportbeoefenaars.

De onderzoekers van de S. Maugeri Fondazione in Pavia probeerden de test uit bij 430 LQTS-patiënten en 1.115 familieleden. Ze konden 235 mutaties die gelinkt zijn aan de ziekte identificeren, 138 mutaties waren nieuw. Ze kwamen voor bij 310 of 72 procent van de 430 patiënten. Een tweede test, bij een aparte groep van 75 LQTS-patiënten, bevestigde de bevindingen.
[HLN]

Algemeen tekort vitamine D bij osteoporose

30 December 2005

Meer dan de helft van alle postmenopauzale vrouwen met osteoporose heeft een tekort aan vitamine D. Dit zei dr. Mary K Beard van de University of Utah tijdens een congres over menopauze.

Het onderzoek werd uitgevoerd door een team van onderzoekers uit Amerika, Nederland en Engeland. Serumspiegels van 25-hydroxycholecalciferol (vitamine D) van 4143 postmenopauzale vrouwen over de hele wereld werden onderzocht. Spiegels lager dan 30 ng/ml werden als een tekort beschouwd. Een tekort aan vitamine D werd gevonden bij 52% in Noord Amerika, 52% in Europa, 82% in het middenoosten, 51% in Latijns Amerika, 63% in Azië en 59% in de Pacific Rim (Canada, Rusland, Japan, China, Korea, noord VS). De gevonden getallen waren zomer en winter gelijk.

Gezien deze cijfers lijkt een standaard controle van calcitriolspiegels bij postmenopauzale vrouwen met osteoporose gerechtvaardigd.
[Ortho Institute]

Vitamine D beschermt tegen prostaatkanker

30 December 2005

Vitamine D speelt een belangrijke rol bij de bescherming tegen prostaatkanker, in het bijzonder tegen de agressieve vorm. Dit zei dr. Haojie Li van Harvard op het Prostate Cancer Symposium.

Bloedmonsters van deelnemers aan de Physician’s Health Study werden onderzocht op spiegels van 25-hydroxycolecalciferol (25-D) en 1,25-dihydroxycolecalciferol (1,25-D, calcitriol). Ook werd gekeken naar twee polymorfismen van het vitamine D-receptorgen, BsmI en FokI.

In 1982 waren alle mannen gezond. Na 18 jaar was bij 1029 mannen prostaatkanker geconstateerd. De gegevens werden vergeleken met die van 1371 gezonde controlepersonen. Er werd gecorrigeerd voor lichaamsbeweging, roken en seizoen.
Gevonden werd dat degenen met plasmaspiegels van 25-D en 1,25-D boven het gemiddelde 45% minder kans hadden op het ontwikkelen van de agressieve vorm in vergelijking met degenen met spiegels onder het gemiddelde. Bij degenen met het homozygote FokI FF genotype was het risico van prostaatkanker zelfs 55% minder en van de agressieve vorm 77% minder. Eenzelfde risicovermindering werd gevonden wanneer alleen de 1,25 D-spiegels hoog waren. Voor de andere genvarianten werd dit verband niet gevonden.
[Ortho Institute]

Vet eten kan tot diabetes leiden

29 December 2005

Vet voedsel kan de regulering van het bloedsuikerniveau verstoren en tot diabetes leiden. Dat zeggen onderzoekers van de universiteit van Californië in San Diego.

De onderzoekers stellen dat vette voedingsmiddelen een enzym onderdrukken dat van cruciaal belang is bij de productie van insuline, dat het bloedsuikergehalte reguleert.

De onderzoekers identificeerden een gen dat een enzym produceert waardoor cellen in de alvleesklier glucose herkennen en insuline gaan afscheiden. De werking van het enzym wordt minder als iemand vet eet. De leider van het onderzoek, dr. Jamey D. Marth, schreef in zijn artikel in het vakblad Cell dat het misschien mogelijk is middelen te ontwikkelen die de werking van het enzym verbeteren.

Nederlanders gaan afvallen in 2006

29 December 2005

Twee op de vijf Nederlanders (39%) hebben goede voornemens voor het nieuwe jaar. Afvallen is hierbij veruit het populairst: een kwart van de Nederlanders (24%) neemt zich voor in 2006 een aantal kilo’s kwijt te raken. Nederlanders maken niet alleen veel goede voornemens, ook hebben ze behoorlijk veel vertrouwen in de eigen discipline. Van degenen die zeggen te gaan afvallen, geeft 65 procent aan dat de kans (zeer) groot is dat ze zich hieraan zullen houden.

Ondanks alle gemaakte voornemens zijn Nederlanders toch enigszins terughoudend te noemen in vergelijking met andere Europese landen als het op het maken van goede voornemens aankomt. Spanjaarden staan ruim aan kop: maar liefst vier van de vijf Spanjaarden (80%) maken goede voornemens voor het nieuwe jaar. Ook Fransen (54%), Duitsers (53%) en Italianen (44%) maken vaker dan Nederlanders goede voornemens voor het komende jaar. Alleen Engelsen (16%) maken minder vaak goede voornemens.

De meeste goede voornemens van Nederlanders hebben betrekking op afvallen (61%). Vooral de groep Nederlanders van 35-54 jaar wil graag wat kilootjes kwijt (67%). Meer gaan bewegen (34%) en gezonder gaan eten (29%) worden weliswaar een stuk minder vaak genoemd, maar ook van deze voornemens denken Nederlanders dat de kans (zeer) groot is dat ze het geplande voornemen ten uitvoer kunnen brengen (81% respectievelijk 78%). Opmerkelijk is dat slechts een zeer kleine groep aangeeft te willen stoppen met roken (9%).

Ook in de andere vijf landen wordt afvallen het meest frequent genoemd. Daarnaast is men, met name in de zuidelijke landen, voornemens meer ‘cultureel bezig te zijn’ (theater-, bioscoop-, museum-, of concertbezoek – Spanje: 44%, Italië: 38% en Frankrijk: 37%). In Nederland is nog geen kwart (21%) dit van plan.

Goede voornemens worden lang niet altijd in de praktijk gebracht. Eenvijfde van de Nederlanders geeft aan nog nooit een goed voornemen te hebben gerealiseerd. Dit betekent echter niet dat ze de hoop opgeven: bijna vier op de tien Nederlanders (39%) bij wie nog nooit een goed voornemen is geslaagd, hebben voor 2006 wéér goede voornemens. Fransen en Spanjaarden zijn volhardender: 66 procent van de Fransen en maar liefst 80 procent van de Spanjaarden die nog nooit een goed voornemen volbracht hebben, zegt voor 2006 weer goede voornemens te hebben.

[Publicatie TNS NIPO]

‘Wonderpil’ nog niet uitgevonden

29 December 2005

GenoTrimDe afgelopen dagen waren er veel berichten over de nieuwe DNA-pil van fabrikant Salugen (GenoTrim) die het mogelijk maakt zonder dieet in enkele maanden tijd het ideale gewicht te bereiken. Het gaat hierbij om een voedingssupplement dat zou worden afgestemd op het DNA van degene die het gaat gebruiken. Het lijkt geweldig, maar volgens het Voedingscentrum is het onmogelijk dat dit de ‘wonderpil’ is waar de wereld op wacht.

De wetenschap is nog lang niet zover dat op basis van erfelijke eigenschappen van een individu een pil kan worden samengesteld die inwerkt op de stofwisseling. Om op die manier de gezondheid te kunnen beïnvloeden is veel wetenschappelijke kennis nodig. In de eerste plaats moet bekend zijn welke genen precies in verband staan met welke lichaamsfuncties. Vervolgens moet duidelijk zijn op welke wijze invloed kan worden uitgeoefend op deze genen. Hierover is nu nog onvoldoende bekend.

Werkzaamheid niet bewezen
De aanbieder van de pil stelt dat deze is geregistreerd bij de Amerikaanse Voedselveiligheidsautoriteit (de FDA). Dit houdt in dat het middel niet schadelijk is voor de gezondheid. Het zegt niets over de werkzaamheid.

Aanleg ondergeschikte rol
Overigens speelt erfelijke aanleg maar een beperkte rol bij het ontstaan van overgewicht. Het gedrag is veel bepalender. Om een gezond gewicht te houden of om kilo’s kwijt te raken blijft het devies: niet te veel eten en voldoende bewegen.

Lees ook:
- GenoTrim, de DNA dieetpil van Salugen; wonderafslankmiddel of geldverspilling?
- Genotrim DNA-pil bij Kassa

Groot onderzoek naar hartspiercellen

28 December 2005

Met een subsidie van 11,4 miljoen euro van de Europese Unie begint volgende maand een groot onderzoek naar de ontwikkeling en differentiatie van hartspiercellen.

De resultaten moeten bijdragen aan een verbetering van de behandeling met stamcellen bij patiënten die na een hartinfarct last hebben van hartfunctiestoornissen. Het Academisch Medisch Centrum (AMC), dat het onderzoek gaat coördineren, heeft dat woensdag bekendgemaakt. ,,Door in embryonale harten te kijken naar de ontwikkeling van hartspiercellen willen we meer kennis vergaren over de manier waarop we bij patiënten nieuwe cellen van het juiste type kunnen maken´´, zegt prof.dr. A. Moorman in het AMC Magazine.

Vitamine kan ouderdomsblindheid voorkomen

28 December 2005

Een vitaminerijk dieet vermindert de kans op macula-degeneratie, de voornaamste oorzaak van blindheid bij bejaarden. Dit concluderen onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.

Zij schrijven dat in de woensdag verschenen editie van het wetenschappelijke tijdschrift Journal of the American Medical Association (JAMA). Bij ouderdomsmacula-degeneratie (OMD) sterft het centrum van het netvlies af. Het is de belangrijkste oorzaak van ongeneeslijke blindheid in de geïndustrialiseerde landen. Het eindstadium van de ziekte treedt gemiddeld op in de leeftijd van 70 tot 75 jaar. In Nederland ondervindt een op de tien tachtig-plussers ernstige hinder van de aandoening.

Een dieet met veel vitamine C, E, zink en beta caroteen, kan deze vorm van blindheid voorkomen, bleek uit onderzoek onder 4000 oudere Rotterdammers. Mensen die een dergelijk dieet volgden, hadden 35 procent minder kans op OMD. Het Rotterdamse onderzoek duurde acht jaar.

Volgens berekeningen van onderzoeker Redmer van Leeuwen in JAMA komen er in 2015 jaarlijks 7540 nieuwe OMD-patiënten bij, tegen 4420 op dit moment. Mensen die roken of bij wie OMD in de familie voorkomt hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van de ziekte. Van Leeuwen, oogarts in opleiding, promoveerde twee jaar geleden op dit onderwerp.

Hij stelt in het tijdschrift dat in de Verenigde Staten 11,5 procent van de blanke tachtigplussers met het eindstadium van de macula-degeneratie te maken heeft. Zonder effectieve behandeling verdubbelt dat aantal de komende twintig jaar naar verwachting naar ongeveer drie miljoen patiënten.

Bronnen voor vitamine E zijn plantaardige oliën, eieren en noten. Voor vitamine C zijn dat citrusvruchten en sappen, broccoli en aardappelen. Hoge concentraties zink zitten in vlees, kip, vis, granen en melkproducten. Beta caroteen zit vooral in wortelen, boerenkool en spinazie.
[gezondheid.plein.nl]

Vermageringsmiddelen minder in zwang

28 December 2005

Terwijl het aantal Nederlanders met overgewicht alsmaar toeneemt, is het opvallend dat het gebruik van geneesmiddelen om te vermageren sterk daalt. Van de 50.000 voorschriften dit jaar is 80% bestemd voor te zware vrouwen. Gewichtsverlies met behulp van medicijnen lijkt voor veel vrouwen goeddeels voor het uiterlijk bedoeld. Vlak voor de zomer worden de meeste vermageringsmiddelen aan dames verstrekt.

Volgens opgaaf van het Voedingscentrum heeft zeker de helft van alle volwassen Nederlanders een te hoog lichaamsgewicht. Ongeveer 1 op de 10 volwassenen kampt zelfs met ernstig overgewicht, obesitas genaamd. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) constateert dat het aantal personen dat te zwaar is al jaren aan het toenemen is. Zo is het aantal mensen met obesitas meer dan verdubbeld van 5% in 1980 tot 11% op dit moment. Overgewicht verhoogt de kans op hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, suikerziekte en gewrichtsklachten en brengt zo niet alleen gezondheidsrisico’s met zich mee, maar heeft ook een stuwende invloed op de zorguitgaven.

Vermageringsmiddelen
Naast het aanmeten van een actievere levensstijl en gezond eten en drinken kunnen ook medicijnen worden gebruikt om af te vallen. De meest gebruikte middelen bij gewichtsverlies zijn orlistat (Xenical®) en sibutramine (Reductil®). Orlistat werkt in de darmen en vermindert daar de omzetting van vet in stoffen die in het lichaam opgenomen kunnen worden. Het achtergebleven vet verlaat via de ontlasting het lichaam weer. Sibutramine is een vermageringsmiddel dat de eetlust remt en de hoeveelheid energie die het lichaam gebruikt, verhoogt. Beide middelen worden alleen op voorschrift van een arts verstrekt en komen standaard niet voor vergoeding door de zorgverzekeraar in aanmerking. In de eerste drie kwartalen van 2005 is orlistat 21.000 keer en sibutramine 17.000 keer verstrekt via de openbare apotheken. In totaal hebben patiënten in de betreffende periode € 2,6 miljoen uitgegeven aan vermageringsmiddelen.

IJdele Rubensvrouwen
Vermageringsmiddelen worden hoofdzakelijk door vrouwen gebruikt. Van alle verstrekkingen is 80% bestemd voor een vrouw. Het gegeven dat meer vrouwen met medicijnen willen afvallen, heeft voornamelijk een esthetische reden. Het gebruik van vermageringsmiddelen door vrouwen piekt in de maanden april, mei en juni (figuur 1), net voordat badpak en bikini weer uit de kast worden gehaald. Hoewel er meer mannen dan vrouwen zijn met overgewicht, zijn er volgens het CBS meer vrouwen die obesitas hebben. Naar schatting zijn er in Nederland 690.000 vrouwen van 20 jaar en ouder met obesitas, ten opzichte van 540.000 volwassen mannen. In dit perspectief overtreft het aantal dikke mensen ruimschoots de 50.000 verstrekkingen van vermageringsmiddelen die in een jaar over de apotheekbalie gaan.

Als gekeken wordt naar de leeftijd waarop middelen bij gewichtsverlies worden gebruikt, is er een verschil tussen de seksen. Voor beide geldt dat de meeste vermageringsmiddelen worden gebruikt door patiënten in de leeftijdsgroep van 41 tot 65 jaar: gemiddeld gaat 59% van alle voorschriften naar deze leeftijdscategorie. Bij mannen is dit zelfs 66%, terwijl dat voor vrouwen 57% is. Vrouwen gebruiken vermageringsmiddelen op jongere leeftijd dan mannen. Van alle verstrekkingen aan vrouwen is 32% bestemd voor dames van 21 tot en met 40 jaar; voor de mannen is dit maar 20%.

Afvalrace
Het aantal afleveringen van vermageringsmiddelen via de openbare apotheken neemt sterk af. Waar de middelen in 2002 nog 75.000 keer werden verstrekt, zal het aantal afleveringen in 2005 uitkomen op 50.000. De bijhorende uitgaven daalden van € 4,8 miljoen tot € 3,5 miljoen aan het eind van dit jaar. Vooral onder vrouwen is de daling duidelijk zichtbaar (figuur 1). Aan een behandeling van 28 dagen met een vermageringsmiddel is de patiënt gemiddeld € 69 kwijt. Deze uitgaven omvatten zowel de kosten voor het geneesmiddel (€ 63) als de vergoeding voor de dienstverlening van de apotheek (€ 6,10).
Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen

Didgeridoo helpt tegen slaapapneu

28 December 2005

DidgeridooSpelen op een Didgeridoo helpt tegen slaapapneu. Dit blijkt uit een gerandomiseerde trial van de Universiteit van Zürich, gepubliceerd in het kerstnummer van British Medical Journal.

De idee achter het experiment is dat spelen op een didgeridoo de spieren van de bovenste luchtwegen traint. Dit zou voor patiënten met niet al te ernstige klachten een acceptabeler behandeling zijn dan continue positieve luchtdruk.
Aan het experiment deden 25 patiënten met gemiddeld ernstige slaapapneu (apneu-hypopneu-index tussen 15 en 30) mee. Van hen kregen 14 didgeridooles; zij oefenden gedurende vier maanden dagelijks op dit aboriginal-instrument. De 11 anderen werden op een wachtlijst geplaatst.

Uit vergelijking van beide groepen blijkt dat didgeridoospelen leidt tot minder snurken en dat de vermoeidheid overdag vermindert. De apneu-hypopneu-index verbeterde 11 punten in de interventiegroep en gemiddeld 5 punten bij de wachtlijstgroep. Er was geen effect op de kwaliteit van de slaap. De onderzoekers concluderen dat digeridoospelen een effectieve behandeling is.

[Medisch contact]

Meer jongeren met huidkanker

28 December 2005

ZonBij steeds meer jongeren, met name vrouwen onder de veertig, wordt huidkanker geconstateerd. Huidkanker, net als andere vormen van kanker, kwam in het verleden vooral voor bij ouderen. De extreme groei van kankergevallen in de leeftijdsgroep tot veertig jaar is voor onderzoekers het bewijs dat jonge mensen zich niets aantrekken van de waarschuwingen over de gevaren van zonnen.

Het Amerikaanse onderzoek, dat onlangs is gepubliceerd in the Journal of the American Medical Association, laat zien dat het aantal gevallen van huidkanker is verdriedubbeld sinds de jaren zeventig. Volgens de onderzoekers heeft deze ontwikkeling te maken met de aanhoudende populariteit van zonnen onder met name tienermeisjes, zowel buiten als onder de zonnebank.

Het onderzoek is uitgevoerd in het noorden van de Amerikaanse staat Minnesota. Onderzoekers bekeken dossiers van patiënten die ziek werden in de periode van 1976 tot 2003.

Onderzoek in het kader van preventie van overgewicht

27 December 2005

Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar preventie van overgewicht, de relatie tussen de fysieke omgeving tot bewegen en voeding. Het doel van het rapport is het beschrijven van de invloed van de fysieke omgeving op beweeggedrag en voedingsgedrag in het kader van preventie van overgewicht. Het eerste deel van het rapport bestaat uit de beschrijving van een uitgebreid literatuuronderzoek naar de samenhang tussen de fysieke omgeving en gedrag dat is gerelateerd aan overgewicht (oftewel bewegen en voeding). Het tweede deel van het rapport betreft de methoden en resultaten van een statistische analyse op bestaande gegevensbestanden waarin de bevindingen uit de literatuur werden getoetst.

» De fysieke omgeving in relatie tot bewegen en voeding – Onderzoek in het kader van preventie van overgewicht

Ondervoeding schaadt schoolprestaties jonge kinderen

27 December 2005

Een gebrek aan de juiste voeding speelt een negatieve rol in de schoolontwikkeling van jonge kinderen, aldus onderzoekers van de Amerikaanse Cornell University. Dit schrijft de medische website Healthday.

Vooral de leesvaardigheid heeft te lijden door ondervoeding, aldus het onderzoek dat in het decembernummer van the Journal of Nutrition is te lezen. Het onderzoek richtte zich op het fenomeen ‘food insecurity’ en toonde aan dat “vooral de leesontwikkeling bij meisjes veel langzamer verliep, maar ook de mathematische vaardigheden van ‘voedselonzekere’ kinderen ontwikkelden zich significant langzamer dan bij andere kinderen.”

Onderzoeker voedingskunde Edward Frongillo op Cornell definiëren families die lijden onder ‘voedselonzekerheid’, volgens Healthday, als “huishoudens met een beperkte of onzekere beschikbaarheid van voeding die genoeg voedingswaarde heeft of veilig is.”

Het onderzoek toont volgens de website ook aan dat jonge meisjes in de lagere klassen, van wie de gezinnen eenmaal voedselzeker waren, niet langer moeite hadden om zich sociaal aan te passen. “We zijn tot de ontdekking gekomen dat jonge meisjes van voedselonzekere gezinnen de neiging hebben om meer aan te komen dan andere meisjes, hetgeen ze meer kans op overgewicht geeft als volwassenen”, aldus de onderzoekers.
[zibb.nl]