Archief November 2005

Jaarprijs Voedingscentrum 2005

30 November 2005

De Jaarprijs Voedingscentrum 2005 gaat dit jaar naar Balance Food van Cormet Schoolcatering. Met de Jaarprijs wil het Voedingscentrum handel en industrie prikkelen om gezondheidsaspecten mee te nemen bij productontwikkeling en productinnovaties. Balance Food is een schoolcateringformule die zorgt voor een gezond en gevarieerd aanbod op middelbare scholen. De integrale aanpak maakt de gezonde keuze makkelijker en is daarmee een positieve stimulans voor een gezond eetpatroon van de schoolgaande jeugd.

De Nederlandse jeugd is een uiterst belangrijke doelgroep waar het gaat om het ontwikkelen van een gezond eetpatroon en preventie van overgewicht. Balance Food is een schoolcateringformule voor jongeren van 12 tot en met 18 jaar. Via balie en automatenverkoop biedt Balance Food een gezond en gevarieerd aanbod, bestaande uit 75% voorkeurs- en middenwegproducten en 25% uitzonderingsproducten. Bij het aanbod wordt gebruik gemaakt van een heldere en op de doelgroep gerichte ‘labeling’ via ‘smileys’. Hierdoor zien de jongeren direct of het gaat om een voorkeurs-, middenweg-, of uitzonderingsproduct. De voorkeursproducten zijn goedkoper dan uitzonderingsproducten en er wordt gewerkt met motiverende aanbiedingen. Hiernaast is er aandacht voor het geven van voorlichting en biedt Balance Food de mogelijkheid om in samenwerking met de school te werken aan een aantal dagen per jaar waarin gezond eten en gezond bewegen centraal staan.”
[Voedingscentrum]

Intensieve controle op borstkanker werkt

30 November 2005

BorstonderzoekVrouwen met een hoog risico op borstkanker hebben 40 procent minder kans om de ziekte te krijgen als ze halfjaarlijks door een arts worden gecontroleerd. Dat concludeert studente Rian Rijnsburger van het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum in haar proefschrift.

Bij vrouwen met het allergrootste risico op borstkanker (50 tot 85 procent) zou de sterfte volgens haar zelfs met de helft dalen als de regelmatige controle wordt uitgevoerd.

Behalve de halfjaarlijkse check-up bij de dokter zouden de vrouwen ook elk jaar een mammografie en een MRI-scan moeten ondergaan.

Deze behandeling is volgens de promovenda een alternatief voor de bestaande aanpak die bij vrouwen met een hoog risico op borstkanker wordt toegepast: het preventief verwijderen van de borsten en/of eierstokken of een preventieve hormoonbehandeling. Laatstgenoemde methoden zijn overifgens effectiever. Het amputeren van de borst brengt de kans op borstkanker bijvoorbeeld bijna terug tot nul.

In Nederland krijgen 11.000 vrouwen per jaar borstkanker. Deskundigen gaan ervan uit dat bij 5 tot 10 procent van die vrouwen een erfelijke dan wel genetische aanleg een rol speelt.

Uitstrijkje via huisarts geeft grotere opkomst

30 November 2005

BaarmoederhalsAls de huisarts bij het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker is betrokken, doen meer vrouwen mee. Dit blijkt uit onderzoek van Margot Tacken, waarop ze volgende week in Nijmegen promoveert. Van de vrouwen die worden opgeroepen voor de screening, laat slechts 65 procent ook echt een uitstrijkje maken. Als de huisarts de uitnodigingen verstuurt, zou het opkomstpercentage 10 tot 15 procent hoger liggen. Momenteel verschilt per regio welke instantie het onderzoek coördineert: soms de GGD of een van de Integrale Kankercentra, soms de gemeente of de huisarts.

Bij betrokkenheid van de huisarts gaat niet alleen de opkomst omhoog. Ook komen er na zes maanden meer vrouwen terug, die een herhaaladvies hebben gekregen. Nu geven lang niet alle vrouwen daaraan gehoor. De onderzoekster pleit er ook voor altijd voorlichtingsmateriaal met de oproep mee te sturen over het nut van het onderzoek.

Voedingscentrum wil scholen betrekken bij strijd tegen overgewicht

29 November 2005

In de strijd tegen overgewicht doet directeur Yvonne van Sluys van het Voedingscentrum een beroep op minister Van der Hoeven en haar ambtenaren. “Er moet serieus en wellicht onorthodox worden gekeken naar manieren om leerlingen bij te brengen wat de relatie is tussen eten en bewegen. Dat is niet alleen een verplichting vanuit het door minister Van der Hoeven ondertekende Convenant Overgewicht maar ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid.”

Morgen vindt de behandeling van de begroting van het ministerie van OC &W; plaats. Het Voedingscentrum heeft aan de Tweede Kamerleden gevraagd om bij minister Van der Hoeven te bepleiten dat de samenhang tussen eten en bewegen op school aandacht krijgt. Als voorbeeld noemt Van Sluys dat de leraar tijdens de gymles in zou kunnen gaan op vragen als “hoe lang moet je bewegen om de calorieën van een zak patat te verbranden?*”. Om hiervoor lesmateriaal te ontwikkelen, heeft het Voedingscentrum (het ‘eet’ instituut) samen met het NISB (het ‘beweeg’ instituut) subsidie voor een pilot-project aangevraagd.

Energiebalans
Een goed evenwicht tussen eten en bewegen is essentieel om overgewicht te voorkomen. Op school wordt aandacht besteed aan bewegen tijdens de gymles. Op andere momenten, zoals tijdens de biologieles, wordt aandacht besteed aan voeding. Maar kennisoverdracht over de energiebalans, de samenhang tussen eten en bewegen, ontbreekt. Juist deze samenhang is van belang bij het voorkomen van overgewicht.

Overgewicht neemt de laatste jaren alarmerend toe, vooral bij kinderen en jongeren. Ten opzichte van 1980 is er bij 6-jarige meisjes sprake van een verdubbeling en bij 8-jarige jongens zelfs van een verdrievoudiging van het aantal kinderen waarbij sprake is van overgewicht. Afhankelijk van de leeftijd heeft 8 tot 16 procent van de jeugd overgewicht. Om een verdere escalatie van deze zorgwekkende situatie te voorkomen is het van belang dat kinderen leren wat een gezonde leefstijl en een gezond voedingspatroon inhouden.
[Voedingcentrum]

Injectienaalden te kort voor dikke billen

29 November 2005

Overgewicht leidt ook in ziekenhuizen tot grote problemen. Sommige dikke patiënten krijgen namelijk te weinig medicijnen. Een onderzoek in een Iers ziekenhuis heeft uitgewezen dat veel patiënten te weinig medicijnen toegediend krijgen, omdat injectienaalden te kort zijn om door het vet op de achterwerken door te dringen tot de bilspieren.

Vooral bij vrouwen is het probleem acuut. Maar liefst 92% van de vrouwelijke patiënten bleek te dik te zijn voor de gebruikte injectienaald en kreeg niet de juiste hoeveelheid medicijnen.

Mannen die een prik kregen, hadden meer geluk. In 56% van de gevallen bereikte de stof de spier. De onderzoekers konden het medicijn in het lichaam ‘volgen’ door een klein luchtbelletje aan de injectie toe te voegen. De luchtbel kon worden gevolgd met een CT-scan.

Veel medicijnen, zoals vaccins, pijnstillers en middelen tegen kanker worden ingespoten in de spieren als de patiënt niet in staat is om de middelen door te slikken. Ook kunnen grotere doseringen worden toegediend. De billen worden gekozen, aangezien daar relatief weinig grote bloedvaten, zenuwen of botten zitten.

Sterk vervuilde mandarijnen in supermarkt

29 November 2005

Nederlandse supermarkten verkopen mandarijnen met zorgwekkend hoge concentraties bestrijdingsmiddelen. Met name voor jonge en nog ongeboren kinderen is gevaar voor de gezondheid op lange termijn niet uit te sluiten. Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van Milieudefensie, Natuur en Milieu en consumentenvereniging Goede Waar & Co. Bij een kwart van de onderzochte filialen zou een kind dat twee mandarijnen eet al boven de Acceptabele Dagelijkse Inname (ADI) norm van de Wereldgezondheids-organisatie (WHO) uitkomen. De milieuorganisaties vragen supermarkten om strengere eisen aan de leveranciers te stellen en de overheid om de verouderde normen snel aan te scherpen.

Begin november zijn van acht supermarktketens in totaal veertig monsters mandarijnen
onderzocht op aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Op alle monsters zijn bestrijdingsmiddelen aangetroffen, gemiddeld bijna zes verschillende gifstoffen per
monster. De gifstoffen zitten niet alleen op de schil, maar ook in de vrucht zelf. Alle mandarijnen kwamen uit Spanje. Toch waren er grote verschillen tussen de supermarktketens. C1000 en Edah scoorden het slechtst terwijl, Albert Heijn e ’schoonste’ mandarijnen in de schappen had liggen. Ook Lidl en Super de Boer deden het met een tweede en derde plaats relatief goed. Vorig jaar kwamen de mandarijnen van Lidl nog als slechtste uit de bus.

Op alle onderzochte mandarijnen zat imazalil. Deze stof heeft negatieve effecten op de voortplanting, is zeer irriterend voor huid en ogen en is mogelijk kankerverwekkend. De hoogste concentratie van imazalil werd aangetroffen op mandarijnen van een ALDI filiaal. Als een kind van twintig kilo twee van deze mandarijnen eet is bijna de helft van de dosis bereikt die volgens de WHO acuut giftig is.

Veertig procent van de aangetroffen stoffen zijn organofosfaten. Zij kunnen het
zenuwstelsel aantasten. Een groot probleem met deze stoffen is dat effecten elkaar kunnen versterken. De wettelijke normen gaan slechts uit van de gevolgen van één
stof, terwijl mensen dagelijks vele verschillende chemische stoffen binnenkrijgen. Op
meer dan een kwart van alle monsters werden bijvoorbeeld al drie verschillende
organofosfaten aangetroffen. Vorig jaar nog heeft de Gezondheidsraad gewaarschuwd voor gezondheidsrisico’s voor jonge kinderen van het organofosfaat chloorpyrifos. Deze stof is aangetroffen op 39 van de 40 monsters. Onderzoek heeft aangetoond dat met name blootstelling van kinderen en ongeborenen effecten kan hebben op het zich ontwikkelende zenuwstelsel. Geheugen- en coördinatieproblemen, ADHD en mogelijk cognitieve gevolgen zijn risico’s die blijken uit proefdierstudies. Daarnaast is de stof slecht afbreekbaar en zeer schadelijk voor het milieu.

Hoewel bij veel mandarijnen de gezondheidsnormen worden overschreden, voldoen zij toch aan de wettelijke eisen. Milieudefensie, Natuur en Milieu en Consumentenvereniging Goede Waar & Co vinden dan ook dat supermarkten, vooruitlopend op nieuwe gezondheidsnormen, strengere eisen moeten stellen aan hun leveranciers. Daarnaast moet de overheid de verouderde normen snel aanpassen aan de wetenschappelijke inzichten.
[Gezamenlijk persbericht van Milieudefensie, Natuur en Milieu en Goede Waar & Co]

Effectieve behandeling overgewicht mogelijk

28 November 2005

De combinatie van het anti-obesitas middel Sibutramine en aanpassing van de levensstijl resulteert in significant meer gewichtsverlies dan aanpassing van de levensstijl alleen, zo blijkt uit een publicatie van het gerenommeerde vaktijdschrift The New England Journal of Medicine van deze maand. Het één jaar durende onderzoek vergeleek het gewichtsverlies van 224 volwassen obesitas patiënten die óf alleen Sibutramine namen, óf alleen van levensstijl veranderenden, óf Sibutramine combineerden met aanpassing van de levensstijl. De resultaten in die laatste groep waren significant beter. Het gemiddelde gewichtsverlies van de mensen die Sibutramine combineerden met het aanpassen van hun levensstijl bedroeg na een jaar 12,1 kilogram (52 procent verloor minstens tien procent van het startgewicht), terwijl de groep die uitsluitend de levensstijl aanpaste gemiddeld 6,7 kilo afviel (29 procent verloor minstens tien procent van het startgewicht). Juist de combinatie van Sibutramine en gedragsaanpassing is zeer effectief om obesitas te behandelen, aldus de onderzoekers.

Lees verder op Culinear.net

Cranberry´s goed tegen tandplak

27 November 2005

Cranberry´s bevatten een stof die tandbederf kan tegengaan en gaatjes kan voorkomen. De stof voorkomt dat bacteriën zich aan de tanden hechten en ook dat zich tandplak vormt, zeggen wetenschappers van de University of Rochester Medical Center in New York.

Het is alleen jammer dat producten met cranberry’s over het algemeen ook barstensvol suiker zitten, wat weer slecht is voor de tanden. Een ander nadeel van het eten van cranberry´s is dat die een zure stof bevatten die de tanden aantast.

De onderzoekers gaan nu na of zij de werkzame stof uit de bessen kunnen halen om die te verwerken in tandpasta en mondwater.

Eerder is al ontdekt dat cranberry´s goed zijn tegen urineweginfecties.
[gezondheid.plein.nl]

Nadelen van Multitasken

26 November 2005

Op Elsevier.nl staat een interessant artikel over Multitasken: “Multitasken: Alles tegelijk doen werkt niet”.

E-mails lezen en intussen bellen en eten. Het lijkt zo dynamisch en ijverig, maar eigenlijk het is een trage en slordige manier van werken.

In tegenstelling tot wat vaak wordt verondersteld, werkt het denkende deel van het menselijk brein namelijk niet als een computer die vele taken tegelijk kan doen, en zonder vertraging en hapering van de ene op de andere taak kan overschakelen.

» Multitasken: Alles tegelijk doen werkt niet

Langetermijn effecten behandeling prostaatkanker in kaart

25 November 2005

Eénderde van de mannen die ter behandeling van, in een vroeg stadium ontdekte, prostaatkanker een operatie hebben ondergaan, heeft na 5 jaar plasklachten (31%). 88% heeft erectieproblemen. Van mannen die zijn bestraald heeft 64% vijf jaar erna erectieproblemen.

Kwaliteit van leven
Desondanks rapporteren deze patiënten een goede algemene kwaliteit van leven. Dit concludeert Ida Korfage in haar proefschrift ‘Gelokaliseerde prostaatkanker en kwaliteit van leven’, waarop zij op 23 november promoveert. De studie van Korfage is gefinancierd door KWF Kankerbestrijding.

Prostaatkanker is de meest voorkomende soort kanker onder mannen in Westerse landen. Als prostaatkanker in een vroeg stadium ontdekt wordt, kan behandeling door operatie of bestraling volgen. Uit andere studies blijkt dat de 5-jaars overleving dan ruim 90% is.

Neveneffecten
De behandeling kan wel neveneffecten veroorzaken, zoals erectieproblemen, plasklachten en darmklachten. Korfage, werkzaam bij de afdeling Maatschappelijke Gezondheidszorg van het Erasmus MC, bracht met haar onderzoek in kaart wat de lange termijn gevolgen zijn van behandeling van prostaatkanker op het functioneren en de algemene kwaliteit van leven.

Zij voerde haar onderzoek uit bij 300 mannen van middelbare of oudere leeftijd met prostaatkanker uit 4 Rotterdamse ziekenhuizen. De studie toonde aan dat verreweg de meeste plas-, darm- en erectieproblemen die 1 jaar na de behandeling nog niet zijn genezen, blijvend zullen zijn.

Onvermijdelijk gevolg
Veel patiënten bleken de neveneffecten te accepteren als een onvermijdelijk gevolg van de behandeling van een levensbedreigende ziekte; zij namen de neveneffecten ‘op de koop toe’. Verder bleken mannen seksuele problemen op oudere leeftijd min of meer gewoon te vinden.

Prostaatkanker kan vroeg worden opgespoord met de ‘prostaat-specifiek antigeen’ (PSA)-test. Nadeel van deze test is dat ook prostaatkanker wordt gevonden bij mannen die daar anders niet aan zouden zijn overleden.

Gezondheidsbeleving
Ook staat nog niet vast of de prognose verbetert door screening en vroegtijdige behandeling. Korfage vond dat het horen van de diagnose prostaatkanker een grote invloed heeft op de gezondheidsbeleving van mannen. Een effect dat volgens haar niet mag worden onderschat.

Daarom, maar vooral gezien de neveneffecten van behandeling, moet volgens Korfage aan mannen die de PSA-test overwegen op zijn minst onbevooroordeelde informatie beschikbaar worden gesteld over mogelijke gevolgen van vroege opsporing en behandeling.

[KWF - Kankerbestrijding]

Magere mensen eten meer tussendoortjes

25 November 2005

Magere mensen eten meer snacks tussen de maaltijden dan zwaarlijvige personen. De oorzaak van zwaarlijvigheid blijkt te liggen bij de combinatie van tal van slechte leefgewoonten. Dat zijn opmerkelijke vaststellingen van een onderzoek dat ULB-professor René Patesson uitvoerde in opdracht van Fevia, de federatie van de voedingsindustrie.

Voor het onderzoek werden 600 gezinnen geïnterviewd over hun eet- en leefgewoonten. Omdat het om een eenmalige bevraging gaat, wil professor Patesson geen wetenschappelijke conclusies trekken. “Maar de resultaten sterken mij wel in de overtuiging dat er te snel een oorzakelijk verband gezocht wordt tussen voeding en zwaarlijvigheid. Al is onevenwichtige voeding wel een versterkende factor voor obesitas”, aldus de professor.

Zo blijkt dat magere mensen meer snacks eten tussen de maaltijden. Dat gaat niet alleen om gezonde tussendoorjtes, ook chips en chocoladerepen gaan er vlot in. Zwaarlijvige mensen consumeren minder chips, gefrituurde maaltijden, suikerwafels en gesuikerde dranken dan andere mensen. Ze hebben daarentegen sneller de neiging om het ontbijt over te slaan dan personen met licht overgewicht. Ze besteden wel opvallend meer tijd aan de bereiding en het nuttigen van hun andere maaltijden.

Mensen met obesitas zijn veeleer levensgenieters dan fastfoodadepten, want slanke mensen blijken iets vaker een fastfoodrestaurant binnen te stappen dan zwaarlijvige mensen. Ook opmerkelijk is dat zwaarlijvige personen minder blijken te slapen, haast nooit meer dan acht uur per dag. Ze consumeren wel opmerkelijk meer alcohol dan magere mensen en doen minder aan sport.
[VILT - Vlaams Informatiecentrum over Land- en Tuinbouw]

Hielprik screening wordt uitgebreid

25 November 2005

Staatssecretaris Ross-Van Dorp van Volksgezondheid, Welzijn en Sport neemt het advies van de Gezondheidsraad over neonatale screening (hielprik) over. Het aantal aandoeningen waarop tijdens de hielprik wordt gescreend wordt met vijftien uitgebreid.

Uitbreiding van het aanbod is volgens Ross in het gezondheidsbelang van het kind. Het gaat weliswaar om relatief kleine aantallen opgespoorde kinderen, maar de winst is volgens haar hoog. Het aantal gewonnen levensjaren is groot en de kwaliteit van het leven van het opgespoorde kind kan sterk verbeteren. Het gaat bijvoorbeeld om de opsporing van sikkelcelziekte en MCAD-deficiëntie, aandoeningen die na opsporing behandelbaar zijn.

De Gezondheidsraad toonde volgens haar aan dat ten aanzien van de vijftien extra aandoeningen een effectieve behandeling voor de opgespoorde ziekte bestaat en de pasgeborene van wie het bloed wordt onderzocht gezondheidswinst kan behalen en betere diagnostiek of zorg tegemoet kan zien. Voor veertien aandoeningen bestaat een goede test. Het advies om voor taaislijmziekte onderzoek te doen naar een betere screeningsmethode, neemt Ross over.

Medicijn vermindert risico overgewicht

25 November 2005

Acomplia - RimonabantHet alom als veelbelovend omschreven medicijn rimonabant ­(Acomplia) brengt een significante afname teweeg in lichaamsgewicht en verbetert het profiel van een aantal metabole risicofactoren bij patiënten. Dat blijkt uit onderzoek gepubliceerd in NEJM van vorige week door Jean-Pierre Després en leden van de Rimonabant in Obesity-Lipids Study Group.

Aan de studie namen meer dan duizend mensen deel met (ernstig) overgewicht (BMI: 27-40) en met een onbehandelde atherogene dislipidemie. Ze kregen allen gedurende twaalf maanden óf een placebo óf rimonabant (5 mg of 20 mg dagelijks), steeds gecombineerd met een hypocalorisch dieet.

Lees verder op Medisch Contact

Overgewicht veel belangrijker dan zout

25 November 2005

Een landelijke campagne zoals die nu in Groot-Brittannië wordt gevoerd, met het doel het aantal hart- en vaatziekten te verlagen door de gemiddelde zoutinname te beperken, is in Nederland niet gerechtvaardigd. Dit vindt Diederick Grobbee, directeur en hoogleraar klinische epidemiologie bij het Juliuscentrum UMC Utrecht.

“Het effect van zoutbeperking op populatieniveau in landen met een gemiddelde zoutinname is beperkt. Bovendien is overgewicht verreweg de belangrijkste determinant voor hart- en vaatziekten”, aldus Grobbee in Voeding Nu 11 over zout. Toch staat volgens de smaak- en aromaleverancier Quest International in Naarden ook voor de industriële voedingsbereiders in Nederland het zoutgehalte op de innovatieagenda.
[VoedingNu]

Nederlandse babysterfte hoger dan bekend

24 November 2005

De babysterfte in Nederland is hoger dan twee jaar geleden werd gemeld. Van alle duizend baby´s sterven er 13,4 laat in de zwangerschap of in de eerste levensmaand. Bij 9 procent van de gevallen is waarschijnlijk, of zeer waarschijnlijk de verloskundige zorg tekort geschoten.

Dit blijkt uit een donderdag in Zeist gepresenteerd onderzoek van het College voor Zorgverzekeringen en de commissie perinatal audit. De uitkomsten wijken ernstig af van het rapport dat het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu vorige maand publiceerde. Volgens het RIVM was de babysterfte in Nederland hoger dan in vijftien andere Europese landen, omdat er meer zwangere vrouwen uit risicogroepen zijn, als rokers en allochtonen.

Onderzoeksleider prof. J. Merkus wees dat argument donderdag in NRC Handelsblad van de hand. Volgens hem zijn er in Denemarken veel meer rokende moeders en zijn er in Engeland ook veel allochtonen en scoren die landen veel beter dan Nederland. Volgens het onderzoek uit 2003 lag het sterftecijfer in Nederland op 7,4 per duizend, terwijl het bijvoorbeeld in Engeland 5,3 was.