Nieuwe scan verbetert behandeling teruggekeerde prostaatkanker

2 September 2010 Geen reacties »

In het UMC Utrecht zijn de eerste elf patiënten behandeld met een prostaat-sparende bestralingsmethode. Een speciale MRI-scan van de prostaat maakt preciezere bestraling mogelijk. Arts-onderzoeker Maaike Moman van het UMC Utrecht beschrijft dit in haar proefschrift, waarop zij op 7 september aan de Universiteit Utrecht promoveert.

Moman onderzocht patiënten waarbij prostaatkanker na de eerste behandeling terugkeert. Artsen hebben voor deze patiënten nog maar één genezend redmiddel: de prostaat nogmaals volledig bestralen of verwijderen. Vanwege de ernstige bijwerkingen – plasproblemen, endeldarm-ontsteking, impotentie – gaan artsen niet graag over tot deze drastische ingreep.

Het onderzoek van Moman biedt een alternatief. Zij gebruikt een speciale MRI-scan (dynamisch contrast versterkte MRI) om bloedvaten – en daarmee ook goed doorbloede tumoren – beter zichtbaar te maken. Dankzij de scan is te zien in welk deel van de prostaat de tumor is teruggekeerd. Inwendige bestraling via radioactieve jodiumzaadjes behandelt vervolgens alleen het aangedane deel van de prostaat. Door de gerichtere bestraling ontvangt de patiënt in een kleiner gebied straling en blijft meer gezond weefsel intact.

Inmiddels zijn de eerste elf patiënten via deze methode behandeld. De mannen zijn 60 tot 70 jaar oud en drie tot tien jaar na de eerste behandeling is bij hun de prostaatkanker teruggekomen. Na de nieuwe behandeling lijkt de prostaattumor vooralsnog verdwenen te zijn. Maar gemiddeld is nog slechts zes maanden verstreken sinds de behandeling dus het is te vroeg om te zeggen of de kanker op de lange termijn ook wegblijft. Maar bovenal ondervinden de patiënten weinig bijwerkingen, dat is een sterke vooruitgang ten opzichte van de standaardbehandeling.

“De techniek staat nog in de kinderschoenen”, aldus Moman, “maar ik hoop dat we het kunnen ontwikkelen tot een succesvolle behandeling. Overigens komen niet alle patiënten met prostaatkanker in aanmerking voor de nieuwe behandeling. We selecteren geschikte patiënten op basis van hun gezondheidstoestand en de grootte en plaats van de tumor.”

In principe zou de techniek ook geschikt zijn om voor het eerst vastgestelde prostaatkanker te behandelen. Maar artsen in het UMC Utrecht kiezen ervoor om in die fase van de ziekte de hele prostaat te bestralen.
Prostaatkanker

Prostaatkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. In Nederland hebben ongeveer 35.800 mannen prostaatkanker (4,5 per 1.000 mannen). Ongeveer de helft daarvan is ouder dan 75 jaar.

De prostaat is een klier die om de urinebuis heen ligt en hulpstoffen maakt die aan het sperma worden toegevoegd. Ook voorkomt de prostaat dat sperma de blaas in stroomt. De klier heeft bij een jongvolwassen man ongeveer het formaat van een walnoot, het volume neemt toe met de leeftijd. Een vergrote prostaat leidt tot plasproblemen.

Maaike Moman verrichtte haar onderzoek bij de afdeling Radiotherapie van het UMC Utrecht, in februari 2011 start zij met haar opleiding tot radioloog.

Prof. dr. Willem Mali en prof. dr. Jan Battermann begeleidden het onderzoek. Moman promoveert op 7 september aan de Universiteit Utrecht.
[UMC Utrecht]

VeinViewer maakt bloedprikken en aanleggen van een infuus stuk makkelijker

2 September 2010 Geen reacties »

veinviewerHet Universitair Medisch Centrum Groningen gebruikt als eerste ziekenhuis in Nederland een nieuw apparaat dat bloedprikken en het aanleggen van een infuus een stuk makkelijker maakt. Patiënten en medewerkers van de prikpoli’s, de afdelingen Interne Geneeskunde, Neonatologie en Anesthesie zijn enthousiast.

De kleine handzame VeinViewer maakt met een onschadelijke techniek dat lijkt op infrarood een duidelijke digitale afbeelding op de huid waarop te zien is waar de bloedvaten lopen. Artsen en verpleegkundigen kunnen zo sneller en beter bepalen hoe en waar ze de patiënt moeten prikken. Het UMCG gebruikt het apparaat vooral bij patiënten die moeilijk te prikken zijn, zoals kinderen en mensen die vaak geprikt moeten worden. Voor hen is de VeinViewer een uitkomst. Er wordt minder vaak misgeprikt, het gaat sneller en wordt daardoor als minder pijnlijk ervaren.

Studies van de fabrikant hebben aangetoond dat gebruik van de VeinViewer het aantal malen dat verkeerd geprikt wordt en de tijd die nodig is om een ader goed aan te prikken met 50% afneemt. Daarnaast neemt de patiënttevredenheid aanzienlijk toe.

Het apparaat is een Amerikaanse uitvinding en wordt in Oostenrijk geproduceerd.

Betere behandeling baarmoederhalskanker door tumor opwarming

1 September 2010 Geen reacties »

baarmoederhalskankerVrouwen met baarmoederhalskanker hebben een aanzienlijk grotere overlevingskans als zij een behandeling krijgen waarbij de tumor door middel van microgolven wordt opgewarmd (hyperthermie). Dat blijkt uit onderzoek waarop radiotherapeut Martine Franckema vrijdag promoveert aan het Erasmus MC in Rotterdam.

De tumorcellen worden verzwakt doordat zij worden opgewarmd tot een temperatuur van 40 tot 44 graden. Dat gebeurt met behulp van microgolven die vergelijkbaar zijn met de straling van een magnetron. De warmte zorgt bovendien voor een betere doorbloeding van de tumor. Daardoor slaan reguliere behandelingen, zoals chemotherapie en bestraling, beter aan.

Voor haar proefschrift onderzocht Franckema de behandelresultaten van bijna vijfhonderd patiënten. Bij alle patiënten verbeterde de situatie door de toevoeging van hyperthermie aan de behandeling.

Online diabetesgame Balance Battle gelanceerd

1 September 2010 Geen reacties »

Diabetes Fonds de Balance BattleBalance Battle: online diabetesgame van het Diabetes Fonds
Vandaag heeft het Diabetes Fonds de Balance Battle gelanceerd. De Balance Battle is een online game die laat zien wat diabetes doet in je lichaam en wat je moet doen om je bloedsuiker op peil te houden. De game is te spelen op de website van het Diabetes Fonds en in CORPUS, het belevingscentrum rond het menselijk lichaam in Oegstgeest. De spelers die op 30 september de hoogste score hebben, winnen vrijkaartjes voor CORPUS.

Als gamer ben je een mannetje dat als een razende een parcours aflegt. Tijdens het parcours moet je overeind blijven. Omdat je diabetes hebt, valt dat niet mee. Door goed met rondvliegende bananen, beweging en medicijnen om te gaan blijft je bloedsuiker goed en kun je winnen.

Directeur Bert Kuipers van het Diabetes Fonds: “We richten ons met de Balance Battle vooral op jongeren. Het is lastig om te laten zien ‘waar je diabetes zit’ of wat er precies gebeurt in je lichaam. Bij diabetes kan het lichaam de bloedsuiker niet meer zelf regelen. Het evenwicht is weg. Dat kenmerk is gebruikt in het spel. Op een vereenvoudigde en grappige manier ervaar je dat leven met diabetes een battle kan zijn”.

Het spel staat op de site van het Diabetes Fonds maar is ook te spelen in Corpus. Hier is het een onderdeel van de lifeline. Een reis door het  lichaam, waarbij je tussen de ‘bloedvaten’ op een computer met een touchscreen hetzelfde spel kunt spelen.

Bewegen en goede bloedsuiker belangrijk
In Nederland hebben inmiddels bijna 1 miljoen mensen diabetes. Jongeren krijgen meestal type 1, het lichaam maakt geen insuline aan. Dit type is niet te voorkomen.  Steeds meer mensen hebben diabetes type 2, het lichaam reageert niet goed op insuline. Dit type is te voorkomen door te bewegen en op voeding te letten.

De gevolgen van diabetes zijn voor beide typen vergelijkbaar. Zo kunnen mensen last krijgen van hartklachten, slechtziendheid en nieraandoeningen. Bewegen en op de bloedsuiker letten, kunnen dit proces vertragen. Vandaar dat dit is gekozen als uitgangspunt van het spel.

Familiefonds maakt spel mogelijk
Het Diabetes Fonds maakt zich sterk om diabetes en complicaties te voorkomen en te genezen. Daarmee wil het zorgen voor een betere kwaliteit van leven voor mensen met diabetes. Om dat te bereiken zamelt het Diabetes Fonds geld in voor wetenschappelijk onderzoek en voorlichting. Het fonds krijgt geen subsidie van de overheid. Een familiefonds, de Stichting Zabawas heeft het volledige spel gefinancieerd. Zij ondersteunen de doelstellingen van het fonds en vinden voorlichting erg belangrijk.

Impuls voor onderzoek naar spierziekten in Nederland

1 September 2010 Geen reacties »

Op 1 september 2010 is neuroloog dr. Jan Verschuuren benoemd tot bijzonder hoogleraar Neuromusculaire ziekten bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Deze leerstoel is ingesteld voor een periode van vijf jaar en wordt gefinancierd door het Prinses Beatrix Fonds.

Jan Verschuuren en Dick van der Meer Prof. Verschuuren richt zich in zijn onderzoek op aandoeningen van de spier zelf, zoals Duchenne spierdystrofie én op ziekten waarbij de overgang tussen zenuw en spier aangedaan is (myasthenie). Bij myasthenie is de signaaloverdracht van zenuw naar spier verstoord, bijvoorbeeld door een genetisch defect of doordat het eigen afweersysteem de eiwitten aanvalt die de signalen moeten overbrengen. Zodoende kan de spier de opdrachten van het centraal zenuwstelsel niet uitvoeren.

“Wij proberen in kaart te brengen bij wie de genoemde ziektes ontstaan, welke mechanismen erachter zitten en hoe we de patiënt beter kunnen maken”, legt Verschuuren uit. “Denk aan immunologisch onderzoek in het lab, waarbij we kijken tegen welke eiwitten de antistoffen van myastheniepatiënten gericht zijn. Of denk aan onderzoek met bloed of spierweefsel om na te gaan welke eiwitten een rol spelen bij het ziekteproces in jongens met Duchenne spierdystrofie. Dat moet meer inzicht geven in de ontstaansmechanismen van deze ziektes.”

Therapie
Daarnaast werkt de hoogleraar binnen zijn onderzoeksgroep aan een meer gedetailleerd inzicht in de spieren met MRI, aan effecten van de ziekte van Duchenne op het cognitief vermogen van patiënten. Dit moet bijdragen aan de ontwikkeling van therapieën. “Met de ziekte van Duchenne zijn we daarmee al aardig op weg – de door het LUMC ontwikkelde antisense-therapie wordt nu verder ontwikkeld en momenteel bij patiënten getest. Bij myasthenie werken we mee aan internationale studies die een mogelijk positief effect van het verwijderen van de thymus, oftewel zwezerik, bestuderen en testen we nieuwe afweeronderdrukkende medicijnen.” De benoeming tot hoogleraar vormt voor Verschuuren een extra erkenning voor zijn onderzoeksgebied.

Het Prinses Beatrix Fonds zet zich in voor mensen met een spierziekte of bewegingsstoornis, onder meer door het financieren van wetenschappelijk onderzoek. Met het instellen van bijzondere leerstoelen zorgt het fonds ervoor dat spierziekten en bewegingsstoornissen een strategische positie krijgen binnen universitair medische centra. Hiermee wordt onderzoek gewaarborgd en internationale samenwerking gestimuleerd.

Combinatie van medicijnen toch niet erg

1 September 2010 Geen reacties »

medicijnenUit grootschalig onderzoek van het Universitair Medisch Centrum Utrecht blijkt dat het gelijktijdig gebruik van de bloedplaatjesremmer Plavix en twee maagzuurremmers (omeprazol en esomeprazol) niet per definitie schadelijk is. Patiënten met maagzuurremmers blijken vantevoren al zieker zijn. De resultaten zijn vorige week gepubliceerd in het tijdschrift The American Journal of Gastroenterology.

De uitkomst van dit onderzoek staat haaks op de richtlijn die huisartsen en specialisten hanteren. “Dat betekent dat patiënten goed werkende middelen wordt onthouden”, aldus hoofdonderzoeker prof.dr. Peter Siersema van het UMC Utrecht.

Patiënten die een hartinfarct hebben gehad krijgen vaak clopidogrel (Plavix) om de vorming (slag)aderverkalking en een nieuw hartinfarct te voorkomen. Het medicijn vergroot echter de kans op maagbloedingen, vandaar dat deze patiënten vaak ook maagzuurremmers ontvangen. Artsen van het UMC Utrecht analyseerden met terugwerkende kracht gezondheid en medicijngebruik van vier miljoen Nederlanders. Ruim 19.000 mensen gebruikten Plavix en bijna 6.000 daarvan combineerden dat met maagzuurremmers. De gezondheid van patiënten die Plavix en maagzuurremmers combineerden was inderdaad slechter dan Plavix-gebruikers. Ze hadden meer kans op maagproblemen en ze kampten vaker met hart- en vaatziekten.

Maar zeer waarschijnlijk ligt dat niet aan de combinatie van Plavix en de maagzuurremmers. De onderzoekers van het UMC Utrecht suggereren dat het gebruik van maagzuurremmers een aanwijzing is voor een slechtere gezondheid. Patiënten die Plavix en maagzuurremmers combineren blijken vantevoren al zieker te zijn dan alleen Plavixgebruikers. Ze gebruiken meer andere medicijnen, hebben al vaker maagzweren gehad en hebben vaker andere cardiovasculaire aandoeningen. Bovendien stond dit effect los van het type maagzuurremmer. Er werd geen verschil gevonden tussen de verschillende typen maagzuurremmers. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat omeprazol en esomeprazol specifiek de werking van Plavix verminderen. Het ligt meer voor de hand dat maagzuurremmers hier geen verslechterende rol in spelen.

Al lang bestaat discussie over de vraag of dit de werking van Plavix verslechtert, maar resultaten van wetenschappelijk onderzoek zijn tegenstrijdig. Maar het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), dat zich baseert op de KNMP, de vakvereniging van apothekers en het EMEA (European Medicine Agency), concludeerde dat maagzuurremmers omeprazol (Losec) en esomeprazol (Nexium) de werking van Plavix verminderen. De Utrechtse onderzoekers vragen zich af of dit standpunt wellicht herzien moet worden in het licht van hun recente onderzoek.
[UMC Utrecht]

NISB: BeweegKuur moet in basispakket

1 September 2010 Geen reacties »

overgewichtDe BeweegKuur voor aanpak van overgewicht en obesitas hoort snel in het basispakket te komen. Dat blijkt volgens het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen in Ede klinkklaar uit het advies over gecombineerde leefstijlinterventies dat het College voor Zorgverzekeringen heeft uitgebracht aan demissionair minister Ab Klink van VWS.

Dat is goed nieuws voor mensen met overgewicht en een hoogrisicofactor zoals bijvoorbeeld diabetes, omdat ze echt hulp krijgen om gezonder te leren leven en daar de vruchten van kunnen plukken. En het is zeker goed nieuws voor de schatkist, vanwege de maatschappelijke besparingen. “Bewegen loont, dat verkondigen wij al jaren, maar nu wordt het keihard bewezen”, aldus Clémence Ross, directeur NISB. “Wij zien dagelijks in de praktijk dat de BeweegKuur mensen met diabetes en overgewicht actiever en gezonder, en dus gelukkiger maakt. En het ‘inverdieneffect’ is enorm: de opbrengst van de BeweegKuur is vele malen groter dan de investering die ervoor nodig is.”

Binnen een periode van tien jaar wordt 1,08 miljard euro aan besparingen op gezondheidseffecten bereikt als de BeweegKuur wordt ingevoerd. Met aftrek van de kosten blijft uiteindelijk 916 miljoen euro totale opbrengsten over door met name vermindering arbeidsverzuim en minder gebruik van zorg. Invoering levert in de eerste jaren een forse kostenpost op, maar dat wordt heel snel gecompenseerd door de opbrengst. CvZ heeft berekend dat in het eerste jaar van invoering 236.000 mensen zullen deelnemen aan een gecombineerde leefstijlinterventie, zoals de BeweegKuur.

Recept van de huisarts
De pakketprijzen die CvZ in het advies heeft gehanteerd, zijn gebaseerd op de BeweegKuur, die NISB heeft ontwikkeld samen met partners, met subsidie van VWS. De BeweegKuur bereikt overal in het land bewezen goede resultaten bij mensen met (hoog risico op) diabetes en/of met overgewicht. Zij krijgen een recept van de huisarts voor begeleiding van bijvoorbeeld diëtisten en fysiotherapeuten naar een actievere en gezondere leefstijl. NISB is al sinds 2007 bezig met de BeweegKuur. Momenteel worden overal in het land al opleidingen gegeven aan alle leefstijladviseurs, fysio-/oefentherapeuten, diëtisten en netwerkbegeleiders. Honderden professionals uit de eerstelijnszorg en rond de tweeduizend gemotiveerde deelnemers zijn betrokken bij de laatste testen van de BeweegKuur voordat deze landelijk kan worden ingevoerd per 1 januari 2012.

NISB is erg blij met de inhoud van het rapport. Wel zet de organisatie nog vraagtekens bij het advies dat deelname gratis zou moeten zijn. In een deel van de pilots wordt een eigen bijdrage gevraagd. Uit die ervaringen in de praktijk blijkt dat voor het merendeel van de deelnemers een beperkte eigen bijdrage geen beletsel is en juist ook motiverend kan werken om de adviezen op te volgen. Ook is de overgang van bewegen onder begeleiding van een fysiotherapeut naar een gewoon lidmaatschap van een vereniging of fitnesscentrum dan niet zo groot, wat volgens NISB de kans op doorzetten van de gezonde leefstijl vergroot.

Lokale aanpak werkt
Typisch voor BeweegKuur is het vormen van een lokaal netwerk, waarbij gemeenten en eerstelijnszorg en sport en welzijn samenwerken. Daarmee sluit BeweegKuur ook nauw aan bij eerdere adviezen van de Raad voor de Volksgezondheid, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en RIVM dat landelijk en lokaal preventiebeleid veel beter op elkaar moeten aansluiten.

BeweegKuur
De BeweegKuur wordt ontwikkeld met subsidie van het ministerie van VWS. Het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) is projectleider van de BeweegKuur en werkt daarbij samen met verschillende partners, te weten het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), de Landelijke Vereniging Georganiseerde eerstelijn (LVG), de Nederlandse Vereniging voor Doktersassistenten (NVDA), het Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF), de Nederlandse Vereniging voor Diëtisten (NVD), Diabetes Vereniging Nederland (DVN), de Nederlandse Diabetes Federatie (NDF) en de Vereniging voor Sportgeneeskunde (VSG). Aan de doorontwikkeling van de BeweegKuur voor mensen met overgewicht of obesitas hebben ook de volgende organisaties meegewerkt: het Partnerschap Overgewicht Nederland (PON), de Obesitas Vereniging en het Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP).
[NISB]

Nominaties Het Beste Zorgidee 2010 bekend

31 Augustus 2010 Geen reacties »

Het Beste ZorgideeONVZ Zorgverzekeraar heeft vandaag de nominaties voor Het Beste Zorgidee van 2010 bekend gemaakt. Uit de ruim 300 inzendingen voor Het Beste Zorgidee van 2010 zijn vijf genomineerden gekozen. Zij maken kans op een cheque ter waarde van 10.000 euro. De winnaar van ‘Het Beste Zorgidee’ wordt op 26 oktober 2010 in Amsterdam bekendgemaakt.

De genomineerden voor het Beste Zorgidee 2010 zijn:

  • Herman Hellemans uit Vleuten
  • John Blad uit Rotterdam
  • Guus Schoonman uit Den Haag
  • Els Veenstra uit Zeewolde
  • John Rietman uit Venray

Erno Kleijnenberg, voorzitter van de Raad van Bestuur bij ONVZ Zorgverzekeraar: “We hebben dit jaar erg veel kwalitatief goede inzendingen ontvangen. De politieke discussie rondom de zorg heeft Nederlanders aan het denken gezet over ons zorgstelsel. Men heeft dit jaar echt doorgedacht over het idee, met name het thema efficiëntie kwam vaak terug. Het was moeilijk om een keuze te maken uit de grote hoeveelheid inzendingen. Graag wil ik de mensen die niet genomineerd zijn, vragen om volgend jaar weer mee te doen. Wie weet is uw idee volgend jaar wel het Beste Zorgidee van 2011.”

Genomineerde inzendingen
Herman Hellemans opperde een medisch punt in de regio, waar je zonder (dokters)afspraak langs kunt gaan voor kleine wissewasjes als oren uitspuiten en wratten weghalen. De tweede genomineerde inzending komt van John Blad: een tiener-informatiepakket, wat door de betreffende zorgverzekeraar toegestuurd wordt circa een maand vóór het behalen van de 16-jarige leeftijd. Guus Schoonman dingt mee naar de titel ‘Het Beste Zorgidee’ met een ‘Patiënten Feedback Paal’: De paal staat op een herkenbare plek in de zorginstelling en verzamelt structureel digitale feedback van patiënten (of bezoek), direct na afloop van het consult. Ook Els Veenstra komt in aanmerking voor een nominatie, zij ziet graag dat er een website komt waarop je digitaal je fysiotherapie-oefeningen thuis kunt bekijken en kunt uitvoeren, zodat je niet onnodig vaak naar de fysiotherapeut hoeft. Tenslotte is John Rietman genomineerd met zijn idee om beeldcontact te realiseren tussen speciaal getrainde vrijwilligers en cliënten in de thuiszorg. Zo kunnen cliënten een sociaal praatje maken wanneer gewenst.

Criteria
De inzendingen zijn beoordeeld op een aantal criteria: is het toepasbaar in Nederlandse zorginstellingen en is het praktisch uitvoerbaar. Ook het effect moest meetbaar zijn, zodat bepaald kan worden of het een bijdrage levert aan het Nederlandse zorgstelsel. Vervolgens werd onderzocht tegen welke kosten en op welke termijn het idee kan worden gerealiseerd. De vijf genomineerden mogen hun idee presenteren aan een deskundige jury tijdens de jurydag op 2 september. Hierna mag het publiek meestemmen via de site www.hetbestezorgidee.nl. De jury neemt de stemmen van het publiek mee in haar eindoordeel en dat resulteert in één winnaar. De winnaar wordt bekendgemaakt op 26 oktober 2010.

Over ‘Het Beste Zorgidee’ van ONVZ Zorgverzekeraar
ONVZ Zorgverzekeraar is een middelgrote zorgverzekeraar uit Houten. Om ook de markt te laten spreken startte ONVZ in 2008 de wedstrijd ‘Het Beste Zorgidee’: een wedstrijd om het publiek van Nederland mee te laten denken aan de verbetering van de zorg. De winnaar van ‘Het Beste Zorgidee’ ontvangt een cheque ter waarde van €10.000, vrij te besteden. ONVZ gaat naar aanleiding van de gestelde criteria bepalen of het winnende idee inzetbaar is en hoe haar contacten kunnen helpen bij de realisatie van het idee. De jury bestaat uit: Prof. dr. N.A.M. Urbanus, oud-voorzitter Raad van Bestuur AMC Amsterdam, dr. P. Hasekamp, directeur Zorgverzekeraars Nederland en mr. E.A. Kleijnenberg, voorzitter van de Raad van bestuur van ONVZ. Mocht u meer informatie wensen, kijk op www.hetbestezorgidee.nl.

Omgeving heeft invloed op ADHD

31 Augustus 2010 Geen reacties »

ADHDBiologische en gezinsfactoren hebben, ook los van genetische aanleg, invloed op de ontwikkeling van de stoornis ADHD bij kinderen. Een hoog geboortegewicht, een moeder die rookt tijdens de zwangerschap en complicaties tijdens zwangerschap en bevalling zijn omstandigheden die samenhangen met ADHD-symptomen bij kinderen. Dit blijkt uit een onderzoek van Cathelijne Buschgens, dat zij verrichtte bij de afdeling Psychiatrie van het UMC St Radboud. Zij promoveert op 9 september tot doctor in de medische wetenschappen.

Onderlinge samenhang
De laatste jaren is er bij onderzoekers en anderen veel belangstelling voor de genetische achtergrond van ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder), een stoornis die gekenmerkt wordt door aandachtproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit. Dat ook ‘de omgeving’ invloed heeft op ADHD, is weliswaar altijd verondersteld, maar gedegen onderzoek naar het belang van specifieke omgevingsfactoren, waarbij gelijkertijd rekening wordt gehouden met genetische aanleg, is nog weinig gedaan. ‘Dat is jammer’, vindt orthopedagoog Cathelijne Buschgens (UMC St Radboud), ‘vooral omdat omgevingsfactoren handvatten kunnen bieden voor preventie en behandeling.’

Buschgens analyseerde onder andere enquêtegegevens die verzameld zijn in een Nederlandse studie onder enkele duizenden kinderen en hun ouders en leerkrachten. Zij zocht naar een eventuele onderlinge samenhang tussen omstandigheden tijdens zwangerschap en geboorte enerzijds en symptomen van ADHD anderzijds. Binnen dit onderzoek is ook het familierisico in beschouwing genomen; dat is een benadering van de erfelijke kwetsbaarheid voor ADHD binnen het gezin.

Extra alert
Buschgens ontdekte dat een hoog geboortegewicht van het kind (negen pond of hoger), een moeder die rookt tijdens de zwangerschap en complicaties tijdens zwangerschap en bevalling een voorspellende waarde hebben voor ADHD-gedrag van het kind. Dit verband blijft overeind, ook als rekening wordt gehouden met het familierisico. Het verband is sterker, als er ook een familierisico bestaat.

Buschgens noemt het opvallend, dat een hoog geboortegewicht gevonden is als risicofactor voor ADHD. ‘Van een laag geboortegewicht is bekend dat het schadelijk kan zijn voor de gezondheid van een kind. Maar van een hoog geboortegewicht zijn veel minder lange termijn risico’s bekend.’ De gezondheidszorg zou extra alert moeten zijn, als rondom een geboorte een combinatie van deze risicofactoren aanwezig is.

Het hele gezin
Ze onderzocht ook de relatie tussen ADHD en diverse gezinsfactoren. Een weinig warme, overbeschermende en afwijzende opvoeding hangt samen met meer ADHD-kenmerken bij het kind. Daarnaast heeft ADHD bij ouder(s) ook effect op de ouder-kind relatie, en wordt de verhouding tussen broertjes en zusjes onderling beïnvloed door ADHD-gedrag van één van de kinderen.
Een belangrijke aanbeveling van het proefschrift is dan ook om bij de behandeling van ADHD van een kind, of van een ouder, alle gezinsleden te betrekken.
[UMC St Radboud]

Meer kinderen mogelijkheid tot sporten door Jeugdsportfonds

31 Augustus 2010 Geen reacties »

kinderen sportenDeelnemen aan lichamelijke activiteiten en sport vergroot niet alleen de gezondheid van kinderen, maar kan ook zorgen voor maatschappelijke binding. Echter niet alle kinderen kunnen aan sport doen. Uit onderzoek komen indicaties naar voren dat armoede leidt tot sociale uitsluiting van kinderen, in die zin dat zij bijvoorbeeld om financiële redenen minder vaak deelnemen aan sportactiviteiten. Kinderen tot 18 jaar die in gezinnen leven met weinig geld kunnen via het Jeugdsportfonds een sportkans krijgen.

Het Mulier instituut heeft in opdracht van het Jeugdsportfonds de aanvraagcijfers van de eerste helft van 2010 onderzocht en op een rij gezet. Het Jeugdsportfonds heeft in de eerste helft van 2010 8.659 aanvragen gehonoreerd. Dat is een stijging van meer dan 20% ten opzichte van 2009. In het hele jaar 2009 werden 13.510 kinderen een sportkans geboden. Zwemmen (28%) en voetbal (26%) waren wederom de sporten waarvoor het vaakst werd aangevraagd, gevolgd door de vecht- en verdedigingssporten.
[Mulier Instituut]

Rem op emotioneel geheugen ontdekt

31 Augustus 2010 Geen reacties »

hersenenNeurowetenschappers van het UMC Utrecht hebben ontdekt hoe de hersenen voorkomen dat ze overspoeld raken met emotionele herinneringen. Dit mechanisme is wellicht verstoord bij patiënten met posttraumatische stress-stoornis. Ze beschreven hun vinding in het tijdschrift PNAS van begin augustus.

Neurowetenschapper dr. Henk Karst van het UMC Utrecht bestudeerde zenuwcellen in de amygdala van muizen, een hersengebied dat betrokken is bij het opslaan van emoties. Het toedienen van het stresshormoon cortisol aan deze zenuwcellen bootst het meemaken van een angstige of stressvolle situatie na. De zenuwcellen worden actiever na blootstelling aan het stresshormoon, dat legt een stressvolle herinnering vast in het geheugen. Maar, ontdekte Karst, als dezelfde zenuwcellen een paar uur later weer in aanraking komen met het stresshormoon, daalt hun activiteit juist. Een nieuwe stressvolle ervaring wordt daardoor niet opgeslagen in het geheugen.

“Dit mechanisme beschermt het geheugen tegen een overload aan stressvolle herinneringen”, zegt Karst. “Het betekent ook dat je het stresshormoon juist nodig hebt om ervoor te zorgen dat je niet overspoeld raakt met traumatische herinneringen. Patiënten met het posttraumatische stress-syndroom maken minder cortisol. Onze resultaten zouden kunnen verklaren waarom deze mensen last hebben van hun herinneringen.”

Het verkeerd verwerken van stressvolle situaties door de hersenen speelt waarschijnlijk een rol bij het ontstaan van angststoornissen zoals posttraumatische stress-stoornis. Oorlogs–veteranen met posttraumatische stress-stoornis kampen met herbelevingen van traumatische herinneringen. Zij hebben vaak ook slaapstoornissen, concentratieproblemen en geheugenproblemen.
[UMC Utrecht]

Vervolgstudies naar HPV-thuistest op baarmoederhalskanker

31 Augustus 2010 Geen reacties »

baarmoederhalskankerIn het kader van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO) bracht de Commissie WBO van de raad op 31 augustus 2010 een positief advies uit aan de minister van VWS over een vergunningaanvraag van een samenwerkingsverband tussen het VU medisch centrum te Amsterdam, het Universitair Medisch Centrum Nijmegen, de Stichting Bevolkingsonderzoek Oost, de Stichting Bevolkingsonderzoek Midden-West en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Het advies betreft twee gerandomiseerde trials naar HPV-thuistests.

Voor deze studies worden in totaal 79 000 vrouwen benaderd die in 2007 of 2008 niet hebben gereageerd op een uitnodiging (en ook niet op een herinnering) voor het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. De twee onderzoeksvragen betreffen: een nieuwe afname/transportmethode en een nieuw, korter vervolgtraject voor vrouwen met een positieve HPV-test.
[Gezondheidsraad]