Gezonderworden.nl

Nieuws over gezondheid, overgewicht en diabetes

Minder suikerhoudende frisdrank op school

FrisdrankDe Nederlandse frisdrankproducenten stoppen met de verkoop van de traditionele, suikerhoudende frisdranken op middelbare scholen. De implementatie is uiterlijk eind 2018 afgerond en vanaf dan zijn er op middelbare scholen, naast water, alleen nog laagcalorische en calorievrije frisdranken beschikbaar. Hiermee loopt de industrie vooruit op de reeds bestaande afspraken gemaakt in het Akkoord ‘Gezonde Voeding op Scholen’ (2016-2020).

Het nieuwe Nederlandse commitment is onderdeel van een commitment van de gehele Europese frisdrankindustrie, waarbij is afgesproken dat in 2019 in heel Europa alleen nog maar laagcalorische en calorievrije frisdranken op middelbare scholen worden aangeboden. Raymond Gianotten, directeur Nederlandse vereniging Frisdranken, Waters, Sappen (FWS) is verheugd met het nieuwe commitment: “De frisdrankproducenten willen graag bijdragen aan oplossingen om obesitas onder jongeren verder te laten dalen. We ondersteunen het Akkoord ‘Gezonde Voeding op Scholen’ en kunnen hier door het aanbieden van laagcalorische en calorievrije frisdranken en water op middelbare scholen op een concrete wijze invulling aan geven. We zullen ook andere toeleveranciers en cateraars vragen hierin hun verantwoordelijkheid te nemen en ons beleid te volgen.”

Het is een nieuwe stap in een reeks aan maatregelen die de Nederlandse frisdrankindustrie reeds heeft genomen. Zo zijn er geen marketingactiviteiten gericht op kinderen tot 13 jaar, is de frisdrankindustrie niet actief op lagere scholen, zijn frisdrankautomaten op middelbare scholen non-branded en is de huidige ambitie om 60% van de automaten te vullen met water en/of laagcalorische frisdranken. “Dit alles sluit naadloos aan op de aangescherpte ambitie die de sector begin dit jaar aankondigde om in 2020 een caloriereductie van 15% via frisdranken te realiseren” vervolgt Gianotten. “Hierin spelen onder andere productherformulering, de introductie van nieuwe frisdranken met weinig tot geen calorieën en het aanbod van kleinere verpakkingen een belangrijke rol. Ook dit nieuwe commitment op middelbare scholen draagt bij aan onze doelstelling.”
[FWS]

70% supermarkt bestaat uit omstreden ‘ultra processed foods’

Uit onderzoek van foodwatch blijkt dat 70% van assortiment in de supermarkten uit de omstreden ‘ultra-processed foods’ bestaat. Ultra-processed foods zijn sterk bewerkt fabrieksvoedsel. Tot deze categorie voedsel behoren relatief veel ongezonde producten als frisdrank, snacks en fastfood. Zo bevatten ze vaak veel suiker, vet en zout en weinig mineralen, vitaminen en vezels. Ultra-processed foods worden in verband gebracht met obesitas, diabetes type 2, hart- en vaatziekten en diverse vormen van kanker.

Onder andere de Wereldgezondheidsorganisatie en het Voedingscentrum waarschuwen voor deze categorie fabrieksvoedsel, die een steeds groter deel van het Westerse voedselaanbod is gaan uitmaken. foodwatch: “Ongezonde ultra-processed foods domineren de supermarktschappen, met vergaande gevolgen voor de volksgezondheid. Zo komen er in Nederland wekelijks 1.200 nieuwe patiënten met diabetes type 2 (suikerziekte) bij.

Dit toont de noodzaak aan van een actief voedselbeleid van overheidswege. Denk bijvoorbeeld aan een lagere belasting op verse groente en fruit ten opzichte van junkfood, wettelijke maatregelen tegen kindermarketing van junkfood en dwingende maatregelen tegen misleidende etiketten.” Een goed voedingsadvies voor consumenten is: eet vooral onbewerkt, vers en plantaardig.

Lees verder op de website van Foodwatch

Schoolkantines gezonder met begeleiding

De Richtlijnen Gezondere Kantines van het Voedingscentrum worden beter ingevoerd als scholen daarbij begeleid worden. Dat blijkt uit een onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Met de Richtlijnen kan het aanbod van schoolkantines gezonder gemaakt worden, zodat jongeren makkelijker gezond kunnen kiezen. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de ‘Alles is gezondheid’-pledge Gezonde Schoolkantine.

De VU heeft met dit onderzoek, in samenwerking met het Voedingscentrum, zowel de aanpak van het Programma De Gezonde Schoolkantine als de nieuwe Richtlijnen in de dagelijkse praktijk geëvalueerd, om een strategie te ontwikkelen voor de verdere verspreiding van de Richtlijnen.

Resultaten
Bij de scholen die werden begeleid werd het aanbod van producten op de balie van de kantine gezonder dan bij de scholen die geen begeleiding kregen. In de begeleide scholen steeg het gemiddelde percentage gezondere producten van 46% naar 77%, terwijl dit percentage in de controle scholen van 50% naar 60% ging. Ook verbeterde de uitstraling in de kantines die ondersteuning kregen, bijvoorbeeld door het opvallend plaatsen van gezonde producten, zodat deze meer in het zicht staan. Betrokkenen zijn positief over het adviesgesprek en –rapport. “Het adviesrapport beschrijft wat er van ons verwacht wordt, zodat wij de te nemen stappen kunnen voorbereiden” zegt een betrokken zorgcoördinator.
Onderzoeker Carry Renders van de VU: “Dit onderzoek onderschrijft dat ondersteuning niet alleen gewenst, maar ook noodzakelijk blijkt te zijn voor een goede implementatie van de Richtlijnen Gezondere Kantines op scholen.”

Hoe verder?
Ongeveer één derde van de scholen in Nederland heeft een Schoolkantine Schaal verdiend, omdat zij voldoen aan de (oude en/of nieuwe) Richtlijnen. Om de Richtlijnen breder te verspreiden is het belangrijk om de begeleiding inclusief de hulpmiddelen actief bij scholen te blijven aanbieden.
Wat het effect is van de ingevoerde Richtlijnen op het aankoopgedrag van leerlingen wordt nog nader onderzocht. Ook zijn steeds meer sportkantines en bedrijfsrestaurants aan de slag met de Richtlijnen, voor hen zijn deze onderzoeksresultaten ook interessant.
“Wij voelen ons gesterkt in onze aanpak om deze begeleiding te blijven bieden, want álle scholen en leerlingen verdienen wat ons betreft een gezonde kantine”, aldus Heleen Schuit van het Voedingscentrum.
[ZonMw]

Virtueel thuis in ziekenhuis voor zwangeren

zwangerMet de introductie van een speciale virtual reality bril in Máxima Medisch Centrum wanen zwangeren die tijdens hun zwangerschap worden opgenomen zich even thuis in hun vertrouwde omgeving. Via een live-verbinding en de speciale bril kunnen ze 360 graden rondkijken en thuis met hun gezin, familie en vrienden praten. Deze nieuwe technologie maakt een ziekenhuisopname voor deze patiënten een stuk aangenamer en bevordert daarmee hun herstel.

Het innovatieve concept, genaamd VisitU, is in 2015 gelanceerd op de kinderafdeling van MMC Veldhoven. Vanwege bewezen succes wordt het nu ook op de Obstetrische High Care (intensive care voor zwangeren) van MMC geïntroduceerd. VisitU is ontwikkeld door arts-onderzoeker Stefan van Rooijen van Máxima Medisch Centrum, met ondersteuning van het Radboud REshape Innovation Center in Nijmegen en de Health Innovation Campus op het MMC terrein. Centra die jonge artsen aansporen tot innovaties in de zorg.

Virtueel thuis
Zwangere vrouwen met complicaties tijdens de zwangerschap zijn daardoor soms tot weken opgenomen op de intensive care voor zwangeren van MMC. Voor deze patiëntgroep heeft dit veel impact op het gezinsleven. Patiënten zouden graag de rest van hun gezin meer aandacht willen geven, maar dat is bijna niet mogelijk als ze in het ziekenhuis zijn.
Daar komt met de VR bril verandering in. Wanneer patiënten zijn opgenomen, dan kunnen zij de bril opzetten en even helemaal vergeten dat ze ziek zijn. Op elk gewenst moment van de dag kunnen ze virtueel contact leggen met het vertrouwde thuisfront. Kijkend door de bril voelt het alsof ze in hun eigen woonkamer zijn. Dat is voor patiënten een uitkomst. “Ze zijn weer onderdeel van het gezin, kunnen meepraten en hebben het gevoel dat ze bij hun gezin zijn”, vertelt initiatiefnemer en arts onderzoeker van MMC Stefan van Rooijen.

Stefan vervolgt: “In de bril zit een smartphone die via een speciale app live in verbinding staat met een 360-graden camera. Die camera kan overal staan. Thuis of bijvoorbeeld bij familie of vrienden. Je kunt op elke gewenste plek met iedereen verbinding leggen”.

Sneller herstel
Gynaecoloog Guid Oei van het Máxima is enthousiast: “De beleving is zeer realistisch. De bril geeft het gezin het gevoel dat hun zwangere moeder werkelijk thuis is. Dat is een prettige ervaring en geeft een kind veel vertrouwen.” De gynaecoloog is ervan overtuigd dat deze relatief nieuwe uitvinding het lichamelijk herstel van patiënten ten goede komt. “Voor patiënten is een ziekenhuisopname een stressvolle aangelegenheid. Ze worden uit hun comfortzone gehaald. Daarom zijn positieve invloeden, zoals VisitU die biedt met deze virtuele bril, zo belangrijk. Ik verwacht dat het lichamelijk herstel hierdoor wordt bevorderd.”

Verdere uitrol VisitU
Om VisitU goed aan te laten sluiten bij de wensen van patienten vind onderzoek plaats in MMC en RadboudUMC. In samenwerking met Fontys hogescholen onderzoekt MMC de waarde van virtual reality livestream en op welke wijze VisitU optimaal kan worden ingezet.
Mogelijk wordt op een later moment het concept op nog meer afdelingen binnen MMC uitgerold.
[Máxima Medisch Centrum]

Voedingscentrum waarschuwt voor niet goed doorbakken hamburger bij de kerstgourmet

gourmet vlees schotelZe zitten vaak in veel verkochte gourmetpakketten van de supermarkt, slager of groothandel: hamburgers. Maar niet iedereen is op de hoogte van het risico op een voedselinfectie bij gemalen vlees zoals hamburgers. 31% van de Nederlanders denkt ten onrechte dat ze niet ziek kunnen worden van een half doorbakken hamburger.

Dit blijkt uit onderzoek in opdracht van het Voedingscentrum onder 1.059 Nederlanders. Het Voedingscentrum wil mensen waarschuwen voor de verhoogde kans op een voedselinfectie bij het eten van niet goed doorbakken gemalen rund- en varkensvlees.

“Een hamburger kun je niet half rauw of rosé eten, het is niet hetzelfde als een biefstuk” zegt Wieke van der Vossen, expert Voedselveiligheid van het Voedingscentrum. “Een hamburger is gemalen vlees, vaak van rund- of varkensvlees. En in alle soorten gemalen vers vlees, zoals bijvoorbeeld worstjes en slavinken, kunnen schadelijke bacteriën voorkomen.”

Lees verder op de website van het Voedingscentrum

Zenuwschade na chemotherapie onderschat

Bepaalde chemotherapie veroorzaakt op grotere schaal zenuwschade dan tot nu toe werd gedacht. De dosis chemotherapie blijkt hiervoor bepalend. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Tonneke Beijers, internist in opleiding bij Máxima Medisch Centrum (MMC) in samenwerking met Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). De bijwerking treedt niet alleen op rond de behandeling, maar komt tot vele jaren daarna voor. Beijers promoveerde deze week aan de Universiteit Maastricht.

In Nederland worden elk jaar circa 100.000 patiënten geconfronteerd met de diagnose kanker. Bij behandeling met bepaalde chemotherapie kunnen allerlei bijwerkingen optreden, zoals misselijkheid, een tekort aan bloedplaatjes en/of witte bloedcellen en ook zenuwschade. Die laatste bijwerking krijgt tot nu toe nog te weinig aandacht. Zenuwschade ofwel neuropathie veroorzaakt sensorische klachten zoals tintelingen en pijn, kou en doofheid in handen en voeten en in mindere maten motorische klachten met krachtsverlies in armen en benen. Beijers onderzocht hiervoor een patiëntgroep met dikkedarmkanker en multiple myeloom, een vorm van witte bloedcelkanker. Het onderzoek is uitgevoerd met behulp van het patiëntenvolgsysteem van Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) dat gekoppeld is aan de Nederlandse Kankerregistratie.

Lees verder op de website van het Maxima Medisch Centrum

Identificatie risicopatiënten in huisartsenpraktijk met kunstmatige intelligentie

Huisartsen worden vanaf 2017 ondersteund door een expertsysteem die hen assisteert bij de identificatie van patiënten met een verhoogd risico op ziekte of overlijden. Daarnaast helpt het systeem de huisarts bij het maken van medisch inhoudelijke beslissingen, waardoor hij kan handelen volgens de richtlijnen van de beroepsgroep. Aanleiding voor de nieuwe software is de toenemende werkdruk in de praktijk en de toenemende complexiteit rondom patiëntenzorg. PharmaPartners Huisartsenzorg start vanaf januari 2017, in samenwerking met haar klanten, met de implementatie van de nieuwe softwaretool bij Medicom-gebruikers.

Met de nieuwe tool kunnen patiënten met een verhoogd risico op ziekte of overlijden makkelijker en sneller worden geïdentificeerd. Martijn Ivens, Product Owner Medicom en MedicomSmart bij PharmaPartners Huisartsenzorg: ‘Wanneer een patiënt op consult komt, toetst het systeem het dossier van de patiënt automatisch. Als er een afwijking wordt geconstateerd, bijvoorbeeld een verhoogde kans op diabetes waarvoor een aanvullend bloedonderzoek nodig is, dan ontvangt de huisarts hiervan een melding. Met één druk op de knop kan de huisarts een doorverwijzing aanmaken voor de patiënt. Samen met de gebruikers van Medicom hebben we dit concept uitgedacht. Maar ook implementeren we het systeem in samenwerking met de gebruikers, om zo goed mogelijk aan hun wensen te voldoen.’

‘Er blijft meer tijd over voor de patiënt’
De afgelopen jaren groeide de behoefte bij huisartsen aan een hulpmiddel dat hen ondersteunt bij de controle en behandeling van patiënten. Marc Spruit, huisarts bij Gezondheidscentrum Dillenburg: ‘De medische kennis verdubbelt elke vijf jaar. Ook moeten huisartsen door de verschuiving van tweedelijnstaken naar de eerstelijn steeds meer kennis tot zich nemen. Alle richtlijnen staan nu op papier en dient de huisarts uit zijn hoofd te kennen. Door deze richtlijnen geautomatiseerd te integreren in het systeem waar ze al in werken, scheelt dit ze veel werk, waardoor er meer tijd over blijft voor de patiënt.’

Proactief uitvoeren van risico-analyses
Huisartsen kunnen door middel van MedicomSmart niet alleen reactief, wanneer een patiënt op consult komt, maar ook proactief te werk gaan. ‘Vanuit huisartsen groeide de vraag naar een scan van alle patiënten, ook buiten de consulten om. Als een patiënt een paar jaar niet op gesprek is geweest, maar hij wel een verhoogd risico loopt, dan ontvangt de huisarts daarvan een seintje, waardoor ze de patiënt een oproep kunnen sturen voor een consult. Daardoor ben je er, bijvoorbeeld bij chronische patiënten, op tijd bij waardoor de risico’s worden verlaagd’ aldus Ivens.

Over MedicomSmart
MedicomSmart is een expertsysteem, dat gebruik maakt van kunstmatige intelligentie en de huisartsen ondersteunt bij het maken van beslissingen over patiënten. Het is volledig geïntegreerd in Medicom. MedicomSmart wordt in samenwerking met klanten vormgegeven, vanaf januari starten de klantsessies. Halverwege 2017 wordt MedicomSmart volledig opgeleverd. PharmaPartners Huisartsenzorg heeft de intentie om in samenwerking met één van de universiteiten onderzoek te doen in hoeverre MedicomSmart een bijdrage levert aan het verbeteren van de kwaliteit van de patiëntenzorg.
[PharmaPartners]

Huidige griep is milde griepepidemie

Verkouden griepHet langzaam toenemende aantal mensen met griepachtige klachten de afgelopen weken is inmiddels uitgelopen op een milde griepepidemie. Afgelopen week kwamen 61 op de 100.000 inwoners met griepachtige klachten bij de huisarts. De week ervoor was dat 58. Vooral jonge kinderen – 0 tot 4 jaar – komen bij de huisarts met griep.

In de wintermaanden lopen veel mensen te snotteren en te hoesten. Het kan een verkoudheid zijn maar ook griep. Bij snel stijgende koorts, hoofdpijn, fikse keelpijn, hoesten, spierpijn, is de kans groot dat het griepvirus je te pakken heeft. Ook misselijkheid en diarree kunnen erbij horen. Vooral bij ouderen die niet gevaccineerd zijn kan griep leiden tot een longontsteking.

Epidemie
In de nationale griepsurveillance door het NIVEL en het Nationaal Influenza Centrum spreken we van een epidemie als de peilstationshuisartsen van NIVEL Zorgregistraties eerste lijn twee weken achter elkaar meer dan 51 op de 100.000 mensen met griepachtige klachten rapporteren en virologisch onderzoek door het RIVM het griepvirus aantoont in neus- en keelmonsters van deze patiënten. Dit seizoen begint de griepepidemie enkele weken eerder dan voorgaande jaren. Afgelopen week kwamen 61 op de 100.000 inwoners met griepachtige klachten bij hun huisarts. In 24% van de afgenomen neus- en keelmonsters is in het laboratorium griepvirus gevonden, vooral A(H3N2). Verder zijn in de monsters verkoudheidsvirus en RS-virus gevonden.

Lees verder op de website van het NIVEL