Gezonderworden.nl

Nieuws over gezondheid, overgewicht en diabetes

1 op de 5 ouders last van ongezonde traktaties

snoepOngezonde traktaties van andere kinderen ervaart 1 op de 5 ouders als belemmering bij het stimuleren van hun kind om gezond te eten en drinken. Dat blijkt uit een onderzoek onder 607 ouders met kinderen van 3 of 4 jaar, dat Motivaction heeft uitgevoerd in opdracht van het Voedingscentrum.

Dat ouders traktaties van anderen als belemmering ervaren, vindt de woordvoerder van het Voedingscentrum Patricia Schutte niet vreemd. “Kinderen krijgen per schooljaar al gauw 30 traktaties. Wanneer de traktaties dan groot en calorierijk zijn, tikt dat aan. Voor kinderen is snoep namelijk al snel te veel.”

Doorzetten van verandering
De helft van de ouders geeft aan gezonde traktaties mee te willen geven naar school om gezond eten en drinken bij hun kind te stimuleren. “Een goed begin,” zegt Patricia Schutte. “Ik zie dat er steeds meer aandacht is voor gezonder trakteren. Ook scholen zelf besteden er aandacht aan door bijvoorbeeld een traktatiebeleid te maken.”

De betere traktatie
Patricia Schutte: “Een traktatie kan beter geen caloriebom zijn, maar gewoon bescheiden of gemaakt van groente en fruit. Een klein cadeautje in plaats van iets eetbaars kan natuurlijk ook. Waarom zou feest samen moeten gaan met te grote porties? Leer kinderen liever dat mooi versierd fruit of een doosje rozijnen feestelijk is. Tover bijvoorbeeld een mandarijntje om naar een vis of maak een vlinder van een rozijnendoosje.”

Ochtendpauze
9 van de 10 ouders zegt meestal groente of fruit mee te geven voor de ochtendpauze. “Een heel mooi aantal,” vindt Patricia Schutte. “Dit geeft aan dat gezond leeft onder ouders. We hopen dan ook dat deze gewoonte zich doorzet naar gezonde traktaties.“

Meer over trakteren en traktatie-ideeën: www.voedingscentrum.nl/trakteren
[Voedingscentrum]

Gebrekkige voetverzorging treft ongekend aantal van 15.000 kinderen per maand

baby voetenNederlandse ouders leren hun kinderen tandenpoetsen, hun haren wassen en elke dag schoon ondergoed aandoen. Maar afgaand op de maar liefst 15.000 kinderen die elke maand bij de pedicure belanden met voetklachten, blijft het enige opvoedkundige moment in relatie tot kindervoeten vaak beperkt tot het leren strikken van veters. Onderzoek van ProVoet, de landelijke brancheorganisatie voor de pedicure, wijst uit dat gebrek aan kennis bij ouders en kinderen de bron vormt van ongemak zoals ingegroeide teennagels en voetschimmel.

Nederlandse kinderen komen thuis voor hun fysieke gezondheid vaak niets tekort, zou je denken. Ze sporten zich aan alle kanten fit, letten steeds beter op hun eten en gaan trouw elk halfjaar preventief naar de tandarts. Toch belanden elke maand ongeveer 15.000 kinderen met voetklachten bij de pedicure, wijst onderzoek onder de bij ProVoet aangesloten pedicures uit. De conclusie? De ‘trouwste onderdaantjes’ van jong Nederland sjouwen elke dag hun jonge baasjes rond op school, sportclub en thuis, maar worden opvallend vaak verwaarloosd en soms zelfs mishandeld met weliswaar hip, maar totaal ongeschikt schoeisel. Ook lijkt de jongste generatie niet te weten hoe je veilig je teennagels knipt en na het douchen je voeten goed afdroogt.

Gebrek aan kennis grootste oorzaak
De pedicures aangesloten bij ProVoet zien de gevolgen van deze verwaarlozing in de vorm van voetklachten. Voetklachten zoals ingroeiende nagels, schimmelnagels, eelt, blaren en wratten, zijn niet alleen voorbehouden aan volwassenen. Pedicures van ProVoet behandelen in hun praktijk dan ook het ongekende aantal van 15.000 kinderen per maand dat last heeft van voetklachten

Onderzoek van belang voor ouders en leerkrachten
Uit het genoemde onderzoek van ProVoet is gebleken dat bij kinderen ouder dan 5 jaar regelmatig voetklachten voorkomen. Gebrek aan kennis over voetverzorging is een veel voorkomende oorzaak.

  • 77% van de pedicures krijgt vragen van de ouders over de voeten, voetverzorging en voetproblemen van hun kinderen.
  • Per maand bezoeken ongeveer 15.000 kinderen de pedicure.
  • 81% bezoekt de pedicure alleen voor het verhelpen van directe klachten.
  • Slechts 19% bezoekt de pedicure regelmatig.
  • Top 3 van klachten: Ingroeiende nagels, wratten en schimmelnagels.

(Bron: onderzoek onder ProVoet-pedicures 2015)

Landelijke campagne met als boegbeeld Kapitein ProVoet
Om dit onderwerp handen en vooral voeten te geven, heeft ProVoet een landelijke campagne ontwikkeld, gericht op kinderen. Het belangrijkste onderdeel is een lespakket voor leerlingen in groep 3 tot en met 6 van de basisschool. Het startschot van deze landelijke campagne, met in het middelpunt Kapitein proVoet, klinkt op 18 mei, tijdens de Week van de Pedicure. De campagnewebsite is te vinden op: www.kapiteinprovoet.nl.

Helft Nederlanders sport wekelijks

wandelen - hardlopenIn 2014 deed 53 procent van de Nederlanders van 12 tot 80 jaar wekelijks aan sport. Dit percentage ligt al jaren iets boven de 50 procent. Dat maken het CBS en het RIVM bekend tijdens de Nationale Sportweek. Mannen (53,9%) sporten iets vaker dan vrouwen (51,3%). Tieners (67,2%) en twintigers (65%) sporten het meest. Deze gegevens zijn verzameld via de Gezondheidsenquête van het CBS in het kader van de Leefstijlmonitor.

Sporten kan helpen om aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen te voldoen. Deze norm geeft aan hoeveel lichaamsbeweging minimaal nodig is voor de instandhouding en verbetering van de gezondheid. Voor volwassenen is dit minstens een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit op minimaal 5 dagen per week. Naast sport zijn er andere bezigheden waarbij mensen bewegen, zoals fietsen naar werk of school, huishoudelijke bezigheden en vrijetijdsactiviteiten, zoals tuinieren. Ook door dit soort activiteiten kunnen mensen aan de beweegnorm voldoen. In 2014 voldeed 56 procent van de mensen van 12 jaar of ouder aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen.

Verdubbeling van moeders die 6 maanden of langer borstvoeding geven

borstvoedingUit de Peiling Melkvoeding 2015 van TNO onder ruim 1700 vrouwen blijkt dat steeds meer vrouwen langer borstvoeding geven. Het percentage moeders dat na 6 maanden borstvoeding geeft is zelfs verdubbeld ten opzichte van 2010. Recent onderzoek van het RIVM bevestigt eerder onderzoek dat borstvoeding gunstig is voor de gezondheid van kind en moeder.

Steeds meer borstvoeding in Nederland
TNO doet sinds 2001 onderzoek naar het percentage moeders dat borstvoeding geeft. In 2015 zien we voor het eerst dat moeders langer doorgaan met het geven van borstvoeding. In 2015 geeft 39% van de moeders na 6 maanden borstvoeding, terwijl dat in 2010 18% was. Het percentage moeders dat start met het geven van borstvoeding ligt in al die jaren steeds rond de 80%. Hoogopgeleide moeders starten vaker met borstvoeding (90%) dan laagopgeleide moeders (69%) (cijfers 2015). In 2015 zien we in de eerste twee weken na de geboorte de grootste daling van het aantal moeders dat borstvoeding geeft. Redenen hiervoor zijn twijfels over voldoende melk, pijn bij het voeden en problemen met de aanlegtechniek.

Gezondheidseffecten van borstvoeding
In een recente literatuurstudie bevestigt het RIVM opnieuw dat borstvoeding geven gezond is voor kind en moeder. Voor dit onderzoek zijn 44 artikelen geanalyseerd. Het meest duidelijke effect is te zien op de directe gezondheid van de baby, zoals bescherming tegen infectieziekten. Maar er zijn ook gunstige effecten in de periode na de borstvoeding, zoals bescherming tegen overgewicht. Daarnaast is er een beschermend effect voor de gezondheid van de moeder op de langere termijn. Zo hebben vrouwen die geruime tijd borstvoeding hebben gegeven, waarschijnlijk een lager risico op onder andere een hoge bloeddruk. Dat borstvoeding gezonder is vergeleken met kunstvoeding noemen moeders in de peiling van TNO als belangrijkste reden om te starten met borstvoeding.

Krachten bundelen
De afgelopen jaren heeft het Platform Borstvoeding* zich ingezet om borstvoeding geven vanzelfsprekender te maken. In dit platform is een groot aantal organisaties vertegenwoordigd die betrokken zijn bij de zorg rond borstvoeding. Het Platform Borstvoeding zet zich in om de kwaliteit en continuïteit van de zorg ten aanzien van borstvoeding te verbeteren, zodat vrouwen die borstvoeding willen geven daarin optimaal ondersteund worden. Vorige week is een belofte voor het Nationaal Programma Preventie Alles is Gezondheid aangeboden aan het programmabureau Alles is gezondheid. De pledge is gericht op het verminderen van het percentage moeders dat binnen 1 maand stopt met het geven van borstvoeding, terwijl zij van plan waren langer borstvoeding te geven.
[Voedingscenrum]

Heeft u een knie- of heupprothese? Loop mee met de HipWalk

wandelen - hardlopenDe afdelingen orthopedie van het Catharina Ziekenhuis en Máxima Medisch Centrum organiseren op zaterdag 25 april de HipWalk bij de Karpendonkse Plas in Eindhoven.
Tijdens deze wandeltocht laten mensen met een knie- of heupprothese zien hoe conditioneel sterk zij zijn en hoe goed zij kunnen bewegen met het kunstgewricht. Deelnemers laten zich sponsoren door familie en vrienden. De opbrengst van de sponsorloop gaat naar het Rode Kruis Eindhoven en is bestemd voor het project ‘Hulp aan ouderen’.

Met de HipWalk vragen de orthopeden aandacht voor het belang van bewegen bij ouderen, in het bijzonder mensen met een heup- of knieprothese.
Orthopeed Coen Jaspars: “Regelmatig bewegen is goed voor het fysieke en mentale gestel. Mensen die bewegen zijn in principe gezonder. Daarnaast kan lichamelijke activiteit ervoor zorgen dat je minder pijn hebt en beter kunt omgaan met pijn.”

Bewegen is een belangrijk onderdeel van het revalidatietraject na een orthopedische operatie. De avond na de operatie komen mensen al uit bed en komen zij in beweging onder begeleiding van een fysiotherapeut. Binnen zes tot twaalf maanden na de operatie kunnen de meeste mensen weer een uur wandelen. Iets wat zij voor de operatie voor onmogelijk hielden. Ook fietsen en zwemmen zijn goede manieren om in beweging te blijven voor mensen met een heup- of knieprothese.

Heeft u een heup- of knieprothese? Ga dan de uitdaging aan en doe mee aan de HipWalk op zaterdag 25 april bij de Karpendonkse Plas in Eindhoven. Aanmelden kan via www.hipwalk.nl.
Alle lopers kunnen natuurlijk ook aanmoediging gebruiken, alle geïnteresseerden zijn daarom van harte welkom. De sponsorloop begint om 12.00 uur.

Vrouw Moeder Kind-centrum van MMC groeit

tweeling babyBijna drie jaar na de opening, is het Vrouw Moeder Kind-centrum (VMK-centrum) in Máxima Medisch Centrum Veldhoven uitgebreid. In september 2012 werd het Vrouw Moeder Kind-centrum in Máxima Medisch Centrum Veldhoven geopend. Begin dit jaar heeft het centrum er vijf extra kraamsuites bij gekregen en op de kinderafdeling komen er drie extra medium care plaatsen (couveuses) bij. In totaal zijn er ook vijftien fte verpleegkundigen extra aangenomen.

“Sinds de opening van het VMK-centrum merkten we dat we af en toe patiënten moesten weigeren”, vertelt gynaecoloog Carolien Koks. Het aantal bevallingen dat het VMK-centrum doet groeit jaarlijks met ongeveer 100, wat op zijn beurt weer zorgt voor groei op de kinderafdeling. Ongeveer de helft van deze groei gebeurt doordat verloskundigen steeds vaker met hun patiënt naar het ziekenhuis komen om te bevallen. Koks denkt dat dit te maken heeft met het family centered care principe. Ook de integrale verloskunde speelt een rol in de groei van het aantal bevallingen in het VMK-centrum. Koks: “We verwachten dat hierdoor het aanbod van patiënten alleen nog maar groter gaat worden. Daarnaast hebben de ziektekostenverzekeraars zo’n jaar geleden plannen weggelegd om zorg te concentreren. Als dat allemaal doorgaat, lijkt het logisch dat hier een specialisatie rond de geboortezorg komt. Dat zal betekenen dat we ook bevallingen van andere ziekenhuizen krijgen.”

Family Centered Care principe blijft het uitgangspunt
Volgens de gynaecoloog brengt groei ook het risico met zich mee dat het wat onpersoonlijker wordt, maar dat is juist niet de bedoeling. “De zorg vlak na de bevalling is heel belangrijk. We ontwikkelen daarin steeds nieuwe concepten. We werken nu met het sacred hour waarbij het kind als het medisch verantwoord is na de bevalling een uur op de borst van moeder blijft liggen. Dit is echt het uurtje van moeder, kind en vader waarin de moeder-kind binding wordt versterkt en het succes van slagen van borstvoeding wordt vergroot. We verrichten tijdens dit uurtje zo min mogelijk medische taken zoals wassen en meten. Dat komt daarna wel. Eerst hebben ze een momentje voor zichzelf.” Het family centered care principe is al voor de verhuizing naar het VMK-centrum in gang gezet. “Het moet een beetje in je genen gaan zitten. We zijn continu bezig om de zorg rondom het gezin te regelen en die te verfijnen. Het sacred hour is daar een voorbeeld van. We proberen dat zelfs op de operatiekamer door te voeren.” Daarnaast wordt in het Vrouw Moeder Kind-centrum continu onderzoek gedaan naar manieren om de zorg nog verder te verbeteren.
[Máxima Medisch Centrum]

Veel kinderen hebben vitamine D tekort

kinderen sportenMeer dan de helft van de niet-westerse Rotterdamse zesjarigen heeft onvoldoende vitamine D
Bijna één op de drie kinderen heeft te weinig vitamine D. Bij kinderen van onder andere Marokkaanse, Surinaamse, Turkse en Kaapverdische afkomst gaat het zelfs om meer dan de helft van de kinderen. Kinderen met een vitamine D tekort eten minder gezond, kijken meer televisie en spelen minder buiten dan kinderen met gezonde vitamine D waarden. Dat schrijven onderzoekers van het Erasmus MC in het aprilnummer van het wetenschappelijke tijdschrift The Journal of Nutrition. Zij baseren hun onderzoek op gegevens uit de grootschalige Generation R Studie in Rotterdam.

Vitamine D is zowel een voedingsstof als een hormoon en zit in voedingsmiddelen zoals vette vis, halvarine en margarine, maar het lichaam kan het ook zelf aanmaken wanneer de huid voldoende zonlicht krijgt. Een getinte of donkere huid maakt minder snel vitamine D aan. Vitamine D zorgt voor gezonde sterke botten en tanden en de ontwikkeling van het afweersysteem. Ook verkleint het mogelijk de kans op het ontwikkelen van astma en allergieën bij kinderen. In Nederland adviseert de Gezondheidsraad om aan kinderen tot vier jaar dagelijks tien microgram extra vitamine D te geven en dit ook na vier jaar te blijven doen bij kinderen met een donkere huid of onvoldoende blootstelling aan zonlicht. “Onze resultaten bevestigen dat dit advies nodig is, want 30 procent van de zesjarige Rotterdamse kinderen die wij onderzochten heeft te weinig vitamine D in hun bloed”, zeggen auteurs Edith van den Hooven en Trudy Voortman van de afdeling Epidemiologie van het Erasmus MC.

Van den Hooven: “Daar komt bij dat van de niet-westerse kinderen, waaronder kinderen uit Kaapverdië, Marokko, Nederlandse Antillen, Suriname en Turkije, maar liefst 55 procent onvoldoende vitamine D heeft. Dat wil zeggen een concentratie onder de 50 nmol/L vitamine D in hun bloed. Bij ruim zes procent van alle kinderen en bijna 20 procent van de niet-westerse kinderen gaat het zelfs om een ernstig vitamine D tekort in het bloed met concentraties onder de 25 nmol/L.” Kinderen die in de winter waren onderzocht hadden ook veel vaker een vitamine D tekort dan degenen die in de zomer waren onderzocht.

Het verschil tussen de Nederlandse kinderen en kinderen met een andere etnische afkomst is groot. Dit kan liggen aan hun getinte huidskleur, maar ook aan een andere leefstijl. Voortman: “Kinderen met voldoende vitamine D waarden keken minder televisie, hadden een gezonder eetpatroon op jongere leeftijd, speelden meer buiten en fietsten vaker naar school dan kinderen met een vitamine D tekort. Ondanks het advies van de Gezondheidsraad om aan alle kinderen tot vier jaar vitamine D supplementen te geven, kreeg minder dan de helft van de kinderen uit de Generation R Studie op eenjarige leeftijd extra vitamine D. We adviseren ouders om hierop alert te zijn. Door het advies op te volgen, verkleinen zij het risico op vitamine D tekort bij hun kinderen en mogelijke gezondheidsklachten op latere leeftijd.” Vervolgstudies moeten uitwijzen of de vitamine D waarden van de kinderen inderdaad samenhangen met specifieke gezondheidsverschijnselen.

De onderzoekers gebruikten de gegevens van meer dan 4000 kinderen uit de Generation R Studie, waarvan de vitamine D concentraties in het bloed werden gemeten op zesjarige leeftijd tussen maart 2008 en januari 2012. Generation R is een grootschalige bevolkingsstudie naar de groei, ontwikkeling en gezondheid van 10.000 kinderen in Rotterdam. De kinderen worden vanaf de vroege zwangerschap tot hun jongvolwassenheid gevolgd. De publicatie is online terug te vinden op de website van wetenschappelijke tijdschrift The Journal of Nutrition.
[Erasmus MC]

Sportend Nederland gek op apps

Apple iphone - HealthkitApps en activity trackers worden steeds meer gemeengoed tijdens het sporten. Hardlopers en wielrenners maken veelvuldig gebruik van apps. Bij deze sporters is Runkeeper de populairste app. Dit blijkt uit marktonderzoek onder 1.020 Nederlandse consumenten door onderzoeksbureau Multiscope.

Hardlopen met Evy en Runkeeper bekendste apps
Sportend Nederland (66% van de bevolking) doet vooral aan wandelen (84%), zwemmen (56%), fitnessen (46%), hardlopen (30%) en wielrennen (16%). Bij wandelen, hardlopen en wielrennen hebben apps en activity trackers inmiddels hun plek veroverd. De bekendste apps onder sporters zijn Hardlopen met Evy (36%), Runkeeper (34%) en Runtastic (20%). De bekendste activity trackers zijn Nike FuelBand (12%), Garmin Vivofit (9%), Jawbone en Fitbit (beide 7%).

Vooral hardlopers gebruiken apps
De helft van de hardlopers (46%) gebruikt een app bij het hardlopen. Bij 35 tot 50 jarige hardlopers is app-gebruik het populairst (54%). Een kwart van de wielrenners gebruikt apps en een op de tien wandelaars gaat erop uit met een app. Het gebruik van apps motiveert en stimuleert ze, geeft ze inzicht in de prestatie en is een leidraad voor de ontwikkeling. Sporten met een app is populairder dan met een activity tracker. Het gebruik van een activity trackers ligt op ongeveer 3% bij deze sporten.

Runkeeper populairste app
Runkeeper is voor hardlopers, wandelaars en wielrenners de populairste app. De tweede meest gebruikte app varieert per sport. Hardlopers gebruiken Hardlopen met Evy, wielrenners Strava en wandelaars Runtastic. Een derde (35%) van de gebruikers van Runkeeper gebruikt deze app elke keer als men gaat sporten en nog een kwart (27%) meestal. Een derde van de gebruikers van Hardlopen met Evy gebruikt de app altijd en 16% gebruikt deze app meestal. Voor een aantal sporters zijn bepaalde apps onmisbaar geworden. Een op de acht gebruikers van Runkeeper kan niet meer zonder deze app.

Mannen pronken met prestaties
Sport apps bieden de mogelijkheid om sportprestaties te delen op social media. Het delen van sportprestaties is populairder onder mannen (20%) dan onder vrouwen (12%). Het delen van foto’s en routekaartjes is het meest populair. Mannen delen vaker dan vrouwen grafieken van hun activiteiten.

Methodiek en verantwoording
De cijfers uit dit marktonderzoek zijn tot stand gekomen door een grootschalige peiling onder het Multiscope online consumentenpanel, waarbij in totaal 1.020 leden het onderzoek volledig hebben ingevuld. Het onderzoek is representatief voor de online populatie.
[Multiscope]