Gezonderworden.nl

Nieuws over gezondheid, overgewicht en diabetes

Voedingscentrum tikt vijf fabels over eieren af

eierenGekookt, beschilderd of verstopt in de tuin: een ei hoort er voor veel gezinnen bij met Pasen. Over de gezondheid en veiligheid van eieren doen veel hardnekkige fabels de ronde. Het Voedingscentrum geeft in het kader van de campagne ‘De waarheid op tafel’ uitsluitsel over 5 eierkwesties.

“Op social media, blogs, websites en fora is enorm veel informatie over voeding te vinden”, licht woordvoerder Roy van der Ploeg toe. “Maar die informatie is vaak tegenstrijdig, waardoor het voor consumenten soms moeilijk te achterhalen is hoe het nou precies zit. Is iedere dag een ei nu wel of niet gezond? Kun je veilig gerookte vis eten als je zwanger bent? Wat zijn gluten precies en zijn ze slecht voor me? Op de website De waarheid op tafel beantwoorden we deze vragen en geven we op een praktische manier uitleg. Zo willen we consumenten helpen in hun zoektocht naar informatie over gezonde voeding.”

Fabel: “Elke dag een ei eten is gezond”
Niet waar. Maar hierbij hoort wel direct een nuance: eieren bevatten namelijk veel goede voedingsstoffen zoals vitamines, mineralen en eiwitten. Echter, in de eidooier zit ook cholesterol en verzadigd vet. Beide verhogen het cholesterolgehalte van je bloed. En dat verhoogt de kans op hart- en vaatziekten. Verzadigd vet in je voeding verhoogt het cholesterolgehalte van je bloed meer dan het cholesterol in je voeding. Pas dus vooral op met voedingsmiddelen die rijk zijn aan verzadigd vet, zoals koekjes, snacks en vette kaas- en vleesvarianten. Of een ei iedere dag gezond of ongezond is, hangt af van wat je verder iedere dag eet. Het Voedingscentrum adviseert om te variëren in vis, vlees, ei en/of vleesvervangers. Het eten van drie eieren per week past in een gevarieerde voeding. Wil je meer eieren eten, eet dan minder vet vlees, kaas en leverproducten. Omdat vegetariërs over het algemeen minder verzadigd vet binnen krijgen, kunnen ze meer eieren per week eten dan vleeseters: 4 tot 5 stuks per week.

Fabel: ”Eieren bewaar je het beste buiten de koelkast”
Niet waar. Eieren bewaar je het beste in de doos in de koelkast. Door de koude temperatuur houd je de eieren niet alleen langer vers, het remt ook de groei van bacteriën. Schadelijke bacteriën zoals salmonella en campylobacter krijgen zo minder kans. Het antwoord op de vraag waarom de eieren in de winkel niet gekoeld worden bewaard, vind je hier.

Fabel: “Eieren hebben geen effect op je cholesterolgehalte”
Niet waar. Eieren kunnen je cholesterolgehalte verhogen. Ze zijn namelijk rijk aan cholesterol en er zit verzadigd vet in. Cholesterol in je voeding kan leiden tot een kleine verhoging van het cholesterolgehalte van je bloed. Een hoog bloedcholesterolgehalte verhoogt de kans op hart- en vaatziekten.

Deze fabels zijn in de vorm van stellingen terug te vinden op de website van het Voedingscentrum. Ook wordt daar uitleg gegeven over twee andere veelgehoorde stellingen over eieren: “Ik denk dat biologische eieren even gezond zijn als scharreleieren” en “Als ik vlees vervang door een ei, krijg ik volgens mij voldoende voedingsstoffen binnen”.

Over de Waarheid op Tafel
In oktober 2013 ging de campagne ‘De waarheid op tafel’ van het Voedingscentrum van start. Op de website www.voedingscentrum.nl/dewaarheidoptafel worden veelgehoorde vragen over eten en drinken, gezondheid, gewicht en veilig eten beantwoord. Naast stellingen over eieren is de site nu ook uitgebreid met stellingen over zwangerschap en voeding en voedselverspilling.

foodwatch: NVWA negeert de consument in paardenvleesschandaal

vleesHet ontbreekt de NVWA aan betrokkenheid bij de belangen van de consument. Dat is de conclusie die voedselwaakhond foodwatch vandaag trekt na de hoorzitting met de NVWA, waarin foodwatch opnieuw vraagt om openheid over de betrokken afnemers en eindproducten van het paardenvleesschandaal dat in 2013 speelde. De NVWA riep toen 50 miljoen kilo vlees terug uit de schappen, maar er werd niet aan consumenten gevraagd om verdachte producten terug te brengen naar de winkel. Openheid over betrokken producten kwam er ook niet. Volgens foodwatch heeft de NVWA ten onrechte het idee dat transparantie de reputatie van de vleessector schade zal berokkenen en negeert zij duizenden verontruste consumenten die willen weten of het product dat in hun vriezer lag veilig was.

Achtergrond
De hoorzitting is een onderdeel van de WOB-procedure (Wet Openbaarheid Bestuur) die foodwatch momenteel bij de NVWA heeft lopen. Daarin vraagt foodwatch om de gegevens van de betrokken afnemers en de eindproducten waarin het onveilige vlees van vleesverwerker Willy Selten is verwerkt. Eerder wees de NVWA dit verzoek af, omdat zij betrekkingen met andere staten en de reputatie van bedrijven boven de belangen van de consument stelt. foodwatch ging in bezwaar en lichtte dat bezwaar vandaag tijdens een hoorzitting toe. Voor meer informatie, zie hier.

NVWA negeert consument
“Wat erg opviel tijdens de hoorzitting was dat de NVWA in haar visie de consument volledig leek te zijn vergeten. De autoriteit stelde zelfs dat het ‘gevaar was geweken omdat de producten uit de handel waren gehaald’. Wat de NVWA hier negeert, is dat er ook producten bij consumenten in de vriezer lagen”, aldus Meike Rijksen, campagneleider bij foodwatch.

De NVWA heeft echter nooit kunnen garanderen dat het vlees van Selten veilig was. Sterker nog, de NVWA betoogde in een procedure tegen de curator van Selten dat het vlees onveilig was, omdat er het voor de gezondheid van mensen gevaarlijke paardengeneesmiddel fenylbutazon was aangetroffen. De rechter oordeelde in deze procedure dat er een duidelijk risico voor de voedselveiligheid aanwezig was, omdat er mogelijk ongedocumenteerd vlees was gemengd met regulier vlees.

Gebrek aan betrokkenheid
De NVWA beslist voor de consument dat deze geen belang heeft bij openheid, bleek tijdens de hoorzitting. De NVWA beschikt over circa 1.800 meldingen van betrokken bedrijven, maar weigert deze openbaar te maken. Volgens de overheidsinstantie zijn uit deze meldingen geen herkenbare eindproducten te herleiden en zou het openbaar maken van de meldingen leiden tot meer verwarring en angst bij consumenten. Onzin, stelt Meike Rijksen: “Consumenten hebben wel zeker baat bij die informatie en willen die ook. Duizenden consumenten vroegen via onze e-mailactie om openheid. Niet alleen resulteren sommige meldingen wel in herkenbare eindproducten, maar consumenten, journalisten en organisaties zouden een betrokken bedrijf kunnen opbellen en vragen: wat heb je met het verdachte vlees gedaan? Bovendien zal transparantie juist het vertrouwen van een consument in de NVWA en in het systeem kunnen herstellen. In onze ogen had het op de weg van de NVWA gelegen om, net zoals dat in Engeland gebeurt, zelf actie te ondernemen en openbaar te maken om welke afnemers en producten het gaat. Maar ze heeft dat duidelijk niet gedaan”.

Transparantie belangrijk voor goede marktwerking
Volgens foodwatch zijn naast de consument, ook de voedselindustrie en de NVWA zelf niet geholpen bij geheimzinnigheid. Dit werkt juist voedselschandalen in de hand. Wanneer transparantie de norm wordt zal dit het vertrouwen in zowel leveranciers als het systeem ten goede komen. Het zal dan immers duidelijk worden welke bedrijven zich netjes aan de regels houden en zich melden, en welke bedrijven de wettelijke voorschriften aan hun laars lappen.

Vervolgstappen
Naar verwachting zal staatssecretaris Dijksma van Economische zaken voor 2 mei 2014 een beslissing maken om de gegevens wel of niet openbaar te maken. Deze datum kan echter met 6 weken worden uitgesteld.

Oproep aan bedrijven
Bedrijven, verenigingen en andere stakeholders uit de voedselketen die betrokken zijn bij dit, of andere vleesschandalen en die zich benadeeld voelen, kunnen zich bij foodwatch melden als zij ook openheid willen over betrokken afnemers en eindproducten. Zij kunnen contact opnemen met foodwatch.

Rookvrije zones verbeteren gezondheid van kinderen

tweeling babyOnderzoek bij 2,5 miljoen baby’s levert aantoonbaar bewijs dat anti-rookwetgeving een positief effect heeft op de gezondheid van kinderen. Zo zorgen rookvrije publieke ruimtes voor een vermindering van ruim tien procent in het aantal te vroeg geboren kinderen. Ook is het aantal ziekenhuisopnamen en eerste hulp bezoeken voor astma-aanvallen met een daling van tien procent fors minder als gevolg van rookvrije zones. Dr. Jasper Been, kinderarts van Maastricht UMC+, publiceert de resultaten in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift The Lancet.

Jaarlijks sterven er naar schatting meer dan 160.000 kinderen door blootstelling aan tabaksrook. Daarnaast zijn kinderen ook vatbaar voor het krijgen van bijvoorbeeld longontstekingen of astma als gevolg van ongewild meeroken. Om longziektes en sterfte tegen te gaan adviseert de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) om strikte regelgeving in te voeren en rookvrije zones in te richten op werkplekken en in openbare ruimtes. Het was al bekend dat de gezondheid van volwassenen hierdoor verbetert. Het onderzoek van de Maastrichtse kinderarts toont nu aan dat dus ook kinderen daar profijt van hebben.

Vermindering
In samenwerking met de Universiteiten van Hasselt, Edinburgh en Harvard onderzocht Been gegevens van 2,5 miljoen baby’s en van 250.000 ziekenhuisopnames en eerste hulp bezoeken van kinderen gerelateerd aan astma. De gegevens waren afkomstig van elf verschillende internationale studies. Het resultaat: ruim tien procent minder vroeggeboortes en ongeveer tien procent minder ziekenhuisopnames en eerste hulp bezoeken voor astma-aanvallen als gevolg van anti-rook maatregelen.

Winst
Momenteel wordt slecht één zesde van de wereldbevolking beschermd door strenge anti-rookwetgeving. “De uitkomsten van dit onderzoek leveren extra ondersteunend bewijs aan het advies van de WHO om wereldwijd rookvrije wetgeving in te voeren,” zegt Been. “Dit is extra belangrijk voor kinderen omdat zij zelf geen invloed hebben op hun blootstelling aan tabaksrook. Ook in Nederland moeten we alert zijn op de naleving van rookvrije wetgeving om zowel de gezondheid van volwassenen als van kinderen te beschermen. Dat levert uiteindelijk niet alleen gezondheidswinst op, maar kan ook een forse vermindering van de zorgkosten als gevolg hebben.”
[Maastricht UMC+]

Hardloopschoenen voorkomen geen hardloopblessures

wandelen - hardlopenEr is geen wetenschappelijk bewijs dat goede hardloopschoenen blessures voorkomen. Dit blijkt uit het proefschrift van sportarts Steef Bredeweg van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Uit zijn onderzoek blijkt verder dat er slechts twee factoren zijn die het risico op een blessure aantoonbaar vergroten: overbelasting en een eerdere blessure. Asymmetrisch bewegen blijkt geen risicofactor te zijn voor blessures. Ook programma’s waarbij beginnende lopers eerst wennen aan de schokbeweging van hardlopen of variaties in de duur van een voorbereidingsprogramma bij beginnende lopers, bleken geen verschillen in het aantal blessures te geven. Bredeweg promoveert op 2 april aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Hardlopen is een populaire sport die bijna overal en door iedereen gedaan kan worden. Miljoenen mensen lopen regelmatig hard en het is goed voor de gezondheid. Maar de keerzijde is dat hardloopblessures veel voorkomen. De meeste overbelastingsblessures in het hardlopen ontstaan ten gevolge van trainingsfouten; te ver, te snel en te vaak. Sinds het begin van de hardloopgolf in de jaren tachtig tot op heden is het aantal blessures hoog en ongeveer gelijk gebleven. Bredeweg onderzocht enkele risicofactoren bij het ontstaan van hardloopblessures en het effect van meerdere methoden om hardloopblessures te voorkómen.

Geen preventie hardloopschoenen
Uit de studie van Bredeweg blijkt dat er in de wetenschappelijke literatuur geen bewijs is dat goede hardloopschoenen blessures voorkomen. Volgens Bredeweg hebben fabrikanten van hardloopschoenen consumenten dan ook misleid met hun gezondheidsclaims: ‘Goede hardloopschoenen voorkomen geen blessures. Zij bieden slechts een schijnzekerheid waardoor blessures juist in de hand gewerkt worden!’

Schokbelasting
Bredeweg bestudeerde het effect van een voorbereidingsprogramma voor beginnende lopers om hardloopblessures te voorkomen. Altijd was gedacht dat beginnende lopers die nog niet eerder een sport met schokbelasting hadden beoefend, een grotere kans op hardloopblessures hebben. Een specifiek programma waarmee zij via wandel- en huppeloefeningen aan de schokbewegingen konden wennen, liet echter geen verschil zien in het aantal blessures.

Asymmetrie geen risicofactor
Asymmetrie wordt vaak gezien als een mogelijke risicofactor voor hardloopblessures. Een asymmetrie tussen linker- en rechterbeen zou er voor kunnen zorgen dat het ene been aan meer belasting blootstaat dan het andere, waardoor het ene been gevoeliger is voor overbelastingblessures. De resultaten van het onderzoek van Bredeweg laten echter zien dat asymmetrie tijdens het hardlopen heel normaal is en dat de mate van asymmetrie geen effect heeft op het ontstaan van blessures.

Heilige Graal
Bredeweg vergelijkt de vraag naar het ontstaan van hardloopblessures met de zoektocht naar de Heilige Graal. Volgens hem zijn er slechts twee aantoonbare risicofactoren, namelijk overbelasting en een eerdere blessure. Hij pleit voor meer onderzoek om hardloopblessures te voorkomen. ‘Het gaat daarbij vooral om onderzoek naar omstandigheden en voorwaarden waaronder een beginnende hardloper een nieuwe stap in zijn trainingsschema kan maken. Als we meer weten over het effect van bijvoorbeeld spierpijn en het algemene gevoel na inspanningen, kunnen we hen in de toekomst beter adviseren om de hardloopsport veilig en verantwoord te blijven beoefenen’.
[UMCG]

Van Schaarste naar Overvloed

Van Schaarste naar Overvloed - VoedingscentrumNieuwe uitgave van het Voedingscentrum beschrijft ruim 70 jaar voedingsvoorlichting in Nederland
Hoe zag de voedselvoorlichting eruit tijdens de Tweede Wereldoorlog? Welke invloed hebben dieethypes op ons eetpatroon gehad? Wanneer kwam vegetarisch eten in zwang en waarin verschilt de voorlichting van nu met die van een aantal jaar terug? Het nieuwe boek ‘Van Schaarste naar Overvloed’ van het Voedingscentrum laat zien hoe voedselvoorlichting de laatste decennia is veranderd.

‘Te’ is nooit goed en variatie is de sleutel naar een gezond eetpatroon. Die voorlichtingsboodschap zal niet gauw veranderen. Maar door het boek heen vallen juist de veranderingen op die de voorlichting hebben gevormd. Het boek biedt hierdoor een mooi stukje historisch perspectief.

Zo was de toonzetting in de jaren 50 erg vermanend. In een vouwblad voor de alleenwonende, werkende vrouw stond dat zij ‘naast het moeten zorgen voor haar kleding en uiterlijk, bloemen en planten en vaak ook voor het onderhoud van haar kamer’, de voeding niet in het gedrang mag laten komen: ‘heel begrijpelijk, maar toch verkeerd’. Tegenwoordig richten de voorlichters zich op het duiden van wetenschap, zodat de kritische consument goed geïnformeerd zijn eigen keuzes kan maken.

Die voorlichtingsboodschap wordt steeds ingewikkelder. Was het in de Tweede Wereldoorlog nog alleen zaak om te zorgen dat iedereen genoeg eten had, tegenwoordig leven we in overvloed en moeten mensen juist leren omgaan met verleidingen. Daarnaast houdt het Voedingscentrum in zijn voorlichting rekening met factoren als duurzaamheid, eerlijke handel, dierenwelzijn, gezondheid, budget, het voorkomen van voedselverspilling, en – niet te vergeten – smaak.

Bijzondere gelegenheidsuitgave
Deze uitgave verschijnt ter ere van de pensionering van ir. Boudewijn C. Breedveld, die sinds 1986 als manager Kennis en adjunct-directeur van het Voedingscentrum heeft bijgedragen aan de voedingsvoorlichting in Nederland. Als ervaringsdeskundige heeft Breedveld waardevolle input geleverd en dit boek samengesteld samen met journaliste Truska Bast. ‘Van Schaarste naar Overvloed’ is vanaf vandaag voor 19,95 euro verkrijgbaar in de webshop van het Voedingscentrum.
[Voedingscentrum]

Diabetespatiënten met nierschade: met iets minder zout al veel gezondheidswinst!

zoutOok een kleine beperking van de hoeveelheid zout die diabetespatiënten met nierschade binnenkrijgen, heeft voor hen al duidelijk gunstige gezondheidseffecten. Doordat zij meer dan gemiddeld veel zout gebruiken en omdat er snel gezondheidwinst is te behalen, dient de zoutinname van nierpatiënten met diabetes extra aandacht te krijgen. Dit blijkt uit gezamenlijk onderzoek van nefrologen van UMCG, Ziekenhuisgroep Twente en Medisch Centrum Leeuwarden. Zij publiceren vandaag over hun resultaten in Lancet Diabetes Endocrinology.

Diabetes is en belangrijke oorzaak van nierschade. Zowel dieet als medicijnen zijn nodig voor een goede behandeling. Uit eerder onderzoek bij nierpatiënten met andere oorzaken van de nierschade is al bekend dat nier-beschermende medicijnen niet werkzaam zijn als de patiënt teveel zout gebruikt. Bij diabetespatiënten met nierschade is er weliswaar veel aandacht voor hun dieet, maar over de rol van zoutgebruik was tot dusverre weinig bekend.

In de DINAMO-studie werd in een grote groep diabetespatiënten in de urine gemeten hoeveel zout ze daadwerkelijk binnenkregen: dit bleek gemiddeld ruim 12 gram/dag. Dit is ruim boven de gemiddelde zoutinname in Nederland (7,5-8,5 g/d) en boven de hoeveelheid van 6 gram per dag die wordt aanbevolen door de Gezondheidsraad. Een groep van 45 patiënten volgde aansluitend gedurende 6 weken een zoutbeperkt dieet: hierdoor nam hun zoutinname af tot 8.7 g/d. Het resultaat voor deze groep van 45 was dat hierdoor niet alleen hun bloeddruk daalde, maar ook dat het eiwitverlies in de urine met ruim 40% afnam. Plastabletten, die een zout-afdrijvend effect hebben, hadden een soortgelijk effect; dit effect werd echter nog versterkt door gelijktijdige zoutbeperking.

Volgens onderzoeksleider Gerjan Navis van het UMCG laten deze resultaten zien dat zoutinname juist bij nierpatiënten met diabetes extra aandacht verdient. Ten eerste omdat is gebleken dat deze groep bovengemiddeld veel zout gebruikt. Volgens Navis is dit mogelijk te verklaren doordat alle aandacht bij hen vooral op andere elementen van de voeding is gericht. Verder blijkt zelfs een kleine vermindering van het zoutgebruik bij deze groep al tot duidelijke gezondheidseffecten te leiden.
[UMCG]

Test: hoe gezond ben jij?

zorgverlenerLaat je testen in Máxima Medisch Centrum tijdens de open dag op zaterdag 15 maart
Hoe gezond leef jij? Je weet best dat je gezond moet eten en in conditie moet blijven. Maar doe je het ook? Laat je testen op zaterdag 15 maart tijdens de open dag van Máxima Medisch Centrum (MMC). Op beide locaties is MMC van 10.00 tot 16.00 uur geopend voor publiek. Iedereen is welkom.

Uit Japans onderzoek blijkt dat vegetarisch eten de bloeddruk verlaagt. Maar waarom is een hoge bloeddruk ongezond en wat kun je nog meer doen om een hoge bloeddruk te voorkomen? Met het thema ‘Hoe blijf ik gezond?’ besteedt MMC tijdens de open dag van Zorg en Welzijn aandacht aan dit ‘hot item’.

Benieuwd hoe hoog jouw cholesterol is of hoe de vaten in je benen eruit zien? Test het in MMC. Doe ook de handenscan, een smaaktest, een (hoofd)huidtest of loop de ‘Hoe blijf ik gezond-speurtocht’. Natuurlijk kun je ook een kijkje nemen achter de schermen van het ziekenhuis: in een echte operatiekamer, het laboratorium of de röntgenafdeling.

Op locatie Eindhoven is naast MMC ook Vitalis Peppelrode open voor bezoekers. De ambulancedienst en brandweer zijn op beide locaties van de partij. Op locatie Veldhoven kun je zelfs een spectaculaire traumademonstratie bekijken. Kortom, het belooft een leuke doe-dag te worden voor jong én oud.

De open dag is op zaterdag 15 maart, zowel op locatie Eindhoven als Veldhoven van 10.00 uur tot 16.00 uur. Bekijk het volledige programma (pdf).
[Maxima Medisch Centrum]

Nederlander trapt niet in zogenaamde superfoods

gojibessen‘Gojibessen staan bol van antioxidanten die de kans op kanker verminderen.’ ‘Chiazaad vertraagt het verouderingsproces.’ ‘Quinoa stimuleert de stofwisseling.’ Tegenwoordig worden allerlei producten aangeprezen als superfoods. Door het hoge gehalte aan voedingsstoffen zouden ze uiteenlopende ziekten en ongemakken voorkomen. Maar zulke wondermiddelen bestaan niet. Nederlanders blijken er dan ook niet in te trappen. Slechts een op de tien geeft aan het noodzakelijk te vinden om superfoods te eten naast de gewone voeding.

Jongeren en hogeropgeleiden zijn iets enthousiaster over superfoods. Hoe ouder de consument, hoe sceptischer ze zijn. Dit blijkt uit een representatieve steekproef onder 1.000 mensen van onderzoeksbureau GfK in opdracht van het Voedingscentrum en Gezondheidsnet.nl.

Niet superfoods, maar gevarieerd eten houdt je gezond
Patricia Schutte, woordvoerder van het Voedingscentrum, geeft aan het goed te vinden dat mensen kritisch zijn: “Er bestaan namelijk geen superfoods. De geclaimde gezondheidseffecten van superfoods zijn onvoldoende wetenschappelijk onderbouwd. Bovendien kan niet één voedingsmiddel alle belangrijke voedingstoffen leveren die het lichaam nodig heeft. Variatie is het toverwoord. De beste manier om alle verschillende voedingsstoffen binnen te krijgen die je nodig hebt, is om elke dag volop te variëren. Vooral voor groente en fruit is dit belangrijk.”

Superfood is een marketingterm
Ongeveer een op zes Nederlanders is bekend met de term superfoods. Een kwart kent het begrip, maar weet niet wat het inhoudt. Na het lezen van de omschrijving blijven vier op de tien onbekend met het begrip superfoods. Op de vraag aan respondenten wat zij onder superfoods verstaan, kwamen uiteenlopende antwoorden. Ze vermelden ‘specifieke’ superfoods, zoals gojibessen, hennepzaad, algen en chiazaad. Wat opviel was dat ze ook veel ‘gewone’ producten noemden, zoals groente, fruit en vis. “Het is logisch dat er veel verschillende superfoods worden genoemd”, legt Patricia Schutte uit. “De term superfoods is niet wettelijk omschreven en mag door iedereen worden gebruikt. Zo kan het gemakkelijk worden ingezet als marketingstrategie.“

Het gevaar van superfoods
Van de respondenten geeft 23 procent aan wel eens een superfood te kopen. Dit doen zij vooral om de weerstand, de algehele gezondheid en het energieniveau te verbeteren. Bessen en zaden zijn de meest gekochte superfoods. Bessen eten ze vooral voor een betere weerstand en zaden voor een goede stoelgang. Van de kopers gebruikt een op de vijf elke dag een superfood.

Is dat dan erg? “Dat is in principe geen probleem, want bijvoorbeeld groente en fruit horen gewoon in een gezond eetpatroon. Het maakt daarbij niet uit of mensen het aanduiden met de naam superfood”, aldus Patricia Schutte. “De marketingterm superfood kan gevaarlijk zijn, omdat mensen kunnen doorslaan in hun overtuiging. Ze kunnen onterecht gaan geloven dat zij een bepaald product in grote hoeveelheden moeten eten of drinken. En dan lopen ze het risico op een onvolwaardig, eenzijdig eetpatroon.”
[Voedingscentrum]