Gezonderworden.nl

Nieuws over gezondheid, overgewicht en diabetes

Veelbelovend nieuw medicijn tegen diabetes type 2

diabetes insulineHet lichaamseigen hormoon FGF1 is veelbelovend als nieuw medicijn tegen diabetes type 2. Het hormoon heeft een vergelijkbare werking als insuline, maar met twee duidelijke voordelen ten opzichte hiervan: het werkt langduriger en geeft geen risico op een te lage bloedsuikerspiegel. Dit blijkt uit onderzoek van moleculair bioloog Hans Jonker van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hij publiceert hier over in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.

Patiënten met diabetes type 2 maken te weinig van het hormoon insuline aan, dat zorgt voor de opname van glucose uit het bloed door de cellen en voor een stabiele bloedsuikerspiegel. Diabetespatiënten spuiten daarom meerdere keren per dag, na elke maaltijd, insuline in. Deze dosis moet nauwkeurig worden bepaald, want een te hoge dosis insuline kan een te lage bloedsuikerspiegel veroorzaken waardoor een patiënt het bewustzijn kan verliezen.

Langer werkzaam dan insuline
Jonker onderzocht het effect van het lichaamseigen hormoon FGF1 op de bloedsuikerspiegel van muizen met diabetes type 2. Dat bleek vergelijkbaar met de werking van insuline, en was bovendien langduriger. Na toedienen van FGF1 bleef de bloedsuikerspiegel drie dagen op een normaal niveau, terwijl het effect van insuline na enkele minuten is verdwenen. Ook bleek dat bij FGF1 de bloedsuikerspiegel nooit lager werd dan de normaalwaarde, ongeacht de hoeveelheid FGF1 die werd toegediend. Hierdoor is er dus geen kans op een te lage bloedsuikerspiegel met alle negatieve gevolgen van dien. Dit maakt FGF1 veelbelovend als nieuw medicijn bij diabetes type 2. Jonker verwacht dat hij over twee jaar met een klinisch onderzoek kan starten.

Samenwerking met Salk Institute
Jonker deed zijn onderzoek in samenwerking met het Salk Institute for Biological Studies in de Verenigde Staten. Hier werkte Jonker tot 2010 op het laboratorium van topbioloog Ronald M. Evans, die onlangs een eredoctoraat kreeg van de faculteit Medische Wetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen. In dit onderzoek ontdekte Jonker de functie van FGF1 en toonde hij verband aan tussen FGF1 en het ontstaan van diabetes. Zijn huidige bevindingen zijn een rechtstreeks gevolg van deze eerdere resultaten.

CV
Prof. Hans Jonker studeerde moleculaire biologie aan de Universiteit Utrecht. In 2003 promoveerde hij cum laude aan het Nederlands Kanker Instituut in Amsterdam. Van 2005 tot 2010 was hij postdoc in het laboratorium van Ronald M. Evans in het Salk Institute for Biological Studies in de Verenigde Staten. Jonker is sinds 2010 in dienst van het UMCG, waar hij zijn eigen onderzoeksgroep leidt.
[UMCG]

 
gezondheid

Hooikoorts beïnvloedt rijvaardigheid

hooikoortsSymptomen van hooikoorts veroorzaken vergelijkbaar risico met alcoholconsumptie
Uit onderzoek van Maastricht UMC+ blijkt voor het eerst dat hooikoorts een negatieve invloed heeft op de rijvaardigheid van patiënten. Het effect van de symptomen van hooikoorts op de rijvaardigheid kunnen zelfs overeenkomstig zijn met een alcoholpromillage van 0,05 in het bloed, vergelijkbaar met de consumptie van twee tot drie glazen alcohol. Hooikoortsmedicatie herstelde de rijvaardigheid voor een groot gedeelte weer. “Met name mensen van wie de rijvaardigheid door andere factoren al beïnvloed kan zijn, bijvoorbeeld door gebruik van medicijnen of andere ziektes, moeten daarom extra alert zijn,” zegt de Maastrichtse KNO-arts prof. dr. Bernd Kremer.

Maar liefst één op de vijf Nederlanders en Belgen hebben last van hooikoorts. De allergische aandoening voor onder andere pollen of huisstofmijt veroorzaakt vaak vervelende bijwerkingen. Jeuk, tranende ogen, een verstopte neus en niesbuien zorgen er voor dat hooikoorts ook in het dagelijks leven voor veel hinder kan zorgen. De Maastrichtse onderzoekers leveren nu voor het eerst bewijs dat de ziekte ook de rijvaardigheid op een negatieve manier beïnvloedt.

Vergelijkbaar met alcohol
Voor de studie ondergingen twintig hooikoortspatiënten onder verschillende omstandigheden een rijvaardigheidstest buiten het pollenseizoen. De vrijwilligers kregen allereerst een placebo neusspray toegediend en vervolgens werden met een andere spray allergische symptomen opgewekt. Tevens werd de rijvaardigheid onderzocht na behandeling met anti-allergische medicatie. Via speciale meetapparatuur kon met een lesauto, inclusief instructeur, de afwijking van de ideale lijn worden gemeten. Wanneer hooikoortssymptomen werden opgewekt bleken mensen een aanzienlijk grotere afwijking op de weg te vertonen dan wanneer de placebo werd toegediend. De kans op ongevallen stijgt daarmee en de afwijking was onder bepaalde omstandigheden zelfs vergelijkbaar met een alcoholpromillage van 0,05, de wettelijk toegestane norm in veel landen.

Advies
Door het toedienen van hooikoortsmedicatie kon de rijvaardigheid van patiënten voor een groot gedeelte worden hersteld. Projectleider Kremer, die samen met dr. Eric Vuurman en andere onderzoekers van de faculteit Psychologie van de Universiteit Maastricht het onderzoek heeft uitgevoerd, ziet daarom een belangrijke taak voor artsen weggelegd: “Wat we met dit onderzoek namelijk willen aangeven is dat artsen er extra alert op moeten zijn dat ze niet alleen patiënten goed informeren over de risico’s van hooikoorts, maar daarnaast ook het advies moeten geven om hun aandoening te behandelen. Vooral als er ook sprake is van andere invloeden die de rijvaardigheid kunnen doen afnemen.”
[Maastricht UMC+]

 
gezondheid

Roken tijdens adolescentie leidt tot aandachtsproblemen

SigarettenStudie bij eeneiige tweelingen waarvan de een rookt en de ander niet
Roken heeft een direct effect op zich nog ontwikkelende hersenen tijdens de adolescentie en leidt tot aandachtsproblemen. Dat blijkt uit onderzoek van de Vrije Universiteit Amsterdam onder 2.635 eeneiige tweelingparen uit het Nederlands Tweelingen Register (NTR). Tot nu toe was bekend dat mensen met aandachtsproblemen zoals ADHD meer (gaan) roken. Nu blijkt dus dat de relatie tussen aandachtsproblemen en roken ook andersom geldt. De resultaten van het onderzoek zijn vandaag verschenen in het vaktijdschrift Biological Psychiatry.

Vragenlijst voor aandachtsproblemen
Uit het grote bestand van het NTR spoorden de wetenschappers eeneiige tweelingparen op waarvan de een ooit had gerookt en de tweelingzus of -broer nooit had gerookt. Vervolgens bleek dat de rokers minder goed scoorden op een vragenlijst om aandachtsproblemen, hyperactiviteit en impulsiviteit te meten. “Eeneiige tweelingen zijn genetisch identiek, dus het feit dat de rokers in ons onderzoek meer aandachtsproblemen hebben is niet te verklaren doordat zij een hogere genetische gevoeligheid voor aandachtsproblemen hebben dan de niet-rokers,” zegt VU-wetenschapper Jorien Treur. “Bovendien groeien tweelingen over het algemeen op in dezelfde omgeving, dus ook dat is geen verklaring voor het gevonden verschil tussen de rokende en niet-rokende tweelingen.”

Roken beïnvloedt aandacht blijvend negatief
Veel van de tweelingen hadden zowel tijdens de adolescentie als op volwassen leeftijd de vragenlijst ingevuld. Met deze informatie lieten de wetenschappers zien dat de verschillen in aandachtsproblemen tussen rokers en niet-rokers nog niet bestonden op het moment dat geen van beiden ooit had gerookt. Treur: “Het verschil in aandachtsproblemen ontstond pas nadat een van de twee was begonnen met roken, dus we concluderen dat het roken de oorzaak is van de hogere score op aandachtsproblemen bij rokers.” Het verschil in aandachtsproblemen tussen rokers en niet-rokers bleef zichtbaar tot op volwassen leeftijd. Dat suggereert dat roken tijdens de adolescentie de aandacht blijvend negatief beïnvloedt.
[Vrije Universiteit Amsterdam]

 
gezondheid

Ketenaanpak overgewicht kinderen ‘s-Hertogenbosch wint eerste prijs

overgewicht kind obesitasHet project Ketenaanpak overgewicht voor kinderen van 4 tot 12 jaar heeft de Innovatieprijs van de Stichting Godshuizen gewonnen. Deze prijs werd in ontvangst genomen door kinderarts Edgar van Mil (JBZ) uit handen van prof. mr. dr. J.P. Balkende.

De prijs is een enorme waardering voor de verschillende partners die deelnemen aan het project. De basisschool, de jeugdgezondheidszorg, de huisartsen en de kinderartsen zijn met elkaar een nieuwe wijze van samenwerken aangegaan. Dit omdat zich steeds dezelfde knelpunten voor deden bij het motiveren en toe leiden naar passend aanbod van kinderen en gezinnen met overgewicht. Alle betrokken partners zijn erg enthousiast over dit project en geven aan dat nu meer kinderen en gezinnen de juiste hulp en begeleiding krijgen.

Er waren drie genomineerden die zich met een filmpje konden profileren. Kijk hier voor het promotiefilmpje van het project Ketenaanpak overgewicht ‘s-Hertogenbosch.

De ketenaanpak is tot stand gekomen in opdracht van Irene Koster van gemeente ’s-Hertogenbosch. Marian Sijben, programmamanager OLIC (onderdeel van JBZ) heeft de regiefunctie uitgevoerd. De uitvoering heeft plaatsgevonden in samenwerking met GGD Hart van Brabant, Gezondheidscentrum Noord en basisschool De Duizendpoot.

Lekker in je vel
Het JBZ, de gemeente ’s-Hertogenbosch en zorgverzekeraar CZ boden in 2010 de gelegenheid om een onderzoek te starten naar het inzetten van een groepscoach als instrument om de leefstijl van het kind met obesitas te verbeteren. Dit project, bekend onder de naam Lekker in je Vel, is een programma voor kinderen met obesitas waaraan een effectiviteitstudie is verbonden. Op basis van dit project is zichtbaar geworden hoe lastig het was geschikte deelnemers te vinden als de ketensamenwerking niet goed op orde is. Diverse partijen binnen de gemeente ’s-Hertogenbosch hebben de handen ineen geslagen om tot een goede ketenzorg te komen. De bijdrage en zorg is van de 0e tot de 3e lijn geborgd. Scholen, sportleerkrachten, GGD, gezondheidscentra, maatschappelijke partners, huisartsen en kinderartsen hebben ieder hun eigen rol in de ketensamenwerking gekregen. Zij zijn hierin gefaciliteerd. Er is gebruik gemaakt van bestaande structuren zodat het doorvoeren van veranderingen werd ervaren als kleine stappen maar met grootschalige veranderingen tot resultaat.
[Jeroen Bosch ziekenhuis]

 
gezondheid

Nieuwe techniek maakt oogschade bij diabetes zichtbaar

oogAmerikaanse onderzoekers hebben een nieuwe techniek ontwikkeld waarmee je de eerste tekenen van oogschade bij diabetes kunt ontdekken. Dankzij deze techniek kunnen we mogelijk in de toekomst ernstigere oogschade of slechtziendheid bij diabetes voorkomen.

Sommige mensen met diabetes krijgen op termijn last van oogproblemen (retinopathie). Hierbij raken de allerkleinste bloedvaatjes in het netvlies achter het oog beschadigd. Dit veroorzaakt littekenweefsel op het netvlies, waardoor je wazig gaat zien. Op den duur kan dit leiden tot slechtziendheid of zelfs blindheid.

Na 20 jaar heeft ongeveer 90% van de mensen met diabetes last van slechtziendheid. In deze studie hebben onderzoekers de allerkleinste bloedvaatjes in het netvlies bestudeerd. Als schade aan de bloedvaten in het oog in een vroeg stadium wordt opgespoord, kun je slechtziendheid misschien beperken of zelfs voorkomen.

Lees verder op Leesbaaronderzoek.nl

 
gezondheid

Écht kunnen meepraten over voeding met ‘Eten & weten’

vrouw etenStevig naslagwerk over voeding van Consumentenbond en Voedingscentrum
Informatie over eten ligt op straat. Maar wie zegt het en waarom? Het Voedingscentrum en de Consumentenbond slaan de handen ineen om onzin en feiten te scheiden. Eten & weten is een onmisbaar basisboek voor iedereen die het fijne over voeding wil weten.

Of het nou gaat om voedselveiligheid, claims, vleesvervangers, het bewerken van eten of de herkomst: Eten & weten geeft achtergronden en een heldere uitleg. ‘Het is echt zo’n boek geworden dat je keer op keer oppakt. Omdat je iemand hoort praten over nanotechnologie, of stevia, of omdat je een etiket leest en je afvraagt wat dat keurmerk betekent’, zegt Corné van Dooren. Hij is co-auteur en expert Duurzaam Eten bij het Voedingscentrum.

Misvattingen
Ook is er aandacht voor terugkerende thema’s waar consumenten veel vragen over hebben. Wat is duurzaam en is biologisch ook altijd goed voor het milieu? Hoe zit dat nou met E-nummers en wat doen ze in ons eten? Wat zijn de leefomstandigheden van dieren in de vee-industrie en hoe ongezond zijn suiker, vet en zout? En is speltbrood echt gezonder dan tarwebrood? Eten & weten legt duidelijk uit wat de stand van zaken is.

Transparantie
De consument van nu staat verder van zijn eten dan pakweg 50 jaar geleden. Het eten kan van overal uit de wereld komen en als consument weet je vaak maar gedeeltelijk welke weg je eten heeft afgelegd. Dit boek biedt mensen een uitgebreide inkijk in de voedingswereld op gebieden die wat minder zichtbaar zijn. Wat is de weg van zaadje tot zemelbrood? Welke instanties zien toe op de veiligheid van ons eten?

‘Veel mensen twijfelen tegenwoordig aan de veiligheid van ons eten, vanwege recente voedselschandalen. En vragen zich af hoeveel waarde ze moeten hechten aan spraakmakende theorieën, zoals de Voedselzandloper en ‘nieuwe’ producten als superfoods. Ik denk dat dit boek broodnodige duidelijkheid geeft, en veel ongerustheid weg zal nemen’, meent Georgie Dom, de tweede co-auteur en schrijfster van diverse andere boeken over gezondheid van de Consumentenbond.

Een blik op de toekomst
In de toekomst zal de consument steeds beter weten waar zijn eten vandaan komt, meent Van Dooren. ‘Door apps en Google weten we beter welke reis het heeft afgelegd. Of we halen het eten weer uit onze eigen stadmoestuin. Het hoofdstuk ‘Trends & toekomst’ geeft inzicht in het gebruik van LED in de tuinbouw, ontwikkelingen rond kweekvlees, nanotechnologie in ons eten en de eerste 3D-voedselprinters. ‘Een spannend hoofdstuk’, vindt Van Dooren. ‘Het laat zien dat we te maken krijgen met ingrijpende ontwikkelingen op voedselgebied. Consumenten kunnen nu al daarover gaan meepraten.’

Het boek Eten & weten is verkrijgbaar via de webshops van de Consumentenbond en het Voedingscentrum en via de boekhandel.

 
gezondheid

Revalidatie na kanker: fysieke training geeft positief effect

Trainen tijdens en na kanker heeft een positief effect op de fysieke conditie en kwaliteit van leven. Dat blijkt uit de eerste,voorlopige resultaten van het onderzoeksprogramma “Alpe d’HuZes Cancer Rehabilitation” (A-CaRe) van verschillende instellingen, gecoördineerd door VUmc. Op 7 juli presenteren de onderzoekers de eerste resultaten.

Door adequate behandeling zijn er gelukkig steeds meer mensen die kanker overleven. Helaas heeft de meerderheid van de (ex-) kankerpatiënten tijdens de behandeling, en zelfs jaren na de behandeling, klachten zoals vermoeidheid, een verminderd fysiek functioneren en een verminderde kwaliteit van leven.

Om deze klachten te voorkomen of verminderen, ging in 2009 het onderzoeksprogramma “Alpe d’HuZes Cancer Rehabilitation” (A-CaRe) van start met als doel om passende revalidatieprogramma’s voor verschillende groepen kankerpatiënten te ontwikkelen, implementeren en evalueren.

Het klinisch onderzoeksprogramma van A-CaRe omvat vier grootschalige gerandomiseerde trials die de effecten van beweeg- en trainingsprogramma’s evalueren op vermoeidheid, fysiek functioneren en kwaliteit van leven:

  • voor patiënten na chemotherapie,
  • voor patiënten tijdens chemotherapie,
  • voor patiënten die een stamceltransplantatie hebben ondergaan,
  • en bij kinderen met kanker.

Dit onderzoeksprogramma wordt gecoördineerd vanuit het EMGO+-instituut van VU medisch centrum. Daarnaast zijn ook Antoni van Leeuwenhoek, het Academisch Medisch Centrum en het Máxima Medisch Centrum betrokken.

Maandag 7 juli 2014 vindt het slotsymposium van het klinisch onderzoek van A-CaRe plaats, waarin de voorlopige veelbelovende onderzoeksresultaten worden gepresenteerd. Meer informatie over het programma kunt u vinden op www.a-care.org .

A-CaRe wordt gefinancierd door Stichting Alpe d’HuZes/KWF Kankerbestrijding. Alpe d’HuZes is een actie waarbij duizenden deelnemers, alleen of in een team, de legendarische berg Alped’Huez beklimmen om geld in te zamelen voor kankeronderzoek.
[VUmc]

 
gezondheid

2,2 miljoen euro voor Gronings onderzoek naar astma en longherstel

longenDrie onderzoeksprojecten van het Groningen Research Institute of Asthma and COPD (GRIAC) zijn gehonoreerd met 2.2 miljoen euro subsidie van het Longfonds. Het gaat om onderzoek naar het ontstaan en de preventie van astma, en naar longweefselherstel. De onderzoeken worden uitgevoerd door drie consortia van kennisinstellingen onder leiding van respectievelijk prof. dr. Gerard Koppelman en dr. Martijn Nawijn van het UMCG en dr. Reinoud Gosens van de Rijksuniversiteit Groningen. In het GRIAC doen klinische en fundamentele onderzoekers van het UMCG en de Rijksuniversiteit Groningen, afkomstig uit verschillende disciplines, samen onderzoek naar diverse aspecten van astma en COPD.

Koppelman richt zich met zijn onderzoek op de omgevingsfactoren die invloed hebben op het ontstaan van astma. Dit gebeurt per levensfase, van baby en peuters tot schoolgaande kinderen en pubers, met als doel straks ook per levensfase specifieke preventie-adviezen te kunnen geven. Hij onderzoekt hoe deze omgevingsfactoren het erfelijk materiaal beïnvloeden en zo astma veroorzaken. Koppelman werkt hierbij samen met de Universiteit Utrecht en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Nawijn richt zich in zijn onderzoek op het ontstaan van astma bij jonge kinderen. Hij onderzoekt in experimentele modellen hoe het komt dat door virale luchtweginfecties en allergische prikkels in gevoelige kinderen astma ontstaat, terwijl dit in andere kinderen niet gebeurt. Want als bekend is hoe astma precies ontstaat, kan pas een behandeling ontwikkeld worden die astma kan genezen. Nawijn werkt samen met de Universiteit Utrecht, het Vlaams Instituut van Biotechnologie en de Universiteit Gent.

Gosens en zijn team richten zich op de ‘WNT signaalroute’. Dat is een proces dat onder andere zorgt voor longontwikkeling in de baarmoeder en voor herstel na een longontsteking. Dit blijkt bij COPD-patiënten niet goed meer te werken, waardoor de schade in hun longen niet herstelt. De onderzoekers willen dit proces reactiveren, zodat schade in longen toch herstelt. Gosens werkt samen met het Leids Universitair Medisch Centrum en Helmholtz Zentrum München.

Longfonds
De drie GRIAC-onderzoeksprojecten maken deel uit van in totaal vier door het Longfonds gehonoreerde onderzoeksprojecten. In totaal wil het Longfonds bijna drie miljoen euro investeren in onderzoek.

Het Longfonds (voorheen Astma Fonds) strijdt voor mensen met een longziekte en wil gezonde longen gezond houden. Want gezonde longen zijn van levensbelang. In Nederland zijn ruim een miljoen mensen met een longziekte, zoals astma, COPD of een zeldzame longziekte.
[UMCG]

 
gezondheid